Schoonmakers die via het inmiddels failliete onlineplatform Helpling werkzaamheden verrichtten voor particulieren, moeten worden gezien als werknemers. Dit is de mening van de advocaat-generaal, die advies uitbrengt aan de Hoge Raad.

Juridisch

Wat waren de feiten?

Helpling had een app gelanceerd, waarmee huishoudens die behoefte hadden aan huishoudelijke ondersteuning in contact konden komen met schoonmakers. Volgens Helpling ging het daarbij om zelfstandig ondernemers. De vakbond FNV kon zich daar niet in vinden en stelde dat het ging om werknemers, omdat ze zich moesten houden aan door Helpling uitgevaardigde voorschriften.

De FNV spande samen met een schoonmaakster van Helpling een rechtszaak aan. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de schoonmakers kwalificeerden als uitzendkrachten in dienst van Helpling als uitzendonderneming. De huishoudens waren de inleners. Dit betekende dat de schoonmakers recht kregen op loondoorbetaling bij ziekte en een transitievergoeding bij ontslag. 

Een particulier is geen inlener

Zowel Helpling als de FNV zijn in cassatie gegaan bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal is evenwel van oordeel dat particulieren niet als inleners kunnen worden gezien. Dit maakt dat er geen sprake kan zijn van een uitzendovereenkomst, maar zijn de schoonmakers in dienst van Helpling. Dit kan, alhoewel Helpling inmiddels failliet is, van belang zijn voor het aanvragen van een WW-uitkering.

De curator heeft alvast alle bij het platform geregistreerde schoonmakers ontslag aangezegd. 

Reguliere arbeidsovereenkomst

De advocaat-generaal heeft de Hoge Raad geadviseerd om de zaak zelf af te doen door alsnog voor recht te verklaren dat sprake was van een reguliere arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers.

Let op!Het is uiteindelijk aan de Hoge Raad om een definitief uitsluitsel te geven over de vraag of de schoonmakers kwalificeren als werknemers in dienst van Helpling. 

Bij een geschil met de Belastingdienst kunt u in bezwaar en beroep. Als de behandeling van uw bezwaar of beroep te lang duurt, kunt u recht hebben op een schadevergoeding. Als er echter sprake is van een gering financieel belang, heeft u hierop geen recht. De Hoge Raad heeft onlangs in een arrest de omvang van dit financiële belang fors verhoogd.

Juridisch

Spanning en frustratie

De schadevergoeding is bedoeld als compensatie voor de lange wachttijd en de daarmee samenhangende spanning en frustratie. In het verleden heeft de Hoge Raad de regels rondom een schadevergoeding bepaald en voor wat betreft de hoogte vastgesteld op € 500 per half jaar termijnoverschrijding of een gedeelte van een half jaar.

Gering financieel belang

Onder ‘financieel belang’ wordt verstaan het voordeel dat de belastingplichtige heeft als hij zijn bezwaar of beroep wint. In het betreffende arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat voortaan sprake is van een gering financieel belang bij een bedrag van minder dan € 1.000. Dit is fors hoger dan het bedrag van € 15, dat gold vóór dit arrest. 

Alleen bij overschrijdingen tot één jaar

De Hoge Raad heeft tevens geoordeeld dat het nieuwe grensbedrag geldt bij overschrijdingen van de redelijke termijn tot één jaar. Wordt deze termijn langer overschreden, dan kan de rechter zelf beslissen of ook bij een geringer financieel belang dan € 1.000 een schadevergoeding wordt opgelegd.

Alleen het geschil zelf

De Hoge Raad stelt verder dat het financiële belang van € 1.000 betrekking heeft op het bedrag van het geschil zelf, dus zonder dat vergoedingen voor griffierecht, proceskostenvergoedingen en dergelijke zaken meetellen.

Oneigenlijk gebruik

De nieuwe grens is gericht op het oneigenlijk gebruik dat belastingplichtigen van schadevergoedingen maken. In de betreffende zaak was bijvoorbeeld sprake van een financieel belang van € 0,80. 

Let op!
Het heeft geen effect op lopende zaken. De wijzigingen gelden niet voor zaken waarin voorafgaand aan de datum van het arrest, 14 juni 2024, om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is verzocht en deze redelijke termijn op die datum al was overschreden.

Op de verhuur van een kajuitzeiljacht dient het lage btw-tarief van 9% te worden toegepast. Er is namelijk sprake van het gelegenheid geven tot sport met gebruik van een sportaccommodatie.

Zeilboot

Inclusief faciliteiten

In een zaak die voorlag bij de Hoge Raad werden via een all-in abonnement kajuitzeiljachten verhuurd, inclusief bijkomende faciliteiten. De huurders konden derhalve ook gebruikmaken van de jachthaven, voor aanvullende diensten zoals het onderhoud en schoonmaken werd gezorgd, evenals voor onder meer zwemvesten en vuurpijlen.

Eén prestatie

De Hoge Raad was het met het Hof Den Haag eens dat er sprake was van één prestatie. Die moest volgens het Hof aan het btw-tarief van 21% worden onderworpen, maar daar dacht de Hoge Raad anders over.

Sportaccommodatie

Aangezien zeilen fysiek inspannend is, kan zeilen volgens de Hoge Raad als sport worden aangemerkt. Bovendien is bij sportbeoefening ook het gebruik van een sportaccommodatie aan het lage btw-tarief onderworpen, aldus het arrest. Dat bij het sporten eventueel gebruik wordt gemaakt van de openbare weg of openbaar water, doet daarbij niet ter zake.

Ook recreatief

De Hoge Raad voegt hieraan toe dat het lage btw-tarief niet alleen van toepassing is op sporten in competitie- of wedstrijdverband, maar ook op recreatief sporten, zoals in de behandelde zaak. De Hoge Raad komt dan ook, anders dan het Hof, tot de conclusie dat op de gehele prestatie, dus de verhuur van het jacht inclusief facilitaire diensten, het lage btw-tarief van toepassing dient te zijn.

Bij het UWV kan vanaf 22 juli 2024 een aantal voorzieningen online worden aangevraagd. Het gaat met name om voorzieningen voor werkgevers en werknemers.

Typen

Voorzieningen UWV

Wanneer u als werkgever een werknemer met een ziekte of handicap in dienst heeft, komt u in aanmerking voor een aantal voorzieningen die u óf de werknemer ondersteunen. Er zijn ook voorzieningen gericht op zelfstandigen, startende ondernemers, het onderwijs of de privésituatie.

Online aanvragen vanaf 22 juli

Een aantal voorzieningen gericht op werkgever en werknemer kunt u vanaf 22 juli online aanvragen. Het gaat om:

  • loondispensatie
  • vervolg loondispensatie
  • subsidie voor een interne jobcoach
  • vervolgsubsidie voor een interne jobcoach
  • vergoeding werkgeversvoorziening

Dienst toevoegen in werkgeversportaal UWV

Om online een voorziening aan te kunnen vragen, moet u eerst de dienst ‘Voorzieningen’ toevoegen aan het werkgeversportaal. Dit gaat via eHerkenning. U kunt dan in het werkgeversportaal ook de brieven rondom uw aanvraag lezen. Deze staan onder ‘Brieven en documenten’. De brieven worden ook nog per post verzonden.

Er zijn plannen om grotere ondernemingen uitgebreider te laten rapporteren over duurzaamheid. Een algemene maatregel van bestuur en een wetsvoorstel hierover worden ingediend bij de Tweede en Eerste Kamer.

Typen

Geleidelijke invoering

De verplichte jaarlijkse rapportering zal in etappes worden ingevoerd. Grote beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeraars met meer dan 500 medewerkers zullen als eerste aan de verplichting moeten voldoen en wel vanaf boekjaar 2024. Voor andere grote en beursgenoteerde ondernemingen volgt de verplichting in de jaren erna.

Welke items?

Het bestuursverslag met de rapportage zal betrekking moeten hebben op ecologische, sociale en werkgelegenheidszaken, maar ook mensenrechten en de bestrijding van corruptie en omkoping zullen er deel van moeten uitmaken. Het doel van de rapportage is het verkrijgen van inzicht in de gevolgen van het bedrijf op bovengenoemde gebieden en vice versa. 

Rol accountants

Accountants zullen een verklaring moeten afgeven over de rapportage, met in eerste instantie slechts een beperkte mate van zekerheid. Die zekerheid zal in de loop der tijd dienen toe te nemen. Aan het af kunnen geven van genoemde verklaringen zullen extra eisen worden gesteld. Ook dit wordt wettelijk geregeld. De Europese Commissie heeft daartoe regels opgesteld waaraan de rapportageverplichting dient te voldoen.

Let op! Het wetsvoorstel met de regels voor accountants wordt, voordat de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer plaatsvindt, eerst nog voorgelegd aan de Raad van State. De algemene maatregel van bestuur met de rapportageverplichting gaat eerst naar de Tweede en Eerste Kamer en daarna naar de Raad van State.