Als u verschillende prestaties aanbiedt, kunnen die voor de btw onder omstandigheden toch als één prestatie worden aangemerkt. Onder andere wanneer er sprake is van een ‘bijkomende prestatie’. Maar wanneer is hiervan sprake?

Toegang tot theater plus drankje

Noodloket FlexwerkersEerder legde een ondernemer bovenstaande vraag voor aan de rechter. De ondernemer exploiteerde een schouwburg annex theater. Er werd één toegangsprijs gehanteerd, waarin naast het verlenen van toegang een vergoeding was begrepen voor gebruik van de garderobe, een drankje in de pauze en administratiekosten.

Alcoholisch drankje met 9% btw?

Desgewenst kon het pauzedrankje ook een alcoholisch drankje zijn. De ondernemer was van mening dat ook dan slechts het lage btw-tarief van 9% in plaats van het btw-tarief van 21% van toepassing was, ervan uitgaande dat het drankje een bijkomende prestatie was.

Wanneer splitsing in verschillende btw-tarieven niet nodig?

De rechter stelde dat splitsing van de prestatie in meerdere btw-tarieven niet nodig is als een splitsing als kunstmatig moet worden aangemerkt. Daarvan was hier geen sprake. Splitsing is ook niet nodig als er sprake is van een bijkomende prestatie. Het tarief van een dergelijke prestatie volgt namelijk het tarief van de hoofdprestatie.

Drankje bijkomende prestatie?

De rechter was van mening dat in dit geval het drankje niet als bijkomende prestatie van de hoofdprestatie, het verlenen van toegang tot de schouwburg, kan worden gezien. Het drankje was volgens de rechter namelijk geen middel om optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie, het bijwonen van een voorstelling.

Verschillende belangen

Volgens de rechter moet ook worden meegewogen dat het drankje voor iedere bezoeker een verschillend belang kent. Daarnaast wijst ook het feit dat een aparte vergoeding moet worden betaald en dat men vrij is de prestatie al dan niet af te nemen er op dat er geen sprake is van een bijkomende prestatie. Het drankje is voor de gemiddelde bezoeker juist een afzonderlijk belang, aldus de rechter en dus werd de inspecteur in het gelijk gesteld.

Vergelijking met obstacle run?

De ondernemer wees nog op de andersluidende uitspraak uit 2017 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een zogenaamde obstacle run. In die zaak werd aan het eind van deze sportieve strijd aan de deelnemers eveneens een alcoholisch drankje verstrekt en een t-shirt. De rechter ging hier aan voorbij met de opmerking dat de feitelijke situatie hier anders was.

Heeft u vragen over het btw-tarief op zogenaamde bijkomende prestaties, neem dan contact met ons op.

TVL eerste kwartaal 2021

De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege corona met een omzetverlies van minstens 30% te maken hebben. Van de vaste lasten wordt in het eerste kwartaal 2021, afhankelijk van het omzetverlies, 85% gecompenseerd. Bij bijvoorbeeld 50% omzetverlies, wordt dus 50% x 85% van de vaste lasten gecompenseerd.

Let op! De vaste lasten worden berekend op basis van branchecijfers en niet op basis van de werkelijke vaste lasten.

Voorschot

VirusDe TVL wordt in eerste instantie uitgekeerd op basis van een voorschot van 80% van het geschatte omzetverlies. Pas als het definitieve omzetverlies bekend is, kan de werkelijke hoogte van de TVL worden bepaald. Daarom moeten ondernemers het werkelijke omzetverlies vóór 1 oktober van dit jaar doorgeven.

Deadline vaststelling TVL vierde kwartaal 2020 opgeschort

De deadline voor de vaststelling van de TVL over het vierde kwartaal van 2020 is opgeschort en verschoven naar 1 september 2021. Oorspronkelijk moest de werkelijke omzet over het vierde kwartaal van 2020 vóór 1 juli van dit jaar worden doorgegeven, maar dit wordt nu dus vóór 1 september zodat ondernemers hiervoor twee maanden extra de tijd hebben.

Betalingsregeling

Als ondernemers het omzetverlies te hoog hebben ingeschat, moet mogelijk te veel ontvangen TVL worden terugbetaald. Wanneer dit moeilijkheden oplevert, kan hiervoor met de RVO een betalingsregeling worden afgesproken. Deze is renteloos.

Als u moet interen op uw vermogen om de verschuldigde belasting te kunnen betalen, is dit een aanwijzing dat er sprake kan zijn van een zogenaamde buitensporige last. Dit blijkt uit een recent arrest van de Hoge Raad. De zaak werd voor verder onderzoek doorverwezen naar het hof.

Heffing box 3

EuroIn genoemde zaak ging het om de belastingheffing in box 3. Deze gaat uit van een verondersteld rendement en niet van het werkelijk behaalde rendement. Deze heffing staat met name vanwege de lage rentestand dan ook al jaren ter discussie en wordt door vele belastingplichtigen ook aangevochten via bezwaarprocedures.

Individuele en buitensporige last

Volgens huidig recht is het kort gezegd niet toegestaan belasting te heffen indien deze heffing leidt tot een ‘individuele en buitensporige last’. In genoemde zaak voor de Hoge Raad was de vraag aan de orde of hiervan sprake was.

Belastingheffing hoger dan rendement

In deze zaak bedroeg in het jaar 2017 het rendement in box 3 op het daarin aanwezige vermogen van de belastingplichtige € 1.244 terwijl € 1.354 betaald moest worden aan belasting in box 3. De Hoge Raad moest zich in deze zaak dan ook uitspreken over de vraag of dit betekende dat er sprake was van een individuele en buitensporige last.

Interen op vermogen?

Als de belastingheffing hoger is dan het behaalde rendement, moet volgens de Hoge Raad ook in aanmerking worden genomen of en in hoeverre iemand een zodanig laag inkomen heeft dat hij op zijn vermogen moet interen om de belasting te voldoen. De wetgever heeft immers geen belastingheffing beoogt waardoor men op zijn vermogen moet interen om de verschuldigde belasting te kunnen voldoen, aldus de Hoge Raad. Is dit wél het geval, dan kan er dus sprake zijn van een buitensporige last. De zaak werd verwezen naar een ander hof om dit uit te zoeken.

Heeft u vragen over het al dan niet bestaan van een individuele en buitensporige last, neem dan contact met ons op.

Hoogte gebruikelijk loon

EuroHet gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij uw bv, indien een van deze bedragen meer is dan € 47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan € 47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Minimumloon

Tot nu toe vond de Belastingdienst dat in bijzondere situaties een lager gebruikelijk loon kan worden vastgesteld dan volgens bovenstaande regeling. Bijvoorbeeld voor dga’s van een startende bv of in bepaalde gevallen als een bv verliesgevend is. Wel moest dan ten minste het minimumloon als gebruikelijk loon worden uitgekeerd. Dit standpunt heeft de fiscus nu verlaten.

Opvatting rechter gevolgd

Met dit nieuwe standpunt volgt de Belastingdienst de opvatting van de rechter. In een recente uitspraak van de rechtbank in Arnhem besliste deze dat onder omstandigheden ook een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon mogelijk is. In deze zaak was er sprake van een zeer geringe omzet en werd er verlies geleden als werd uitgegaan van het wettelijk in aanmerking te nemen gebruikelijk loon.

Overleg mogelijk

De Belastingdienst geeft in het Handboek Loonheffingen aan dat een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon onder omstandigheden bijvoorbeeld mogelijk is wanneer een bv structureel verlies lijdt en bij startende bv’s. Aangegeven wordt dat bij twijfel contact kan worden opgenomen met de Belastingdienst.

Heeft u vragen over de hoogte van het gebruikelijk loon, neem dan contact met ons op.

Als u uw woning voorziet van zonnepanelen, is de btw op deze zonnepanelen in beginsel aftrekbaar. Of de btw op de woning zelf door de plaatsing van de zonnepanelen ook aftrekbaar is, is nog maar de vraag. Dit volgt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

Btw zonnepanelen

ZonnepanelenDat de btw op de zonnepanelen zelf aftrekbaar kan zijn, volgt uit het feit dat de opgewekte energie wordt teruggekeerd aan de energiemaatschappij. De eigenaar van de zonnepanelen opereert hiermee als ondernemer.

Btw op woning ook aftrekbaar?

Er wordt al jaren gediscussieerd en geprocedeerd over de vraag of ook de btw op de woning waarop de zonnepanelen zijn bevestigd, aftrekbaar is. De woning is immers noodzakelijk voor de bevestiging van de zonnepanelen en zou daarom ook tot het ondernemingsvermogen voor de btw moeten kunnen worden gerekend, zo is de redenering.

Hoge Raad akkoord

In 2017 had het hof Arnhem de aftrek van btw op een woning waarop zonnepanelen waren geplaatst, toegestaan. Deze woning behoorde tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige. De btw op het deel van het dak waarop de zonnepanelen waren geplaatst, kwam volgens het hof voor aftrek in aanmerking. De Hoge Raad ging hiermee akkoord.

Hoge Raad niet akkoord

Onlangs besliste de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie dat de btw op een deel van de woning door plaatsing van zonnepanelen niet aftrekbaar is. In deze zaak ging het om een dga die een werkruimte in zijn woning aan zijn bv verhuurde. De dga kon de woning dus ook niet tot het ondernemingsvermogen rekenen, wat een mogelijke verklaring voor de andersluidende visie van de Hoge Raad kan zijn.

Rechtstreeks en onmiddellijk verband

Volgens het arrest dient er een ‘rechtstreeks en onmiddellijk verband’ te bestaan tussen de aankoop van de woning en de te leveren zonne-energie. Volgens de Hoge Raad is onvoldoende aangetoond dat dit verband bestaat en dus staat de Hoge Raad de aftrek van de btw op een deel van het dak niet toe.

Heeft u vragen over de aftrek van de btw op zonnepanelen, neem dan contact met ons op.