Een Poolse uitzendkracht die 7 jaar lang bij Albert Heijn (AH) werkzaam was, claimde een vast dienstverband bij AH. De rechter stelde hem in het gelijk.

Juridisch

Wat speelde er? 

Een uitzendkracht werkte sinds 18 juni 2018 via een uitzendbureau bij AH. Sinds 16 maart 2020 was hij in vaste dienst bij het uitzendbureau (fase C contract).  Hij verrichtte vanaf 18 juni 2018 tot 5 november 2019 werkzaamheden voor AH in Geldermalsen en vanaf 5 november 2019 in het distributiecentrum van AH in Pijnacker, in verschillende functies waaronder heftruckchauffeur en orderverzamelaar koel (vanaf 15 augustus 2025). 

Nadat hij herhaaldelijk tevergeefs bij AH gesolliciteerd had voor een vaste functie, solliciteerde hij opnieuw op 21 oktober 2025. Nog diezelfde dag wees AH hem af op basis van gedragsproblematiek en het overtreden van de veiligheidsregels. Per e-mail van 7 oktober 2025 heeft AH aan het uitzendbureau verzocht om een andere uitzendkracht in verband met aanhoudende gedragsproblematiek. Het uitzendbureau heeft de uitzendkracht op 15 oktober 2025 laten weten dat hij niet langer aan AH werd uitgeleend in verband met zijn gedrag.  

Standpunt werknemer 

De werknemer laat het hier niet bij zitten. Hij is van oordeel dat AH misbruik van recht heeft gemaakt, door hem geen vast contract aan te bieden. Hij claimt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een verklaring voor recht dat de CAO Logistiek van AH op die arbeidsovereenkomst van toepassing is. Daarnaast claimt hij dat als de arbeidsovereenkomst wordt erkend de opzegging van 15 oktober 2025 vernietigd wordt en dat hij weer zal worden tewerkgesteld in de functie van Operator II/Magazijnmedewerker 2 te Pijnacker op basis van 150 uur per vier weken. Tevens vordert hij betaling van het salaris en achterstallig loon en aanmelding bij het pensioenfonds met terugwerkende kracht, wettelijke rente en overige vergoedingen en proceskosten. 

Standpunt werkgever 

AH ageert hiertegen door te stellen dat langdurige inlening gerechtvaardigd is door sectorspecifieke personeelsbehoefte, personeelstekort, mechanisering, taaleisen en ontziemaatregelen uit de CAO Logistiek. Daarnaast wijst AH op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau voor de inzet van personen. Ook wijst AH op gedrags- en disfunctioneringsgeschiedenis van de werknemer als reden voor het niet aanbieden van een vast dienstverband en het stopzetten van de inlening.  

Oordeel rechter 

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer vanaf 18 juni 2018 tot 15 oktober 2025 onafgebroken voor AH heeft gewerkt en dat een periode van ruim zeven jaar niet meer als tijdelijk kan worden aangemerkt. De door AH aangevoerde argumenten hiervoor en het beroep op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau vormen geen voldoende objectieve en individuele verklaring voor de lange duur van de terbeschikkingstelling. Waarschuwingen en verbetertrajecten bij de werknemer waren onvoldoende om de lange inlening te rechtvaardigen. Ook vormt het enkele feit dat vaste werknemers moeilijk te vinden zijn, geen toereikende rechtvaardiging voor het langdurig inlenen van juist deze werknemer.

De kantonrechter verwijst naar de bescherming van de Uitzendrichtlijn ((2008/104/EG) en Europese jurisprudentie waaruit naar voren komt dat de inlening van tijdelijke aard moet zijn. Dit betekent dat in dit geval sprake is geweest van misbruik van recht door AH en dat de onafgebroken inlening na 36 maanden had moeten worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De door de werknemer verzochte verklaring wordt toegewezen en bepaald wordt dat hij na ommekomst van de termijn van 36 maanden, dus vanaf 18 juni 2021, werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij AH en dat de cao voor de medewerkers van Logistiek van Albert Heijn van toepassing is. 

Let op! Er wordt nog gewerkt aan een wetsvoorstel waarin geregeld wordt dat er een maximale termijn van 36 maanden gaat gelden voor inleners. Na afloop van die termijn zou de inlener een aanbod moeten doen voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de uitzendkracht. De rechtspraak loopt hiermee dus op de invoering van het wetsvoorstel vooruit.

De btw-verleggingsregeling is volgens de Belastingdienst van toepassing op werkzaamheden aan gewassen door een loonwerker in de tuinbouwsector in opdracht van een loonbedrijf.

Belastingdienst

Btw-verleggingsregeling onderaanneming 

Voor de btw geldt een verleggingsregeling voor het in onderaanneming uitvoeren van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak. Deze verleggingsregeling zorgt ervoor dat de voor de werkzaamheden verschuldigde btw niet is verschuldigd door de onderaannemer, maar wordt verlegd naar de hoofdaannemer.  

Let op! De hoofdaannemer geeft de voor de dienstverlening van de onderaannemer verschuldigde btw aan in zijn btw-aangifte. Deze btw kan de hoofdaannemer in diezelfde btw-aangifte in aftrek brengen, indien en voor zover de hoofdaannemer recht heeft op aftrek van voorbelasting. 

Gevolgen ten onrechte geen btw-verlegd 

Past de onderaannemer de btw-verleggingsregeling ten onrechte niet toe? Dan heeft hij ten onrechte btw gefactureerd. Deze btw is de onderaannemer wel verschuldigd aan de Belastingdienst, maar de hoofdaannemer kan deze btw in principe niet in aftrek brengen.  

Let op! Onder voorwaarden is het mogelijk om deze ten onrechte gefactureerde btw te herzien. Neem contact op met onze adviseurs wat in uw situatie de mogelijkheden zijn.

Loonwerker ingehuurd door loonbedrijf 

De Belastingdienst heeft de situatie beoordeeld waarin een loonbedrijf als aannemer loonwerk verrichtte voor een opdrachtgever in de tuinbouwsector. Het loonbedrijf huurde, als hoofdaannemer, voor de uitvoering van dat loonwerk een zelfstandige loonwerker in als onderaannemer. 

Het loonwerk bestond uit het toppen, draaien en oogsten van gewassen in de volle grond, frezen en spitten in de grond en schoonspuiten en krijten van de kassen. Omdat de gewassen in de volle grond staan, kwalificeren zij als onroerende zaken. 

Belastingdienst: btw-verleggingsregeling 

De Belastingdienst is van mening dat het loonwerk kwalificeert als werkzaamheden van stoffelijke aard die in onderaanneming worden verricht met betrekking tot het onderhoud en andere dienstverlening aan bomen, planten, gewassen, grond, kassen en andere onroerende zaken. Daarom was in deze situatie de btw-verleggingsregeling van toepassing. De zelfstandige loonwerker moest de verschuldigde btw wegens het loonwerk verleggen naar het loonbedrijf. 

Het loonbedrijf moest de verschuldigde btw aangeven in de btw-aangifte. Omdat het loonbedrijf btw-belaste activiteiten verrichtte, kon het loonbedrijf deze btw in diezelfde btw-aangifte weer in aftrek brengen. 

Let op! Als de btw-verleggingsregeling van toepassing is, mag de zelfstandig loonwerker geen btw op de factuur vermelden. Wel moet de zelfstandig loonwerker het btw-identificatienummer van het loonbedrijf op de factuur vermelden, en de woorden ‘btw verlegd’ zodat duidelijk is dat de btw-verleggingsregeling van toepassing is. 

Geen btw-verlegd tussen loonbedrijf en tuinbouwer 

Op dienst die het loonbedrijf verrichtte aan de tuinbouwer is de btw-verleggingsregeling in principe niet van toepassing. Het loonbedrijf stuurde dan ook een factuur met btw. 

Let op! Dit kan anders zijn als de tuinbouwer wordt aangemerkt als zogenaamde “eigenbouwer”. Daar zal niet snel sprake van zijn, maar neem voor uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.

Vanaf 8 juni 2026 kunnen werkgevers weer een beroep doen op de Subsidieregeling Ondersteuning Werkgever Inzet Statushouders (SOWIS). Per statushouder kan dit een bedrag van € 3.000 opleveren.

Portemonnee

SOWIS

De SOWIS is bedoeld om de kosten te dekken van de extra begeleiding van statushouders die nodig is om de taal- en cultuurverschillen op de werkvloer te verkleinen. Een statushouder is een vluchteling met een asiel verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd. 

Voorwaarden 

Voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden. Zo moet je de statushouder een arbeidsovereenkomst aanbieden van minimaal 20 uur per week voor minimaal een jaar. Verder mag de statushouder op het moment van aanvraag van de SOWIS maximaal zes maanden bij je in dienst zijn. 

Tip! De aanvraagprocedure en aanvraagcriteria kun je hier vinden. Onderdeel van de aanvraagcriteria is dat je een activiteitenplan moet maken. Het Ministerie van SZW heeft een format en een handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. 

Hoogte subsidie 

Je kunt voor maximaal 8 statushouders SOWIS aanvragen. Per statushouder bedraagt de subsidie € 3.000. Als je voor het eerst SOWIS aanvraagt, ontvang je een eenmalige aanvullende subsidie van € 3.000. 

Let op! Alle activiteiten waarvoor je de SOWIS ontvangt, moet je binnen 2 jaar na de subsidieverlening afronden. 

Aanvraagperiode 

Je kunt de SOWIS aanvragen van 8 juni 2026 9.00 uur tot en met 30 september 2026 17.00 uur via deze website. In deze periode kun je één keer een aanvraag doen. Wil je in 2026 voor meer dan één statushouder subsidie aanvragen, combineer dat dan in één aanvraag. 

Let op! In totaal is er € 2.000.000 budget beschikbaar. Wacht niet te lang met aanvragen van de SOWIS. De aanvragen worden toegekend op volgende van binnenkomst.  

Ondernemers kunnen via een samenwerkingsverband SLIM-subsidie (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) aanvragen. Het aanvraagtijdvak start op 22 juni 2026 en niet, zoals eerder aangekondigd, op 8 juni 2026.

Geld

SLIM-subsidie 

Via de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Zo kun je SLIM-subsidie krijgen voor de kosten van een adviseur die een scholings- en ontwikkelingsplan maakt voor je bedrijf of je personeel loopbaan- en ontwikkeladvies geeft. Maar ook projecten om je personeel te stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen vallen onder de SLIM-subsidie. 

Maximaal € 500.000 

Een samenwerkingsverband moet uit minimaal twee mkb-ondernemingen bestaan. Samenwerkingsverbanden krijgen maximaal € 500.000 subsidie per aanvraag. Per samenwerkingspartner bedraagt het maximum € 200.000. Over het algemeen is de subsidie 60% van de subsidiabele kosten. Voor elke afgerond loopbaan- of ontwikkelingstraject geldt een vast subsidiebedrag van € 700. 

Let op!Het beschikbare budget voor samenwerkingsverbanden bedraagt € 6.000.000. Als er te veel aanvragen worden ingediend, wordt de subsidie toegedeeld via loting. 

Aanvraagtijdvak

Het aanvraagtijdvak voor de SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden zou eigenlijk aanvangen op 8 juni 2026 9.00 uur. De start van het aanvraagtijdvak is echter verplaatst naar 22 juni 2026 9.00 uur. Het aanvraagtijdvak voor samenwerkingsverbanden sluit op 20 juli 2026 17.00 (oorspronkelijk was de sluitingsdatum 6 juli 2026 17.00 uur). 

Let op! Het eerste aanvraagtijdvak voor individuele mkb-ondernemingen sloot op 4 mei 2026. Individuele mkb-ondernemingen hebben nog een tweede aanvraagtijdvak van 10 augustus 2026 9.00 tot en met 7 september 2026 9.00 uur. Samenwerkingsverbanden hebben geen tweede aanvraagtijdvak in 2026. 

Aanvragen 

Voordat je de SLIM-subsidie kunt aanvragen, moet je je eerst registreren. Dit kan via website van Uitvoering van Beleid. Houd er rekening mee dat je de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en een begroting. 

Let op! Voor de aanvraag is eHerkenning niveau 3 nodig.

Op 22 mei 2026 startte een internetconsultatie over de zorgplicht van uitleners voor de juiste inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) van arbeidsmigranten.

Belastingdienst

Deze plicht geldt vanaf 2027 voor uitleners, zoals uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven. 

Onjuiste registratie Basisregistratie Personen 

In veel gevallen staan arbeidsmigranten onjuist geregistreerd in de BRP. Arbeidsmigranten die langer dan 4 maanden in Nederland willen blijven, zijn verplicht zich binnen 5 dagen na aankomst als ingezetene laten inschrijven in de gemeente waar ze gaan wonen. Deze verplichting is niet bij alle arbeidsmigranten bekend. Hierdoor is hun woonadres onduidelijk en lopen ze mogelijk rechten mis. 

Zorgplicht uitleners 

Daarom wil het kabinet toe naar een zorgplicht rondom de registratie van alle arbeidskrachten in de BRP. De zorgplicht valt uiteen in een bevorderings- en een vergewisplicht. Deze plichten zijn al opgenomen in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), welke in 2027 in werking treedt. De verplichting is in de internetconsultatie nader uitgewerkt. 

Let op!De verplichting gaat gelden voor de meest kwetsbare groepen: de arbeidsmigranten die minder dan 150% van het wettelijk minimumloon verdienen. 

Bevorderings-en vergewisplicht 

Uitleners moeten arbeidskrachten straks in een voor hen begrijpelijke taal informeren over de verplichtingen op het gebied van registratie in de BRP. 

De uitlener moet daarnaast nagaan of de arbeidskracht ook uiteindelijk als ingezetene bij zijn woongemeente staat ingeschreven. Hierover komen nadere regels via het toelatingsstelsel voor uitleners (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten). Dit gebeurt pas nadat het toelatingsstelsel volledig is ingericht en de capaciteit van inspectie-instellingen voldoende is. 

Let op! Beide verplichtingen gaan alleen voor uitleners gelden, niet voor andere ondernemers. 

Informatievoorziening 

De overheid gaat vanaf de zomer 2026 arbeidsmigranten via mails wijzen op correcte registratie in de BRP. Arbeidsmigranten kunnen ook regionaal bij fysieke WorkinNL-informatiepunten terecht met vragen over de registratie.