Kan een bv de btw-vrijstelling toepassen op de verkoop van testkits voor testen op soa’s en hpv? En maakt het daarbij uit dat de bv zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst heeft?

Medisch

Volgens een gerechtshof kon een bv de medische btw-vrijstelling toepassen op de verkoop van testkits, waarmee consumenten zich konden testen op soa’s en hpv. Dit ondanks het feit dat de bv zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst had. Wat speelde in deze zaak?

Verkoop testkits in samenwerking met medisch diagnostisch centrum

De bv werkte samen met een medisch diagnostisch centrum. De consument die de testkit van de bv kocht, kon de test zelf afnemen. Daarna stuurde de consument het monster via Post NL rechtstreeks naar het medisch diagnostisch centrum. Het medisch diagnostisch centrum voerde de laboratoriumanalyse uit en verstrekte de uitslag aan de bv. De consument kon de testuitslag raadplegen op de website van de bv.

De bv had zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst. Bij het medisch diagnostisch centrum waren wel BIG-geregistreerde artsen in dienst. Bij een positieve diagnose van een soa-test verzorgde de bv in 91% van de gevallen ook de medische nabehandeling door een door haar ingeschakelde huisarts en apotheker. Voor een positieve diagnose van hpv bood de bv alleen medische consulten aan bij een door haar ingeschakelde huisarts, omdat hpv niet met medicijnen is te genezen. Deze nabehandeling was bij de prijs van de testkit inbegrepen.

Gezondheidskundige verzorging van de mens

De dienst die de bv verrichte aan de consumenten bestond uit het aanbieden van laboratoriumonderzoek naar soa’s en hpv. Deze dienst had de diagnose, behandeling en genezing van ziekten of gezondheidsproblemen tot doel. Daarom kwalificeerde de dienst als de ‘gezondheidskundige verzorging van de mens’, hetgeen een van de voorwaarden is om de medische btw-vrijstelling te kunnen toepassen.

BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar

Een andere voorwaarde voor de medische btw-vrijstelling is dat de medische dienst wordt uitgevoerd door een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar. Volgens het gerechtshof voldeed de bv ook aan dit vereiste, omdat de bv tijdens haar dienstverlening gebruik maakte van de BIG-geregistreerde medici van het medisch diagnostisch centrum en de ingeschakelde huisarts. Daarmee kon de bv het voor de medische btw-vrijstelling vereiste kwaliteitsniveau garanderen, waardoor het niet uitmaakte dat deze BIG-geregistreerde artsen niet bij de bv in dienst waren.

Check de voorwaarden

Als je de medische btw-vrijstelling wilt toepassen, check dan goed of je aan alle voorwaarden voldoet. Er moet dus sprake zijn van de gezondheidskundige verzorging van de mens en de dienst moet worden verricht door BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren. Daarnaast moet de dienst gericht zijn op de individuele patiënt. Bovendien moet de dienst behoren tot het deskundigheidsgebied van de betrokken beroepsbeoefenaar en onderdeel uitmaken van de BIG-opleiding.

Let op!De voorwaarden zijn niet eenvoudig toe te passen. Overleg over je eigen situatie daarom met onze adviseurs.

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

Juridisch

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

Het in Duitsland opgebouwde pensioen van een inwoner van Nederland mocht volgens de Hoge Raad niet geheel door Nederland belast worden. Wat speelde hier?

Pensioen

Duits pensioen

Een inwoner van Nederland woonde en werkte meer dan 17 jaar in Duitsland. Hij was gedurende die tijd verplicht verzekerd voor de Deutsche Rentenversicherung (een Duits pensioen). Van de premies die hij voor dit Duitse pensioen betaalde was 45 procent aftrekbaar in Duitsland.

Volledig belast?

In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij uitkeringen uit het Duitse pensioen. De Belastingdienst belaste het volledige bedrag van de uitkeringen.

Of slechts ten dele?

De belastingplichtige vond dat niet terecht en stelde dat Nederland slechts mocht heffen over 45% van de uitkeringen omdat destijds ook maar 45% van de premies aftrekbaar waren in Duitsland. Het gerechtshof volgde hem in dit standpunt en belaste alleen 45% van de uitkeringen en de andere 55% niet.

Hoge Raad: slechts belast voor zover aftrek

De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. De uitkeringen waren dus slecht belast voor zover de premies aftrekbaar waren geweest.

Het kabinet wil de huidige wet Arbeid en zorg (Wazo) vervangen door de Verlofwet. Het wetsvoorstel hiervoor is ter internetconsultatie aangeboden.

Personeel

 Verlofwet

De Verlofwet moet zorgen voor een eenvoudiger systeem van verlofvormen. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk. De Wazo wordt met dit wetsvoorstel geheel herschreven en geherstructureerd.

Let op! Gekozen is voor de nieuwe naam Verlofwet omdat deze beter aansluit bij de inhoud van de wet. Het past ook beter dan de naam “Wet arbeid en zorg”, omdat niet alle regelingen gaan om het verlenen van zorg. Zo regelt de nieuwe wet niet het vakantie- of ziekteverlof.

Drie pijlers

De verlofregelingen in het wetsvoorstel zijn ingedeeld in drie pijlers:

  1.  Verlof voor ouders: hieronder vallen het zwangerschaps- en bevallingsverlof, (aanvullend) geboorteverlof en het (betaald) ouderschapsverlof.
  2. Zorg voor naasten: het kortdurend- en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot één zorgverlof.
  3. Persoonlijk verlof: dit betreft onder meer het kort verzuimverlof.

Verlof voor ouders

De verschillende verlofregelingen worden beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken naar over het algemeen een half jaar. Verder worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Dat kan dan straks vooraf, tijdens en na de verlofperiode.

Let op! Bij zelfstandigen wordt straks gekeken naar het inkomen van de zelfstandige (de winst) in plaats van naar het aantal gewerkte uren, omdat dit een representatiever criterium is. 

Verlof voor zorg voor naasten

Er komt één regeling waarbij het kort- en het langdurend zorgverlof wordt samengevoegd tot een verlof van in totaal acht weken. Hierbij blijven de eerste twee weken betaald tegen 70% van het loon en de overige zes weken onbetaald. De regeling wordt door de samenvoeging breder inzetbaar. Het zorgverlof kan straks ook gebruikt worden voor hulp aan naasten (bijvoorbeeld mantelzorg) en palliatieve zorg.

Persoonlijk verlof

Het calamiteiten- en kortverzuimverlof wordt opgenomen in het kortverzuimverlof. Voor het overige wijzigt er niets.

Overige wijzigingen

Werkgevers moeten voortaan een werknemer tijdens het verlof met recht op uitkering voorzien van een loon vervangende betaling. Dit vraagt financiële ruimte bij de werkgever. Om werkgevers tegemoet te komen wordt het mogelijk alle uitkeringen vooraf bij het UWV aan te vragen. Hiermee is de periode tussen de loon vervangende betaling en de uitbetaling van de uitkering door UWV zo kort mogelijk.
Ook moeten werkgevers een inschatting maken van het dagloon. Dit kunnen ze doen door te kijken naar het SV-loon (sociale verzekeringsloon) van de werknemer in de referteperiode. Op die manier kan zo dicht mogelijk bij het dagloon worden aangesloten. 

Let op! De internetconsultatie loopt van 29 juni 2026 tot en met 10 augustus 2026. Het nieuwe verlofstelsel zou op 1 januari 2028 moeten ingaan.

Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38 treedt op 31 december 2026 in werking. Wat betekent dit voor jou als opdrachtgever of opdrachtnemer?

Portemonnee

Arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38?

De invoering van het rechtsvermoeden betekent niet dat elke opdrachtnemer die werkt tegen een uurtarief onder € 38 automatisch in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever. Het betekent wel dat het vermoeden van een dienstbetrekking wordt aangenomen. De opdrachtnemer kan daar een beroep op doen, maar de opdrachtgever heeft de mogelijkheid om aan te tonen dat niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Lukt het de opdrachtgever niet om dit aan te tonen, dan heeft de opdrachtnemer recht op alle bescherming die het arbeidsrecht biedt. Denk daarbij aan doorbetaling bij vakanties en ziektes en ontslagbescherming

Niet voor UWV, Belastingdienst en Arbeidsinspectie

De opdrachtwerknemer kan een beroep doen op het rechtsvermoeden, maar het heeft alleen civielrechtelijke werking. Dat betekent dat het UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie dit rechtsvermoeden niet gaan toetsen. Zij houden hun eigen onderzoeksplicht op basis van de elementen arbeid, loon en gezagsverhouding.

Onmiddellijke werking vanaf 31 december 2026

Het rechtsvermoeden treedt op 31 december 2026 meteen in werking. Heb je een opdrachtnemer die al voor 31 december 2026 werkzaamheden voor je verricht tegen een uurtarief onder € 38? En doet die opdrachtnemer dat vanaf 31 december 2026 nog steeds? Dan bestaat vanaf 31 december 2026 het vermoeden dat deze opdrachtnemer in dienstbetrekking bij je werkt.