In een internetconsultatie is het voorstel opgenomen om vanaf 2028 de btw op sierteeltproducten van 9% naar 21% btw te verhogen.

Agrarisch

Sierteeltproducten

Bij sierteeltproducten moet gedacht worden aan bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten. Deze producten vallen nu nog onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Het kabinet wil echter dat deze producten vanaf 1 januari 2028 onder het normale btw-tarief van 21% vallen.

Waarom?

Vanaf 1975 geldt het verlaagde btw-tarief op de levering sierteeltproducten. Het doel was om de betaalbaarheid van sierteeltproducten voor lagere inkomens te bevorderen en de werkgelegenheid in de sierteelt te stimuleren. Uit een evaluatie komt naar voren dat het btw-verlaagde btw-tarief niet geschikt is voor dit doel.

Internetconsultatie

Het kabinet begrijpt de impact van de voorgenomen btw-verhoging en wil iedereen de kans geven om te reageren op het voorstel. Daarom kan iedereen die dat wil van 26 maart 2026 tot en met 7 mei 2026 reageren op de internetconsultatie.

Eind vorig jaar is de youngtimerregeling gewijzigd. De Tweede Kamer heeft de regering onlangs echter verzocht de verhoging van de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet in een keer maar geleidelijk te laten plaatsvinden.

Auto

Youngtimerregeling in 2026

Met ingang van 2026 is de youngtimerregeling gewijzigd. In 2026 bedraagt daardoor de bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.

Overgangsregeling in 2026

Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.

Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder was, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto mag heel 2026 nog uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Huidige wettelijke regels youngtimerregeling vanaf 2027

Met ingang van 1 januari 2027 gaat, onder de huidige wettelijke regels, de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling in een keer naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.

Nieuwe wijziging youngtimerregeling vanaf 2027

De Tweede kamer meent dat de korte overgangsperiode in de huidige youngtimerregeling voor onbedoelde neveneffecten zorgt voor verkopers en gebruikers van youngtimers. De Tweede Kamer vindt dan ook dat de regering moet afzien van de verhoging van de leeftijdsgrens in een keer naar 25 jaar met ingang van 1 januari 2027.

De Tweede Kamer verzoekt de regering om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden. Dit zou dan gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economische verkeer.

E-timerregeling?

De Tweede Kamer doet ook het verzoek om een e-timerregeling uit te werken om te voorkomen dat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease massaal naar het buitenland worden geëxporteerd.

De Belastingdienst berekent 5% belastingrente als een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) 2025 vanaf 1 juli 2026 wordt opgelegd. Dit kunt u voorkomen met een tijdige aangifte of een tijdige aanvraag voorlopige aanslag.

Belastingdienst

Belastingrente

De belastingrente bedraagt in 2026 zowel voor de IB als voor de Vpb 5%. Als de Belastingdienst met een dagtekening vanaf 1 juli 2026 een (voorlopige) aanslag IB of Vpb 2025 oplegt, wordt belastingrente berekend over de periode die begint op 1 juli 2026 en die eindigt zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag.

Let op! Als de Belastingdienst te lang doet over het opleggen van de (voorlopige) aanslag, kan het zijn dat de periode eerder eindigt. De periode eindigt namelijk altijd uiterlijk veertien weken na een verzoek om een voorlopige aanslag en negentien weken na ontvangst van de aangifte.

Voorkom belastingrente IB

U kunt deze belastingrente voor de IB voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 mei 2026 uw aangifte IB 2025 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2026 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag IB 2025. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente over uw (voorlopige) aanslag IB berekenen.

Voorkomen belastingrente Vpb

Ook voor de Vpb kunt u deze belastingrente voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 juni 2026 uw aangifte Vpb 2025 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2026 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag Vpb 2025. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente over uw (voorlopige) aanslag Vpb berekenen.

Wel belastingrente bij afwijkende aanslag

De Belastingdienst berekent overigens wel belastingrente vanaf 1 juli 2026 als de aanslag afwijkt van het verzoek om een voorlopige aanslag of de ingediende aangifte. Het is daarom belangrijk dat uw aangifte juist en volledig is en het verzoek om een voorlopige aanslag zo goed mogelijk is ingeschat.

Geen belastingrente bij dagtekening vóór 1 juli 2026

Heeft de (voorlopige) aanslag 2025 een dagtekening vóór 1 juli 2026, dan berekent de Belastingdienst nooit belastingrente. Dus ook niet als de aangifte is ingediend vanaf 1 mei 2026 (voor de IB) of 1 juni 2026 (voor de Vpb) of de voorlopige aanslag is aangevraagd vanaf 1 mei 2026.

Belastingrente Vpb bij gebroken boekjaar

Heeft uw bv een gebroken boekjaar, dan berekent de Belastingdienst belastingrente voor een (voorlopige) aanslag Vpb over een periode die aanvangt zes maanden na afloop van het boekjaar.

Ook bij een gebroken boekjaar kunt u de belastingrente voorkomen. U moet dan uw aangifte Vpb juist en volledig indienen binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar of verzoeken om een voorlopige aanslag Vpb binnen vier maanden na afloop van het boekjaar.

Pensioenlichamen zijn onder voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Een van de voorwaarden is dat het pensioen niet mag worden afgekocht. De Belastingdienst is ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering bij hertrouwen van de nabestaande van een pensioengerechtigde ook is aan te merken als afkoop.

Huwelijk

Verzoekteruggaaf dividendbelasting

In de casus bij de Belastingdienst wordt uitgegaan van een buitenlands pensioenlichaam dat belegt in Nederlandse aandelen. Het pensioenlichaam wil de ingehouden dividendbelasting terugontvangen en dient daartoe een verzoek in. Teruggave is mogelijk als het pensioenlichaam vrijgesteld zou zijn van vennootschapsbelasting als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd.

Brengt slotuitkering vrijstelling in gevaar?

De Belastingdienst is daarom ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering die een nabestaande van een pensioengerechtigde ontvangt als hij of zij hertrouwt, is aan te merken als afkoop. Vanuit de verzorgingsgedachte zijn er namelijk pensioenlichamen waarbij het pensioen bij hertrouwen komt te vervallen. In de vraagstelling wordt uitgegaan van een slotuitkering van 24 keer het maandbedrag.

Slotuitkering aan te merken als overgangsregeling

De Belastingdienst is van mening dat een slotuitkering bij hertrouwen is aan te merken als een overgangsregeling. De slotuitkering is daarom niet te vergelijken met het afkopen van een pensioen en staat de vrijstelling van vennootschapsbelasting niet in de weg als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd. Het pensioenlichaam kan de dividendbelasting dus ook met succes terugvragen.

Vanaf 1 juli 2026 vervalt de Belasting Zware Motorrijtuigen (bzm). Hiervoor in de plaats komt de vrachtwagenheffing. Heeft u met een Eurovignet bzm betaald tot na 1 juli 2026, dan kunt u nu al de bzm terugvragen. U hoeft dus niet te wachten tot 1 juli 2026.

Transport

Bzm vervangen door vrachtwagenheffing

U moet in Nederland bzm betalen als uw vrachtwagen bestemd is voor het vervoer van goederen en u ermee op de snelweg wilt rijden. Dit gaat veranderen. Vanaf 1 juli 2026 moeten vrachtwagens uit binnen- en buitenland bij gebruik van de Nederlandse snelwegen en van enkele mogelijke uitwijkmogelijkheden een heffing per kilometer betalen. Dit gaat elektronisch gebeuren via speciale apparatuur.

Verzoek indienen

Als u bzm wilt terugvragen, moet u hiertoe een verzoek indienen met het formulier Verzoek teruggaaf bzm. U dient dit in te vullen en op te sturen (Belastingdienst/Centrale administratieve processen, Postbus 9051, 7300 GN, Apeldoorn) of te mailen naar bca.euromail@belastingdienst.nl.

Reden van teruggave vermelden

Als reden voor het teruggaveverzoek vult u bij vraag 3 op het formulier in dat dit het einde van de bzm per 1 juli 2026 is. Houd er rekening mee dat er € 25 aan administratiekosten wordt ingehouden op het terug te krijgen bedrag.

Let op!In Zweden en Luxemburg is een Eurovignet nog wel verplicht.