Een stichting die kamers verhuurt aan terminale patiënten en hen ondersteuning verleent in hun laatste levensfase, ook wel hospice genaamd, is hierover geen btw verschuldigd. Deze verhuur is volgens de rechtbank niet te vergelijken met de verhuur van kamers voor korte tijd, zoals hotelkamers.

Invalide

Geen zorginstelling

De hospice, een ANBI, had de betaalde btw over de voorbereidingskosten van de bouw van het hospice in aftrek gebracht, maar de inspecteur en ook de rechtbank gingen hier niet in mee. De stichting voerde aan dat er geen sprake is van een zorginstelling en dat men dus geen vrijgestelde diensten verrichtte. De stichting verricht namelijk zelf geen medische zorg, wel stervensbegeleiding. Ook verleent de hospice  bijstand aan de naasten van de patiënt.

Verblijf maximaal drie maanden

De stichting wees er ook op dat de gastenkamers slechts verhuurd worden aan personen met een levensverwachting van maximaal drie maanden, waarbij genezing niet meer mogelijk is. Medische zorg dient te worden geregeld via derden. Desondanks achtte de rechtbank de vrijstelling voor kort verblijf verhuur niet van toepassing.

Wlz-indicatie

De rechtbank concludeerde dat het geboden verblijf en de hierbij verleende zorg was vrijgesteld van btw op grond van de vrijstelling voor verblijfszorg. De vrijstelling is zowel van toepassing als er een indicatie is op grond van de Wlz (Wet langdurige zorg) als wanneer deze er niet is, aldus de rechtbank. In het laatste geval moet de zorg namelijk aangemerkt worden als een dienst van sociale aard. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk, die de aftrek had geweigerd.

De grens voor de aanschaf van een woning met hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) gaat in 2025 omhoog van € 435.000 naar € 450.000. Daarnaast worden de kosten van de NHG vanaf volgend jaar verlaagd.

Bouw

NHG

De NHG biedt kopers van een woning een financieel vangnet als er moeilijkheden optreden met betrekking tot de betaling van de hypotheeklasten, bijvoorbeeld als gevolg van echtscheiding, overlijden van een partner of werkloosheid. De woonlasten kunnen dan tijdelijk worden verlaagd. Ook kan bij gedwongen verkoop van de woning de restschuld soms worden kwijtgescholden en kan een restschuld bij verhuizing soms worden meegefinancierd.

Tip! Bij het afsluiten van een hypotheek met NHG mogen energiebesparende maatregelen worden meegefinancierd. Als mensen hun woning willen verduurzamen, komt de NHG-grens op € 477.000 te liggen. U vindt hier meer informatie.

Let op! Naast de maximale grens van € 450.000 (2025) gelden meer voorwaarden voor de aanvraag van een NHG. Hier vindt u alle informatie.

Kosten omlaag

Het verkrijgen van een hypotheek met NHG kost nu nog 0,6% van het hypotheekbedrag. Vanaf volgend jaar (2025) wordt dit 0,4%. Een hypotheek met NHG kent bovendien een lager rentepercentage, waardoor de hypotheek per saldo toch voordeliger is.

Tip! De kosten van de aanvraag van een hypotheek met NHG zijn fiscaal aftrekbaar.

De Centrale Raad voor Beroep (CRvB) heeft geoordeeld dat na de wetswijziging op 1 januari 2022 het UWV voorschotten op de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor een zieke medewerker in rekening mocht brengen bij een thuiszorgorganisatie die eigenrisicodrager is.

Glijbaan

Let op! Deze uitspraak is dus van belang in zaken die spelen ná de wetsaanpassing van 1 januari 2022.

Eigenrisicodrager WGA

De thuiszorgorganisatie is een zogenoemde eigenrisicodrager voor de WIA. Dit houdt in dat het bedrijf zelf na twee jaar ziekte van de werknemer het risico draagt voor de WIA-uitkering als daar recht op is. Dit betekent dat hij zowel in financieel opzicht verantwoordelijk is, als ook een re-integratieplicht heeft. Als een werknemer recht heeft op een WIA-uitkering, stelt het UWV de eigenrisicodrager van die toekenning op de hoogte met de mededeling dat de uitkering voor rekening van de eigenrisicodrager komt (toerekening). Het UWV betaalt vervolgens de WIA-uitkering aan de werknemer en factureert die kosten maandelijks aan de eigenrisicodrager (verhaal).

Casus

Nadat de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt was geweest, vroeg zij een WIA-uitkering aan bij het UWV. Het UWV kon door achterstanden niet op tijd vaststellen of de werknemer recht had op een WIA-uitkering.

Toerekening voorschotten

In afwachting van de WIA-keuring, keerde het UWV daarom voorschotten uit aan de werknemer van de thuiszorgorganisatie. Deze voorschotten werden door het UWV aan de thuiszorgorganisatie toegerekend. Tegen dit besluit ging de thuiszorgorganisatie in beroep. Van de rechtbank kreeg de thuiszorgorganisatie gelijk. Het UWV was het hiermee niet eens en stelde hoger beroep in.

Wijziging van WIA

Op 1 januari 2022 is de WIA gewijzigd en is een bepaling opgenomen dat het UWV WIA-voorschotten mag verhalen op eigenrisicodragers. In de gewijzigde wet staat echter niet expliciet dat het UWV de voorschotten ook mag toerekenen aan de eigenrisicodrager. Volgens de CRvB zou de gewijzigde bepaling over het verhalen van voorschotten zinloos zijn als het UWV deze niet zou mogen toerekenen. Het toerekenen van de voorschotten is namelijk een noodzakelijke stap om de voorschotten te kunnen verhalen op de eigenrisicodragers. 

Uitspraak rechter

De CRvB geeft het UWV dus gelijk. Het UWV mocht de betaalde voorschotten in rekening brengen bij de thuiszorgorganisatie. Eerder oordeelde de CRvB dat het UWV dit niet mocht. Maar die zaak speelde vóór de wetswijziging van 1 januari 2022.

Het kabinet stelt in het Belastingplan 2025 voor om de vervoerkosten in verband met ziekte te wijzigen. Onlangs is besloten om deze wijzigingsvoorstellen iets te verruimen op het gebied van parkeer-, veer- en tolkosten.

Invalideplek

Voorgestelde wijzigingen

De eerder voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op vervoerkosten die een belastingplichtige maakt vanwege zorg, bijvoorbeeld voor bezoek aan een specialist. Nu nog mogen de werkelijke kosten van het inkomen worden afgetrokken, maar vanaf volgend jaar kan dit slechts tegen een vast bedrag van € 0,23/km. Daarnaast wordt voorgesteld om de extra vervoerkosten die een zieke of invalide belastingplichtige maakt ten opzichte van een vergelijkbare, gezonde persoon, vanaf 2025 te bepalen op € 925 per jaar. Nu nog kunnen de werkelijke meerkosten in aftrek worden gebracht.

Parkeer-, veer- en tolgelden

Het kabinet heeft onlangs aangegeven dat bij de bovengenoemde vervoerkosten in verband met bezoek aan bijvoorbeeld een specialist, naast het bedrag van € 0,23/km, ook de parkeer-, veer- en tolgelden in aftrek komen. Deze aftrek was per ongeluk niet in de voorstellen opgenomen.

Ook bij kosten ziekenbezoek

De uitbreiding zal ook gaan gelden bij de al bestaande aftrekmogelijkheid voor vervoerkosten in verband met ziekenbezoek van een langdurig verpleegde huisgenoot. Ook die kosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar tegen € 0,23/km, maar ook dit bedrag wordt dus uitgebreid met de aftrek van de werkelijke parkeer-, veer- en tolgelden.

Let op! Alle voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

In 2025 wordt de kinderopvangtoeslag voor middeninkomens verhoogd. Gezinnen waarvan het inkomen tussen ongeveer € 29.400 en € 159.200 per jaar ligt, krijgen daardoor een groter deel van de kinderopvang vergoed.

Speelgoed

Indexatie

Per 2025 worden ook de toetsingsinkomens en de maximumuurtarieven geïndexeerd. De toetsingsinkomens worden met 4,8% geïndexeerd, de maximumuurtarieven van dagopvang en buitenschoolse opvang met 4,5%, van gastouderopvang met 7,6%. Daardoor leidt een hoger inkomen ten opzichte van dit jaar niet automatisch tot minder kinderopvangtoeslag en wordt het maximumuurtarief minder snel overschreden.

Maximumuurtarief per soort kinderopvang

Voor de drie soorten kinderopvang, te weten de dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang, geldt in 2025 een maximumuurtarief van € 10,71, respectievelijk € 9,52 en € 8,10. 

Let op! Er wordt nooit meer vergoed dan het maximumuurtarief. Ligt het tarief van de kinderopvang lager dan de maximumuurprijs? Dan wordt de toeslag uitgekeerd over dat lagere uurtarief.

Voorwaarden kinderopvangtoeslag

De hoogte van de kinderopvangtoeslag hangt dus onder meer af van de hoogte van het uurtarief van de kinderopvang en het inkomen van de ouder(s). Tevens wordt de hoogte van de toeslag bepaald op basis van het aantal gewerkte maanden van de minst werkende ouder. Daarbij krijgt de ouder per kalendermaand waarin de ouder of partner heeft gewerkt, kinderopvangtoeslag voor maximaal 230 uur (maximaal 2.760 uur per jaar).

Het kabinet heeft voor de verruiming van de kinderopvangtoeslag € 429 miljoen uitgetrokken.