Op 13 september jl. presenteerde het kabinet het Regeerprogramma. Dit programma bevat een breed scala aan fiscale maatregelen die volgens het kabinet gericht zijn op het versterken van het ondernemingsklimaat, bestaanszekerheid, het bieden van fiscale stabiliteit en voorspelbaarheid. Hieronder volgt een top 10 concrete fiscale maatregelen.

Binnenhof

1. Lastenverlichting voor bedrijven

Het kabinet introduceert verschillende lastenverlichtingen voor bedrijven, waaronder:

  • de verlaging van de mkb-winstvrijstelling naar 12,03% gaat niet door; 
  • de afschaffing van de inkoop eigen aandelen gaat niet door;
  • de maximale renteaftrek in de vennootschapsbelasting wordt verhoogd van 20 naar het Europees gemiddelde van 25% van de gecorrigeerde winst (EBITDA);
  • de verhoging van de CO2-heffing voor industrie is van de baan;
  • er gaat een streep door de verhoging van de energiebelasting.

2. Stabiel regulier tarief vennootschapsbelasting

Het kabinet streeft naar een stabiel en voorspelbaar fiscaal beleid. Expliciet worden het reguliere Vpb-tarief genoemd, een aantrekkelijke fiscale kenniswerkersregeling, de WBSO en de innovatiebox. Het lijkt erop dat hiermee het kabinet uitspreekt dat deze regels en tarieven onveranderd blijven.

3. Verlaging van de overdrachtsbelasting

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting voor beleggers wordt verlaagd van 10,4 naar 8%. Dit tarief geldt voor alle onroerende zaken, behalve de eigen woning. Deze maatregel moet investeren in (huur)woningen aantrekkelijker maken.

4. Introductie derde schijf in de inkomstenbelasting

Er wordt een extra derde schijf in de inkomstenbelasting geïntroduceerd en er komt een verlaging van het tarief in de eerste schijf. Het doel is meer loon naar werken door een lastenverlichting op arbeid en verlaging van de marginale belastingdruk voor burgers. Het kabinet financiert deze lastenverlichting deels door het verlagen van de algemene heffingskorting. Na Prinsjesdag kunnen we de concrete cijfers en tarieven zien.

5. Behouden van de fiscale positie van de eigen woning

De huidige regeling rond de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait blijft ongewijzigd.

6. Tegenbewijsregeling box 3

Er komt een tegenbewijsregeling voor box 3, waardoor verhuurders de mogelijkheid krijgen om het werkelijke rendement over hun gehele vermogen aan te tonen bij de Belastingdienst.

7. Differentiatie vliegbelasting naar afstand per 2027

Deze maatregel wordt ingevoerd om de hogere uitstoot van langeafstandsvluchten zwaarder te belasten. De verhoging van de vliegbelasting wordt per 1 januari 2027 ingevoerd via een apart wetstraject of wordt opgenomen in het Belastingplan 2026.

8. Energiebelasting van huishoudens

Het tarief van de energiebelasting op aardgas zal in de eerste en tweede schijf worden verlaagd. Dit is bedoeld om de energierekening voor huishoudens te verlagen.

9. Invoering plasticheffing per 2028

Het kabinet is van plan om per 2028 een heffing op plastic in te voeren waarbij ook wordt gekeken naar mogelijke alternatieve beprijzingsmaatregelen voor het stimuleren van circulair plastic. De heffing op plastic en/of alternatieve beprijzingsmaatregelen hebben een beoogde netto-opbrengst van € 547 miljoen structureel.

10. Wetsvoorstel beëindiging salderingsregeling

Er komt een wetsvoorstel voor beëindiging van de salderingsregeling voor kleinverbruikers met ingang van 1 januari 2027.

Veel plannen zijn al eerder aangekondigd in het Hoofdlijnenakkoord van mei. De verwachting is dat een aantal plannen in uitgewerkte vorm zal terugkomen op Prinsjesdag 2024.

Ondernemers die tijdens de coronacrisis in financiële moeilijkheden kwamen, konden een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, Tozo. Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant dient de inkomensondersteuning van de Tozo over de eerste periode (Tozo-1) bij partners aan beiden te worden toegerekend.

Juridisch

Tozo

De Tozo voorzag in inkomensondersteuning en in een lening voor bedrijfskapitaal. De Tozo kende tal van voorwaarden, die gedurende de periode van toekenning verschillend waren. De Tozo was gebaseerd op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en werd uitgevoerd door de gemeentes.

Gezamenlijk recht

Voor de Tozo-1 was bepaald dat partners er gezamenlijk recht op hadden. Om de Tozo-1 uitvoerbaar te houden, was onder meer bepaald dat er geen rekening werd gehouden met het inkomen van de partner en dat ook de zogenaamde kostendelersnorm niet werd toegepast. Dit betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwoonden, de Tozo niet lager werd vanwege het feit dat de kosten gedeeld werden.

Deels bij partner belast

Omdat er een gezamenlijk recht op de Tozo-1 bestond, werd de helft van de uitkering ook bij de partner belast. In bovengenoemde zaak oordeelde de rechtbank dat dit terecht is. In deze zaak had een vrouwelijke ondernemer de Tozo-1 gekregen, terwijl haar partner voor de helft werd belast. Naar zijn mening was dit onterecht, maar de rechtbank dacht hier anders over. 

Nu de man mede-rechthebbende was, diende hij ook over zijn aandeel belasting te betalen. Dat de man zelf geen deel van de Tozo op zijn rekening had ontvangen, deed niet ter zake.

Verschillende brancheorganisaties uit de zorg, de zogenaamde BoZ+ partijen, hebben gezamenlijk voor hun leden een Fiscaal Kompas ZZP Zorg uitgegeven.

Medisch

BoZ+ partijen

De BoZ+ partijen zijn ActiZ, de Nederlandse ggz, NFU, NVZ, VGN en Zorgthuisnl. Zij willen met het Fiscaal Kompas ZZP Zorg hun leden ondersteunen bij het treffen van de nodige voorbereidingen op het afschaffen van het handhavingsmoratorium Wet DBA per 1 januari 2025.

Let op! In het Fiscaal Kompas ZZP zorg is op pagina 2 opgenomen dat de inhoud van het Fiscaal Kompas uitsluitend bestemd is voor leden van de BoZ+ partijen. Het document is gepubliceerd op het besloten deel van de brancheorganisaties. U kunt het document dus downloaden als u bent aangesloten bij een van de brancheorganisaties.

Voorgeschiedenis

De BoZ+ partijen tekenden op 6 juli 2023 een intentieverklaring met de ministeries van VWS, SZW en Financiën en met de Belastingdienst over een Fiscaal Kader ZZP Zorg. De gesprekken hierover zijn echter opgeschort. De BoZ+ partijen wilden, gezien het naderen van de einddatum van het handhavingsmoratorium, niet langer wachten met de ondersteuning van hun leden.

Fiscaal Kompas ZZP Zorg

Daarom is voor de leden het Fiscaal Kompas ZZP Zorg vrijgegeven. Dit Kompas bevat een nadere toelichting op de relevante wet- en regelgeving voor de loonheffingen in de zorg. Het is bedoeld om zorgorganisaties te ondersteunen en het kan handvaten bieden bij het beoordelen van de arbeidsrelaties. Zo bevat het Kompas onder meer een voorbeeld(raam)overeenkomst van opdracht, een toelichting op het wettelijk kader van het Kompas en een stappenplan inhuur zorgprofessionals. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de arbeidsrelaties ligt bij de zorgorganisaties zelf.

Vanaf 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst handhaven op schijnzelfstandigheid. Het handhavingsmoratorium komt dan te vervallen. Er is nog wel een overgangsjaar aangekondigd om werkgevers meer tijd te geven. Tevens gaat de Belastingdienst geen modelovereenkomsten meer goedkeuren.

Handtekening

Wet DBA

Vanaf 1 mei 2016 geldt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA), bedoeld om duidelijkheid te creëren of iemand zelfstandige is of niet. Een schijnzelfstandige is iemand die door zichzelf en zijn opdrachtgever als zzp’er wordt aangemerkt, terwijl deze persoon in werkelijkheid werknemer is. De handhaving van de wet DBA is continu opgeschort, uiteindelijk tot 1 januari 2025. Tot dat moment legt de Belastingdienst opdrachtgevers en opdrachtnemers nog geen boete of naheffing op. 

Handhavingsmoratorium

Er is nu wel sprake van een zogenaamd handhavingsmoratorium. Dit moratorium houdt in dat de Belastingdienst aanwijzingen geeft als er volgens hen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar alleen naheft in uitzonderlijke gevallen van kwaadwillendheid. 

Handhaving in werking

Vanaf 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst dus handhaven op schijnzelfstandigheid. Het handhavingsmoratorium komt dan ook te vervallen. Risicosectoren zoals de zorg, de kinderopvang, de bouw en het onderwijs zijn al extra gewaarschuwd. 

Boetes en naheffingen 

In de praktijk betekent het opheffen van het handhavingsmoratorium dat de Belastingdienst tijdens controles naheffingen kan opleggen als er binnen bedrijven en organisaties sprake is van schijnzelfstandigheid. 

Let op! Wanneer een bedrijf of organisatie niet aan de regels voldoet kan een naheffing tot maximaal vijf jaar terug worden opgelegd. De Belastingdienst gaat hierbij echter alleen met terugwerkende kracht corrigeren tot 1 januari 2025, de datum van de opheffing.

Overgangsregeling

Het kabinet heeft begin september 2024 aangekondigd dat er een overgangsregeling komt: een jaar waarin werkgevers en werkenden nog geen vergrijpboete krijgen als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid. Het kabinet heeft dit besluit genomen, omdat vanuit de markt is gevraagd om duidelijkheid over het opheffen van het handhavingsmoratorium, zodat men zich hierop kan voorbereiden. Bijkomend punt is dat de nieuwe wet op zijn vroegst pas kan ingaan op 1 januari 2026.

Geen goedkeuring meer op modelovereenkomsten

Ook is aangegeven dat  de Belastingdienst geen modelovereenkomsten meer gaat goedkeuren, omdat modelovereenkomsten vooraf geen zekerheid kunnen geven over het werken buiten dienstverband. Dit hangt namelijk af van hoe er in de praktijk wordt gewerkt, niet van wat er in een contract staat.

Werkt u met zelfstandigen? 

Controleer goed welke afspraken u met hen heeft gemaakt en hoe u dit heeft vastgelegd. Zorg ervoor dat de gemaakte afspraken op papier daadwerkelijk aansluiten bij de praktijk. Denk hierbij aan zaken zoals:

  • beding dat de zzp’er eigen verzekeringen afsluit (waaronder een aansprakelijkheidsverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering),
  • geef ruimte aan zzp’ers om voor andere opdrachtgevers te werken,
  • laat de zzp’er zelf factureren,
  • zorg dat de zzp’er zelf verantwoordelijk is voor zijn scholing en opleiding, en
  • geef de zzp’er de vrijheid om zich te laten vervangen.

Het kabinet stelt op Prinsjesdag 2024 voor om vanaf 2026 een btw-herzieningsregeling te introduceren voor investeringsdiensten van minimaal € 30.000 met betrekking tot onroerende zaken. Dit blijkt uit de Eindejaarsregeling 2024 die ter internetconsultatie is aangeboden.

Bedrijfspand

Btw-herzieningsregeling investeringsgoederen

Op dit moment bestaat er al een btw-herzieningsregeling voor investeringen in roerende en onroerende goederen. In deze regeling wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar en het gebruik van onroerende investeringsgoederen gedurende negen jaar ná het jaar van ingebruikname gevolgd.

Als gedurende die periode het gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties (deels) wijzigt, kan dit gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw kan dan worden herzien. Dat betekent dat mogelijk btw terugbetaald moet worden (als het gebruik wijzigt van oorspronkelijk btw-belast naar btw-vrijgesteld) of btw teruggevraagd kan worden.

Btw-herzieningsregeling investeringsdiensten

Voor investeringsdiensten aan onroerende zaken geldt op dit moment nog geen btw-herzieningsregeling. Zo kan bijvoorbeeld voor woningen die fors verbouwd worden en daarna voor een korte periode btw-belast verhuurd worden, de volledig btw in aftrek worden gebracht; ook als die woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden. De die btw-aftrek wordt dan niet herzien.

Let op! Niet elke verhuur van woningen is btw-belast mogelijk. In beginsel is de verhuur van een ongemeubileerde woning namelijk btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Btw-herziening investeringsdiensten

Begin 2024 werd uit een internetconsultatie al duidelijk dat het toenmalige kabinet het niet gewenst vond dat voor investeringsdiensten aan onroerende zaken geen btw-herzieningsregeling geldt. Uit een internetconsulatie van de Eindejaarsregeling 2024 van begin september jl. is op te maken dat het huidige kabinet deze mening deelt.

Daarom zal het kabinet op Prinsjesdag 2024 een wetsvoorstel indienen waarin vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling voor het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren gaat gelden voor investeringsdiensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw.

Let op! Bij diensten aan onroerende zaken moet u denken aan verbouwingen van en onderhoud aan onroerende zaken. Als zo’n dienst vanaf 1 januari 2026 minimaal € 30.000 exclusief btw bedraagt, gaat daar volgens het wetsvoorstel een herzieningsregeling voor gelden.

Tip! De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling.

Voordelig óf nadelig?

De voorgestelde regeling kan nadelig uitwerken als de btw-herziening ertoe leidt dat u afgetrokken btw deels terug moet betalen. Als het gebruik van uw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, dan kan de voorgestelde regeling ook positief uitwerken. In dat geval heeft u namelijk recht op meer btw-aftrek.

Let op! In het eerste geval kunt u de investeringsdiensten aan onroerende zaken misschien beter vóór 1 januari 2026 plannen. In het tweede geval is ingebruikname van de diensten vóór 1 januari 2026 misschien wel ongunstiger.