De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2025 een amendement aangenomen om de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, per 2025 te verhogen. Per 2027 gaat de vrije ruimte nog eens omhoog.
Vrije ruimte 2024
De WKR kent momenteel een vrije ruimte van 1,92% van de loonsom tot € 400.000. Is de loonsom hoger, dan bedraagt de vrije ruimte over het meerdere 1,18%.
Let op! Bij overschrijding van de vrije ruimte vindt er een eindheffing plaats van 80%.
Nieuw voorstel
In het amendement wordt voorgesteld de vrije ruimte van de loonsom tot € 400.000 per 2025 te verhogen naar 2% en per 2027 verder te verhogen naar 2,16%. De vrije ruimte van 1,18% over het meerdere van de loonsom boven € 400.000 blijft ongewijzigd.
Ook voor de dga
De WKR geldt voor alle werknemers, dus ook voor de directeur-grootaandeelhouder. Deze is immers ook een werknemer van de betreffende bv.
Let op! De Eerste Kamer moet het gewijzigde wetsvoorstel voor de verhoging van de WKR nog goedkeuren. Dit is dus nog niet definitief.
De termijnen om de KOR op te zeggen en weer gebruik te maken van de KOR wijzigen met ingang van 1 januari 2025. Om daarvan meteen met ingang van 1 januari 2025 gebruik te kunnen maken, moet u uiterlijk 3 december 2024 een verzoek indienen bij de Belastingdienst.
KOR
De kleine ondernemersregeling, ook wel bekend als de KOR, houdt in dat een in Nederland gevestigde btw-ondernemer gebruik kan maken van een vrijstelling. Als de omzet per jaar niet hoger is dan € 20.000, hoeft de ondernemer geen btw te berekenen over zijn omzet.
Verzoek KOR
Om de KOR te kunnen toepassen, moet een ondernemer zich tijdig vooraf bij de Belastingdienst melden. Tijdig wil zeggen uiterlijk vier weken voorafgaand van het tijdvak waarin de ondernemer de vrijstelling wil toepassen.
Let op! Bent u nog niet aangemeld voor de KOR, maar wilt u vanaf 1 januari 2025 de KOR toepassen, dan moet u zich dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.
Tip! Bent u niet verplicht om uw onderneming in te schrijven bij de KVK en bedraagt u jaaromzet maximaal € 1.800, dan is aanmelding voor de KOR niet nodig. Let op: vanaf 2025 gaat de maximale jaaromzet voor deze regeling omhoog naar € 2.200.
Opzeggen KOR
De KOR duurt voort totdat u de KOR bij de Belastingdienst opzegt. Tot en met 2024 moet de KOR nog minimaal drie jaren duren voordat u deze kunt opzeggen. Vanaf 1 januari 2025 geldt er geen termijn meer, maar kan u de KOR op elk moment weer beëindigen. De KOR eindigt altijd op zijn vroegst met ingang van de eerste dag van de aangifteperiode. Hiervoor moet de opzegging wel minimaal vier weken voor deze eerste dag zijn ontvangen door de Belastingdienst.
Let op! Wilt u vanaf 1 januari 2025 de KOR beëindigen, dan moet u dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. U kunt de KOR dan beëindigen per 1 januari 2025, ook als deze nog niet minimaal drie jaren duurde. Beëindigen kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.
Weer aanmelden KOR
Als u de KOR heeft opgezegd, kunt u zich later toch weer aanmelden voor de KOR. Tot en met 2024 geldt een wachttijd van drie jaren na de opzegging van de KOR. Vanaf 2025 bedraagt de wachttijd nog maar het jaar van opzegging en het daaropvolgende kalenderjaar. Let wel dat voor het opnieuw aanmelden voor de KOR een termijn geldt van minimaal vier weken.
Let op! Wilt u na een eerder opzegging van de KOR in 2023 of eerdere jaren, vanaf 1 januari 2025 weer gebruikmaken van de KOR, dan moet u dit dus uiterlijk 3 december 2024 bij de Belastingdienst melden. U kunt de KOR dan weer toepassen vanaf 1 januari 2025, ook als er nog geen drie jaren verstreken zijn sinds de eerder opzegging. Aanmelden kan alleen via Mijn Belastingdienst Zakelijk.
Overleg met onze adviseurs
Overleg met onze adviseurs of u voldoet aan de voorwaarden voor de KOR en of toepassing van de KOR in uw situatie raadzaam is. Doet u ook zaken in het buitenland, dan kunt u mogelijk (ook) gebruikmaken van de EU-KOR. Bent u een buitenlandse ondernemer met een vaste inrichting in Nederland, dan kunt u vanaf 2025 niet langer gebruikmaken van de KOR. Onze adviseurs kunnen u meer vertellen over al deze regelingen.
De nieuwe grenzen voor 2025 van de maximale omvang van het vermogen om nog in aanmerking te kunnen komen voor zorgtoeslag zijn bekendgemaakt. Boven deze grenzen heeft u geen recht meer op de zorgtoeslag. Dit is de zogenaamde vermogenstoets.
Zorgtoeslag
Een van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor zorgtoeslag, een tegemoetkoming in uw zorgkosten, is de hoogte van uw inkomen. Heeft u een toeslagpartner, dan telt het gezamenlijke inkomen. Een andere voorwaarde voor recht op zorgtoeslag is dat u niet te veel vermogen heeft.
Vermogenstoets 2025
De maximale omvang van uw vermogen is voor 2025 vastgesteld op € 141.896. Dat is € 1.683 hoger dan dit jaar, waar de grens nog op € 140.213 ligt. Heeft u een toeslagpartner, dan is het nieuwe bedrag van uw maximale vermogen vastgesteld op € 179.429. Dit is € 2.128 hoger dan de grens voor 2024.
Toetsdatum
De omvang van uw vermogen wordt vastgesteld op 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2025 wordt dus gekeken naar de omvang van uw vermogen op 1 januari 2025. Het is dus zaak om er – indien mogelijk – voor te zorgen dat uw vermogen dan onder genoemde maxima komt te liggen.
Let op! Heeft u het vermoeden dat uw vermogen op 1 januari 2025 rond de maximale grens komt te liggen, neem dan contact met ons op. Wij kunnen dan met u bekijken wat de mogelijkheden zijn.
Tip! Wilt u nagaan of u in aanmerking komt voor een zorgtoeslag? Maak dan hier een proefberekening.
Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 geoordeeld dat de belastingrente die de Belastingdienst vanaf 2022 berekent over aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Overweeg daarom bezwaar of een verzoek om herziening als de Belastingdienst aan u belastingrente berekent over een (voorlopige) aanslag.
Hoogte belastingrente
De belastingrente die de Belastingdienst berekent over een aanslag vennootschapsbelasting is, met uitzondering van het begin van de coronaperiode, vanaf april 2014 8% of hoger. In 2024 bedraagt deze rente zelfs 10%!
Voor overige belastingen – onder meer de inkomstenbelasting – bedroeg de belastingrente, met uitzondering van een periode van drie maanden aan het begin van de coronaperiode, 4% van april 2014 tot en met 30 juni 2023. De tweede helft van 2023 bedroeg deze belastingrente 6% en in 2024 bedraagt deze zelfs 7,5%.
Belastingrente Vpb in strijd met evenredigheidsbeginsel
Deze hoge belastingrente is al jaren een doorn in het oog van velen, maar er leek tot nu toe weinig tegen te doen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs echter – kort samengevat – dat het vanaf 2022 vastgestelde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (in 2022 en 2023: 8%) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat de belastingrente, naar het oordeel van de rechtbank, niet berekend mag worden naar een percentage van 8%.
Geen 8% maar 4%
Vraag daarbij is echter op welk percentage de belastingrente dan wel kan worden vastgesteld om evenredig te zijn. Over die vraag heeft de rechtbank zich niet hoeven buigen, omdat de belastingplichtige en de Belastingdienst vooraf al hadden afgesproken dat het tarief 4% zou zijn als de belastingplichtige in het gelijk zou worden gesteld. De rechtbank berekent de belastingrente daarom naar een tarief van 4%. Dit percentage lijkt te zijn ontleend aan het percentage voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting, maar zekerheid daaromtrent is er niet.
Bezwaar definitieve en navorderingsaanslag
Berekent de Belastingdienst belastingrente over een definitieve of navorderingsaanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan om daartegen tijdig in bezwaar te komen. Tijdig betekent binnen zes weken na dagtekening van de aanslag. Het bezwaar kan, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank, betrekking hebben op vanaf 2022 berekende belastingrente.
Let op! Houd er rekening mee dat de Belastingdienst waarschijnlijk uw bezwaar niet zonder meer zal toewijzen. De kans is namelijk groot dat de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom na ontvangst van een definitieve of navorderingsaanslag met onze adviseurs. Zij kunnen u adviseren over wat dit zou kunnen betekenen voor onder meer het verloop van uw bezwaar- en mogelijke beroepsprocedure.
Verzoek herziening voorlopige aanslag
Berekent de Belastingdienst belastingrente over een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag.
Let op! Het is niet voldoende om alleen in bezwaar te komen tegen de definitieve aanslag. Als u het ook niet eens bent met de belastingrente op de voorlopige aanslag, moet u een verzoek om herziening indienen. Wijst de Belastingdienst dat verzoek af, dan kunt u daartegen in bezwaar komen. Overleg daarover met onze adviseurs. Zij kunnen u ook adviseren of het nog mogelijk is een verzoek tot herziening in te dienen tegen in het verleden opgelegde voorlopige aanslagen.
Onherroepelijke aanslagen
Is vanaf 2022 belastingrente berekend op definitieve of navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting, maar staan deze aanslagen inmiddels onherroepelijk vast? Dan heeft bezwaar maken waarschijnlijk geen zin. De Belastingdienst komt normaal gesproken dan namelijk niet tegemoet aan uw verzoek om de belastingrente te verminderen.
Ook bezwaar/verzoek andere belastingen?
De rechtbank heeft een uitspraak gedaan over de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting. Wij achten de kans dat dit ook gevolgen heeft voor de belastingrente op andere belastingen niet groot, maar kunnen dat nooit helemaal uitsluiten. Overweeg daarom ook of u in actie wilt komen met betrekking tot belastingrente op andere belastingen zoals de inkomstenbelasting.
Als u een lijfrente heeft afgesloten, moet deze in principe binnen vijf jaar na de AOW-leeftijd tot uitkering komen in tijdelijke of levenslange lijfrentetermijnen. De vraag is of in plaats hiervan ook gekozen kan worden voor een nabestaandenlijfrente.
Alternatief voor uitkeringen
Wanneer een belastingplichtige te maken heeft met een pensioentekort, kan hij zijn toekomstige inkomsten aanvullen met een lijfrente. De premies ervan die gestort worden in de jaren voor uitkering van de lijfrente zijn onder voorwaarden aftrekbaar. De Belastingdienst is van mening dat er in plaats van een lijfrente-uitkering niet gekozen kan worden voor een nabestaandenlijfrente. Bij een nabestaandenlijfrente worden de uitkeringen namelijk pas gedaan na overlijden van de verzekerde.
Afkoop
Als in plaats van lijfrente-uitkeringen toch gekozen wordt voor omzetting ervan in een nabestaandenlijfrente, wordt dit gezien als afkoop. Het gevolg is dat de waarde ervan in één keer belast wordt met inkomstenbelasting en afhankelijk van de omstandigheden ook met revisierente.
Geen aftrek
Wanneer het restant van de waarde, dus na aftrek van inkomstenbelasting en eventueel revisierente, wordt aangewend voor aankoop van een nabestaandenlijfrente, leidt dit volgens de Belastingdienst ook niet tot aftrek als uitgave voor een inkomensvoorziening.