Het kabinet wil de minst vervuilende bestelauto’s langer toegang verlenen tot zogenaamde zero-emissie zones. Het wil daarom het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens aanpassen. Belangstellenden kunnen tot en met 13 augustus 2026 op de voorstellen reageren.

Bedrijfswagen

Zero-emissie zones 

In zero-emissie zones mogen geen zakelijke vracht- en bestelauto’s rijden die schadelijke stoffen uitstoten. Op dit moment zijn er in 19 steden, waaronder alle grote steden, zero-emissie zones. Ook Schiphol is als zodanig aangewezen. 

Verlenging overgangsregeling nul-emissiezones voor sommige bestelauto’s 

Er gelden overgangsregelingen voor bestaande vracht- en bestelauto’s, zodat ondernemers op de nieuwe regels kunnen anticiperen. Voorgesteld wordt om de overgangsregeling voor bestelauto’s met emissieklasse 6 en een Datum Eerste Toelating (DET) van vóór 2025 met één jaar te verlengen. Genoemde bestelauto’s mogen nu nog tot 1 januari 2028 in zero-emissie zones rijden, maar als het voorstel doorgaat wordt dit 1 januari 2029. De verlenging betreft de grootste en minst vervuilende groep bestelauto’s. 

Let op!Bestelauto’s met een emissieklasse 5 hebben maar tot 1-1-2027 toegang tot de zero-emissiezones en dit blijft zo. Bestelauto’s met emissieklasse 4 of lager hebben sinds 1 januari 2025 al geen toegang meer hebben tot de nul-emissiezones.  

Doel van de maatregel 

Met het verlengen van de overgangsmaatregel wil men het voor ondernemers makkelijker maken om op een geschikter moment over te stappen op uitstootvrije bestelauto’s. Ook is er op deze manier meer tijd om bijvoorbeeld laadpalen te installeren, zodat ondernemers minder vaak een ontheffing nodig hebben. 

Let op! Particulieren die hun voertuig niet zakelijk gebruiken, kunnen in de meeste gevallen een ontheffing krijgen, zodat ze toch in zero-emissie zones kunnen rijden.    

Internetconsultatie 

Belangstellenden kunnen tot en met 13 augustus 2026 via een internetconsultatie op de voorstellen reageren. 

Leidt het voeren van de algehele leiding over renovaties van woningen tot btw-eigenbouwerschap? En wat betekent het als je geen opdrachtgever maar eigenbouwer bent voor de btw?

Bouw

Volgens een gerechtshof kon een bv als zogenoemde eigenbouwer kwalificeren, omdat de algehele leiding van de renovaties bij haar berustte. Wat speelde hier en wat waren de consequenties voor de bv? 

Renovatie 200 gedateerde woningen 

Een bv verworf in de periode 2008 tot en met 2016 ongeveer 200 gedateerde woningen. Deze woningen liet de bv renoveren volgens een standaardconcept. Daarna verkocht de bv de gerenoveerde woningen. 

Renovatiediensten feitelijk uitgevoerd door aannemers 

De bv besteedde alle werkzaamheden feitelijk uit aan een vaste aannemer. In de genoemde jaren waren dat achtereenvolgens onder meer een CV, een Ltd. en een bv geweest. Deze aannemers zijn in 2014, 2016 en 2018 ontbonden of failliet verklaard. Zij hadden grote btw-bedragen niet aangegeven, ten onrechte in aftrek gebracht en onbetaald gelaten. 

Belastingdienst: bv is eigenbouwer 

Tijdens een boekenonderzoek nam de Belastingdienst het standpunt in dat de bv een zogenoemde eigenbouwer was. Voor de btw-verleggingsregeling in de bouw werd de bv daarom gelijkgesteld met een aannemer.  

Dat betekende dat de aannemers de btw op de renovatiediensten hadden moeten verleggen naar de bv. Nu dit niet gebeurd was, legde de Belastingdienst btw-naheffingsaanslagen op aan de bv. Bij de berekening van de btw-naheffingen, bracht de Belastingdienst de btw die de CV, Ltd en bv wel hadden betaald aan de Belastingdienst in mindering op de btw die de bv  verschuldigd was als eigenbouwer.  

Rechtbank: bv is geen eigenbouwer 

De bv was het niet mee eens met de btw-naheffingsaanslagen en ging in beroep. Volgens de rechtbank was de bv geen eigenbouwer, omdat de Belastingdienst niet aannemelijk maakte dat de betrokkenheid van de bv bij de bouw in betekende mate verder ging dan die van een gewone opdrachtgever.  

Gerechtshof: bv is wel eigenbouwer 

De Belastingdienst ging in hoger beroep. Het gerechtshof was van mening dat de Belastingdienst wel aannemelijk maakte dat de algehele leiding van de renovaties bij de bv berustte. De betrokkenheid van de bv bij de bouw ging verder dan een gewone opdrachtgever, omdat de bv haar eigen technische en organisatorische kennis inzette om de renovaties tot het naar haar gewenste resultaat te brengen. Bovendien behoorden de renovaties, gelet op de regelmaat waarmee de bv de 200 renovaties liet uitvoeren, tot de normale bedrijfshandelingen van de bv. Dit betekende dat de bv kwalificeerde als eigenbouwer en de btw-naheffingsaanslag terecht waren opgelegd. 

Let op!Ga altijd goed na of niet onverhoopt een btw-verleggingsregeling van toepassing is. Als de aannemer/onderaannemer de btw ten onrechte niet verlegt, kan dat een dure vergissing voor je worden. Als de Belastingdienst stelt en aannemelijk kan maken dat je een eigenbouwer bent, kan de door de aannemer/onderaannemer niet afgedragen btw namelijk op jou verhaald worden.

Vanaf 1 juli 2026 is een slimme tachograaf ook verplicht voor lichtere bedrijfsvoertuigen waarmee buiten Nederland goederen vervoerd worden. Met behulp van een slimme tachograaf kan beter gecontroleerd worden of vervoerders zich aan de regels houden.

Transport

Voordeel slimme tachograaf 

Een tachograaf houdt de rij- en rusttijden van de chauffeur bij, evenals de snelheid en de afgelegde afstand. Een slimme tachograaf houdt daarnaast automatisch bij of de grens wordt gepasseerd. Het voordeel hiervan is dat de chauffeur dan zelf niet meer handmatig de landcode hoeft te wijzigen. 

Verplichte slimme tachograaf tot 1 juli 2026 

De slimme tachograaf was tot 1 juli 2026 al verplicht voor bussen en touringcars die meer dan acht personen vervoeren (zonder de bestuurder mee te rekenen). Ook was de slimme tachograaf al verplicht voor vrachtwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kilo.  

Let op! De maximummassa is het eigen gewicht van het voertuig plus het maximale laadvermogen. 

Uitbreiding vanaf 1 juli 2026 

Vanaf 1 juli 2026 is het verplichte gebruik van slimme tachografen uitgebreid. De slimme tachograaf geldt vanaf die datum ook voor onder andere bestelbussen en auto’s met een aanhangwagen. Het voertuig moet een toegestane maximummassa tussen 2.501 en 3.500 kilo hebben en er moet in het buitenland goederen mee vervoerd worden of er moet sprake zijn van cabotagevervoer. Cabotagevervoer betekent dat je bedrijf in Nederland is gevestigd, maar dat met je bedrijfsvoertuig in een ander EU-land goederen of mensen vervoerd worden. 

Tip! De toegestane maximummassa staat vermeld op het kentekenbewijs. 

Vrijstellingen verplichte tachograaf 

Er geldt ook een aantal vrijstellingen van de tachograafplicht, bijvoorbeeld voor campers en kampeerwagens met een toegestane maximummassa tot en met 7.500 gram. 

Ook vrijgesteld zijn voertuigen voor het vervoeren van apparatuur door professionals, zoals het gereedschap van een loodgieter. Hiervoor geldt als voorwaarde dat het voertuig maximaal 12 uur per week (op basis van een werkweek van 40 uur) mag worden gebruikt en alleen in een straal van 100 kilometer rondom de vestiging van het bedrijf. 

Let op! De slimme tachograafplicht geldt alleen als met het voertuig ook goederen worden vervoerd in het buitenland. De bestelbus of auto met aanhangwagen van de loodgieter die alleen in Nederland goederen vervoerd hoeft dus geen slimme tachograaf te hebben, ook niet als de loodgieter meer dan 12 uur per week van het voertuig gebruik maakt. 

Verder zijn vrijgesteld volledig elektrische voertuigen en voertuigen met waterstofbrandstofcel die een toegestane maximummassa tussen de 3.501 en 4.250 kilogram hebben en binnen 100 kilometer van de vestigingsplaats en binnen Nederland blijven. 

Voertuigen tussen de 2.501 en 3.500 kilo die alleen voor de onderneming of de bestuurder worden gebruikt, zijn ook vrijgesteld. Als extra voorwaarde geldt dan dat het vervoeren van producten niet het hoofddoel van de onderneming of bestuurder mag zijn. 

Let op! Op de site van de ILT tref je ook een overzicht aan van alle nationale en internationale vrijstellingen inzake de tachograafplicht. 

Controle door ILT 

De controle op de slimme tachograaf wordt uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Bij overtreding van de regels of wanneer geen slimme tachograaf is geïnstalleerd kunnen boetes volgen en kan de vervoersvergunning worden ingetrokken.  

Mkb-ondernemers zetten hun investeringen ‘on hold’. Er blijft steeds minder winst over voor investeringen, ook in 2025. “De mkb-ondernemer houdt de adem in. Dat de investeringen achterblijven is zorgwekkend, want dat betekent stilstand in plaats van groei. En dat terwijl het mkb voor grote opgaven staat en innovatie daarvoor essentieel is”, zegt Pieter van der Kwaak, bestuurslid van SRA.

Sparen

Dit blijkt uit het SRA-Branches in Zicht-onderzoek 2026. Voor dit onderzoek zijn 7061 jaarrekeningen van mkb-bedrijven (exclusief zzp’ers) geanalyseerd. Meer dan 99% van alle bedrijven in Nederland behoort tot het mkb (Staat van het mkb, 2025).  

Investeringen uitgesteld 

Het SRA-onderzoek laat zien dat ondernemers hun investeringen uitstellen. Het eigen vermogen en de liquide middelen zijn toegenomen en ondernemers hebben minder geleend om investeringen te financieren.  

“Over 2025 zien we een magere winstgroei ten opzichte van de omzet, waardoor er steeds minder geld overblijft voor investeringen. We zien onzekerheid door de toegenomen personeels- en inkoopkosten en inconsistent overheidsbeleid. Daarbovenop liggen grote opgaven, zoals personeelskrapte, netcongestie, AI, digitalisering en is er onzekerheid door de onrust in het Midden-Oosten”, aldus Van der Kwaak.  

Afvlakking winstgroei 

Uit de BiZ-analyse blijkt dat de omzet van het mkb over 2025 met 6,4% toenam ten opzichte van het jaar ervoor, terwijl de winststijging 3,4% bedroeg. Achter de omzettoename van 6,4% gaat bovendien voor een groot deel inflatie schuil (3,3%). 

De helft van alle ondernemingen zag de winst dalen, waarvan 24% met 50% of meer. De oorzaak ligt in de toename van de inkoopkosten (6,1%) en de personeelskosten (8,5%). De micro-ondernemingen (met 2-10 medewerkers) hebben naar verhouding het minst gepresteerd: 52% zag de winst dalen (versus 50% gemiddeld in het mkb).  

Tot de coronaperiode steeg het winstpercentage in het mkb elk jaar ongeveer juist twee keer zo hard als de omzetstijging, terwijl de afgelopen jaren de winstgroei in relatie tot de omzet flink afvlakte. 

41% van de ondernemers noemt hogere kosten het grootste effect van onzekerheid en het personeelstekort de grootste belemmering voor de productiviteit (Staat van het mkb, 2025). 

 Omzet- en winstontwikkeling mkb

Grote verschillen tussen branches 

Op brancheniveau liepen de cijfers flink uiteen. Op sectorniveau was de winstdaling gemiddeld het grootst bij bouw (-11,2%), horeca (-4,8%) en retail (-2,7%). Positieve uitschieters met een bovengemiddelde winsttoename waren specialistische zakelijke diensten (15,5%), industrie (13,3%), logistiek en zorg (beide 5%).  

Regionale verschillen 

De vier grote steden kenden het grootste aandeel ondernemingen met een daling van de winst: 55% (versus 50% voor heel Nederland). Hiervan had 31% een winstdaling van 50% of meer (versus 24% mkb-gemiddeld).  

Over het onderzoek 

Het SRA-onderzoek Branches in Zicht 2026 bevat de belangrijkste financiële kengetallen van het Nederlandse mkb. Het onderzoek is gebaseerd op een grootschalige cijferanalyse van 7061 jaarrekeningen over 2025 uit het SRA-benchmarkplatform BiZ, dat in totaal over de jaren heen 500.000 jaarrekeningen bevat. De cijfers zijn rechtstreeks afkomstig van de jaarrekeningen van klanten van SRA-accountantskantoren. De betrouwbaarheid is gegarandeerd, omdat de data volledig automatisch en anoniem worden verzameld vanuit de software. De massa, validiteit en actualiteit van deze data zijn uniek. 

Dit rapport bevat, naast de gemiddelde prestaties over 2025 in het mkb als geheel, ook de financiële prestaties (omzet, winst, kosten) van ondernemers in de branches bouw, detailhandel, horeca, industrie, logistiek, medische zorg en specialistische zakelijke dienstverlening.  

Over SRA 

SRA is de grootste vereniging van accountantskantoren werkzaam voor het mkb. Sinds 1989 vormen wij een landelijke vereniging van 386 zelfstandige accountantskantoren, die 1.060 vestigingen, 3.900 accountants (AA’s en RA’s), 1.800 fiscalisten (NOB en RB) en in totaal 22.500 professionals met elkaar verbindt. De SRA-kantoren bedienen 65% van het mkb. 

Op veel plaatsen in Nederland moet voor het parkeren van een auto parkeerbelasting worden betaald. Dat is soms beperkt tot een bepaalde maximumperiode, om de doorstroom van parkeerders te bevorderen. Wat zijn de gevolgen als desondanks toch langer geparkeerd wordt zonder of met betaling?

Auto

Betaalperiode beperkt 

In een zaak die speelde voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, was in de betreffende situatie in Groningen het voldoen van parkeerbelasting beperkt tot een periode van maximaal twee uur. Langer parkeren was toegestaan, maar dan moest er opnieuw actie worden ondernomen om parkeerbelasting te betalen. 

Parkeerduur niet beperkt, dus naheffing terecht 

Omdat de parkeerduur in deze zaak niet was beperkt tot twee uur, maar er na die periode opnieuw een parkeerticket kon worden gekocht, was volgens het gerechtshof de naheffing parkeerbelasting terecht. De parkeerder die langer dan twee uur stond, had immers niet betaald voor de verschuldigde belasting die voldaan had moeten worden. 

Afwijkend wanneer parkeerduur beperkt is 

Het gerechtshof merkte op dat de betreffende situatie afwijkt van die waarin de parkeerduur is beperkt. Belanghebbende had in dat verband tevergeefs verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, waarin de Hoge Raad besliste dat dan geen naheffing kan volgen. In die zaak had een automobilist in Hilversum voor de maximale parkeerduur van één uur parkeerbelasting betaald, maar na dat ene uur zijn auto gewoon laten staan. De naheffing parkeerbelasting was in die casus onterecht, omdat er na het uur door hem helemaal niet meer geparkeerd mocht worden op de betreffende parkeerplaats. Er hoefde dus voor die periode ook geen parkeerbelasting betaald te worden. 

Parkeerboete als alternatief 

Staat een auto geparkeerd op een plaats waar deze auto niet meer mág parkeren omdat de maximale parkeerduur is overtreden, dan kan de gemeente dus geen naheffingsaanslag parkeerbelasting opleggen. De gemeente kan echter wel een parkeerboete opleggen. Dat kan zelfs als het technisch wel mogelijk is om voor een langere periode te betalen. Het ‘teveel’ betaalde wordt dan dus niet automatisch beschouwd als betaalde parkeerbelasting voor een periode waarin helemaal niet meer geparkeerd had mogen worden. 

Praktische oplossing 

Parkeercontroleurs die een naheffing parkeerbelasting op mogen leggen, mogen niet altijd ook een boete opleggen als wordt geparkeerd terwijl dat niet meer is toegestaan. Gemeentes dienen in die gevallen na te denken over hoe dan toch adequaat kan worden opgetreden tegen te lang parkeren. Uiteraard kan een wel bevoegde collega worden opgetrommeld, of net als tegenwoordig in Hilversum met een scanauto eerst de overtreding vastgelegd worden, waarna men vervolgens handmatig de juiste sanctie oplegt. Uiteraard kan men ook, net als in de casus in Groningen, parkeerders verplichten regelmatig een nieuw parkeerkaartje te kopen. 

Parkeerbelasting alleen te voldoen bij aanvang 

In een ander zaak besliste gerechtshof Amsterdam overigens anders dan gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gerechtshof besliste dat de parkeerder in die zaak de belasting voor opvolgende tijdvakken (na de maximumperiode van een uur die in die zaak gold) niet kon voldoen. In de Gemeentewet en in de Verordening was namelijk opgenomen dat de parkeerbelasting uitsluitend kon worden voldaan bij aanvang van het parkeren.