In Nederland eindigt ongeveer één op de drie huwelijken in een echtscheiding. Dat heeft ook veel fiscale consequenties. De Belastingdienst heeft daarom het Handboek Scheiden gelanceerd.

Strategie

Het Handboek Scheiden is via het openbare deel van het Forum Fiscaal Dienstverleners (https://ffd.pleio.nl/) voor iedereen te raadplegen.

Onderdelen

Dit Handboek gaat in op diverse fiscale aspecten die bij een echtscheiding kunnen komen kijken. Zo wordt onder meer ingegaan op de gevolgen voor de eigen woning, te betalen of te ontvangen alimentatie, toeslagen en op vragen inzake het fiscale partnerschap.

Behandeling per aspect

Verschillende aspecten worden zover mogelijk apart behandeld. Zo wordt bijvoorbeeld bij het onderdeel ‘alimentatie’ apart ingegaan op partneralimentatie en op kinderalimentatie. Ook over specifieke situaties is informatie te vinden, zoals over co-ouderschap en birdnesting.

Voorbeelden

In de diverse onderdelen worden de fiscale gevolgen zo eenvoudig mogelijk uitgelegd en wordt ook gebruikgemaakt van diverse voorbeelden. Via doorklikken zijn ook Kamerstukken en Besluiten in te zien of is bij Toeslagen een proefberekening te maken, waarmee de gevolgen van echtscheiding inzichtelijk te maken zijn.

Werkgevers betalen bij het overlijden van een werknemer meestal een overlijdensuitkering aan de nabestaanden. Is een dergelijke uitkering ook belast als loon en/of met erfbelastingen zo ja, hoe?

Euro

Overlijdensuitkeringen

De Belastingdienst heeft duidelijkheid verschaft op deze vraag met een voorbeeld waarbij van twee partners met een notarieel samenlevingscontract één van hen komt te overlijden. De partner verkrijgt via de werkgever drie maandsalarissen als overlijdensuitkering. Is hierover loonbelasting verschuldigd, erfbelasting of wellicht beide?

Eén maandsalaris belastingvrij

Van de uitkering is één maandsalaris belastingvrij, zowel voor de loonbelasting als voor de erfbelasting. Een werkgever is namelijk wettelijk verplicht bij overlijden van een werknemer één maandsalaris uit te keren. De langstlevende partner verkrijgt deze of de minderjarige kinderen verkrijgen deze. Men verkrijgt deze uitkering dus volgens de wet en niet volgens het erfrecht. De erfbelasting is daarom niet van toepassing. Ook loonbelasting blijft achterwege, omdat volgens de wet bij overlijden maximaal drie maandsalarissen zijn vrijgesteld.

Erfbelasting voor tweede en derde maandsalaris 

Over het tweede en derde maandsalaris is dus geen loonbelasting verschuldigd (drie maandsalarissen zijn immers vrijgesteld van loonbelasting), maar wel erfbelasting. Deze uitkeringen vloeien namelijk voort uit de arbeidsovereenkomst en worden daarom verkregen volgens een zogenaamd derdenbeding. Over dergelijke verkrijgingen dient erfbelasting te worden betaald. 

Hogere uitkering dan drie maandsalarissen, wat nu?

De Belastingdienst gaat ook in op de situatie waarin meer dan drie maandsalarissen worden uitgekeerd. Volgens de letter van de wet zou dan zowel erf- als loonbelasting verschuldigd zijn. De vrijstelling voor de loonbelasting bedraagt namelijk maximaal drie maanden. Dubbele heffing (zowel loonbelasting als erfbelasting) is in deze situatie echter te veel van het goede. Daarom wordt goedgekeurd dat geen erfbelasting wordt geheven, maar alleen loonbelasting. 

Foreign employees who work in the Netherlands can use the so-called 30% scheme, this under certain conditions. If they can apply this scheme, 30% of the salary is a tax-free allowance with a maximum of € 69,900 (2024). The 30% scheme has been economised since the beginning of 2024, but the government wants to largely reverse this retrenchment.

Personeel

Original retrenchment

The 30% scheme can be applied for a maximum of 60 months. Since 2024, the previous cabinet has reduced the scope of the 30% rule. The 30% tax-free allowance was since 2024 applicable for the first 20 months, the following 20 months only 20% of the salary may be paid net instead of 30% and the following 20 months only 10%.

Retrenchment reversed

An amendment to be included in the Tax Plan 2025 will largely reverse the retrenchment. The proposal is to set the maximum untaxed allowance at a constant flat rate of 27% from 1 January 2027. In 2025 and 2026, a tax-free rate of 30 will remain in effect for everyone and therefore no phase-out will take place yet.

Note!For employees who were already applying the 30% scheme before 2024, the 30% rate will continue to apply over the entire 60-month period.

Increase in salary standards

To apply the 30% scheme, an employee must earn at least a certain salary. For this year this is € 46,107, for employees under 30 with a Master’s degree this is € 35,048. It has been proposed to increase both amounts to € 50,436 and € 38,338i, respectively, from 2027. These are the amounts based on 2024 and will therefore still be indexed as of 2027.

Note! This increased salary does not apply to those who already applied the 30% scheme before 2024.

30% scheme up to maximum the salary standard

As of January 1, 2024, the 30% scheme is also limited to the salary standard. This means that in 2024 a maximum of € 69,900 (30% of € 233,000) may be compensated net under the 30% scheme. The Cabinet has made no proposals to reverse this limitation.

Note! The salary standard for the year 2025 is € 246,000. In 2025, a maximum of € 73,800 (30% of € 246,000) may therefore be compensated net under the 30% rule. For employees who already applied the 30% scheme before 2023, the restriction does not apply in 2024 and 2025. They will not be affected until January 1, 2026.

Actual costs or 30% scheme?

The 30% scheme is optional. Employers can in fact also choose to reimburse the actual costs untaxed, insofar as this is fiscally possible. This option will continue to exist.

Note! The employer must choose, no later than the first pay period of a calendar year, whether to apply the 30% scheme or to reimburse the actual extraterritorial expenses. That choice then immediately applies to the entire year.

Foreign partial tax liability

Foreign employees who apply the 30% scheme will also have the option in 2024 to keep foreign capital income outside the Dutch taxation in box 2 and box 3. The employee will then be considered a foreign taxpayer for box 2 and box 3, despite living in the Netherlands. Last year it was already decided by the previous cabinet to abolish this facility by 2025. The current Cabinet has made no proposals to change this.

Note! Employees who already applied the 30% scheme before 2024 can still continue to use this facility through 2026.

Note! The Cabinet’s proposed adjustments to the 30% scheme must still be included in the 2025 Tax Plan and then approved by the Lower and Upper House of Parliament.

Het kabinet gaat de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting (Vpb) en de regeling ‘geven uit de vennootschap’ per 2025 afschaffen. Deze voorstellen staan in het Belastingplan 2025. De giftenaftrek in de inkomstenbelasting blijft gehandhaafd.

Geld

Giftenaftrek

Bedrijven waarvan de winst belast wordt met vennootschapsbelasting, zoals bv’s, kunnen giften aan een ANBI of aan een steunstichting SBBI nu nog in mindering brengen op de winst tot een bedrag van € 100.000. De aftrek kan niet meer bedragen dan 50% van de winst. Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2025 gaat deze giftenaftrek verdwijnen.

Geven uit de vennootschap ook afgeschaft

Het kabinet wil ook de regeling ‘geven uit de vennootschap’ vanaf 1 januari 2025 afschaffen. Deze regeling bestaat pas sinds 2024. Volgens deze regeling worden giften boven het maximaal aftrekbare bedrag niet aangemerkt als in box 2 te belasten voordelen en ook niet als met dividendbelasting te belasten opbrengsten.

Als deze regeling vanaf 1 januari 2025 niet meer geldt, zal elke gift die de vennootschap doet aan een ANBI of steunstichting SBBI worden behandeld als een uitdeling door de vennootschap aan de aandeelhouder(s). Op deze uitdeling wordt dan dividendbelasting ingehouden én deze uitdeling wordt belast in box 2. In box 2 geldt in 2025, afhankelijk van de hoogte van het totaal aan dividenduitkeringen in een jaar, een tarief van 24,5 of 31%.

Tip! Ter zake van de gift kan de aandeelhouder in privé – onder voorwaarden – wel gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting.

Giften in de inkomstenbelasting 

Het kabinet geeft aan dat er voor de giftenaftrek genoeg alternatieven bestaan. U kunt nog steeds, onder voorwaarden, in privé gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. 

Tip! Steunt uw vennootschap goede doelen door middel van sponsoring of reclame? Dan zijn deze kosten geen giften, maar zakelijke kosten. Deze kosten blijven, net als andere bedrijfskosten, aftrekbaar van de winst. Datzelfde geldt voor uitgaven die u doet in het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Let op! In het Hoofdlijnenakkoord was nog overeengekomen dat de giftenaftrek in de inkomstenbelasting geüniformeerd zou worden per 2028, waarmee verschillende giften gelijk behandeld zouden worden. In het Belastingplan 2025 is bekendgemaakt dat van dit voornemen wordt afgezien.

Let op! De afschaffing van de giftenaftrek in de Vpb en de regeling ‘geven uit de vennootschap’ moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer, en zijn dus nog niet definitief.

Buitenlandse werknemers die in Nederland arbeid verrichten, kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de zogenaamde 30%-regeling. Als zij deze regeling kunnen toepassen mag 30% van het loon netto worden uitbetaald, met een maximum van € 69.900 (2024). De 30%-regeling is sinds begin 2024 versoberd, maar het kabinet wil deze versobering grotendeels weer terugdraaien.

Internationaal

Oorspronkelijke versobering

De 30%-regeling kan maximaal 60 maanden worden toegepast. Sinds 2024 is door het vorige kabinet de 30%-regeling in omvang beperkt. De 30%-regeling is nog de eerste 20 maanden van toepassing, de daarop volgende 20 maanden mag in plaats van 30% nog maar 20% van het loon netto worden uitbetaald en de daarop volgende 20 maanden nog maar 10%. 

Versobering herzien

In een nog op te nemen wijziging in het Belastingplan 2025 zal de versobering grotendeels worden teruggedraaid. De afbouw van 30 naar 20 tot 10% verdwijnt dan en voorgesteld wordt om vanaf 2027 in plaats van 30 nog maar 27% van het loon netto te kunnen uitbetalen. In 2025 en 2026 blijft voor iedereen een percentage van 30 van kracht en vindt dus nog geen afbouw plaats.

Let op! Voor werknemers die vóór 2024 de 30%-regeling al toepasten, blijft over de gehele periode van 60 maanden een percentage van 30 gelden.

Verhoging salarisnormen

Om de 30%-regeling toe te kunnen passen moet een werknemer minstens een bepaald salaris verdienen. Voor dit jaar is dit € 46.107, voor werknemers jonger dan 30 jaar met een mastertitel is dit € 35.048. Voorgesteld is om beide bedragen vanaf 2027 te verhogen naar € 50.436 respectievelijk € 38.338i. Dit zijn de bedragen op basis van 2024 en deze worden dus nog per 2027 geïndexeerd.

Let op! Dit verhoogde salaris geldt niet voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 toepasten.

30%-regeling tot maximaal de balkenendenorm

Met ingang van 1 januari 2024 is de 30%-regeling ook beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm. Dit houdt in dat in 2024 maximaal € 69.900 (30% van € 233.000) onder de 30%-regeling netto vergoed mag worden. Het kabinet heeft geen voorstellen gedaan om deze beperking terug te draaien.

Let op! De balkenendenorm bedraagt voor het jaar 2025 € 246.000. In 2025 mag daarom maximaal € 73.800 (30% van € 246.000) onder de 30%-regeling netto vergoed worden. Voor werknemers die al vóór 2023 de 30%-regeling toepasten, geldt de beperking overigens in 2024 en 2025 nog niet. Zij krijgen hier pas vanaf 1 januari 2026 mee te maken.

Werkelijke kosten of 30%-regeling?

De 30%-regeling is optioneel. Werkgevers kunnen er namelijk ook voor kiezen de werkelijke  kosten onbelast te vergoeden, voor zover dit fiscaal mogelijk is. Deze mogelijkheid blijft bestaan.

Let op! De werkgever moet uiterlijk in het eerste loontijdvak van een kalenderjaar kiezen of hij de 30%-regeling toepast of de werkelijke extraterritoriale kosten vergoed. Die keuze geldt dan meteen voor het hele jaar.

Buitenlands partiële belastingplicht

Buitenlandse werknemers die de 30%-regeling toepassen hebben in 2024 ook nog de mogelijkheid om  buitenlandse kapitaalinkomsten buiten de Nederlandse belastingheffing in box 2 en  box 3 te houden. De werknemer wordt dan voor box 2 en box 3 gezien als buitenlands belastingplichtige, ondanks dat hij in Nederland woont. Vorig jaar is al door het vorige kabinet besloten om deze faciliteit te laten vervallen per 2025. Het huidige kabinet heeft geen voorstellen gedaan om dit te wijzigen. 

Let op! Werknemers die al vóór 2024 de 30%-regeling toepasten, kunnen deze faciliteit nog wel tot en met 2026 blijven gebruiken.

Let op! De door het kabinet voorgestelde aanpassingen in de 30%-regeling moeten nog in het Belastingplan 2025 worden opgenomen en daarna door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. De aanpassingen zijn dus nog niet definitief.