Ondernemers kunnen ook dit jaar individueel of via een samenwerkingsverband de SLIM-subsidie (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) aanvragen. Via de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd.

Euro

Waarvoor kunt u subsidie krijgen?

U kunt de SLIM-subsidie krijgen voor de kosten van een adviseur die een scholings- en ontwikkelingsplan maakt voor uw bedrijf, of uw personeel loopbaan- en ontwikkeladvies geeft. Ook projecten om uw personeel te stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen, vallen onder de subsidiemogelijkheden.

Hoeveel subsidie?

Individuele bedrijven kunnen maximaal €24.999 subsidie krijgen, voor landbouwbedrijven is dit maximaal €20.000. Samenwerkingsverbanden krijgen maximaal €500.000 per aanvraag en maximaal €200.000 per partner. De subsidie bedraagt in de meeste gevallen 60% van de subsidiabele kosten. Alleen voor loopbaan- en ontwikkeladviezen geldt een vast subsidiebedrag van €700 per afgerond loopbaan-of ontwikkelingstraject

Aanvragen SLIM-subsidie

Individuele ondernemers kunnen de SLIM-subsidie aanvragen van 7 april 2026 9.00 uur tot en met 4 mei 2026 17.00 uur. Aanvragen is ook mogelijk van 10 augustus 2026 9.00 uur tot en met 7 september 2026 17.00 uur. Samenwerkingsverbanden kunnen de subsidie aanvragen van 8 juni 2026 9.00 uur tot 6 juli 2026 17.00 uur.

Aanvragen

Als u de SLIM-subsidie wilt aanvragen, moet u zich eerst registreren. Dit kan via website van Uitvoering van Beleid. Houd er rekening mee dat u de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en begroting.

Loting

Als er te veel aanvragen worden ingediend, wordt de subsidie toegedeeld via loting. Dit was al zo voor individuele ondernemingen, maar sinds dit jaar voor het eerst ook voor samenwerkingsverbanden. Met deze nieuwe aanpak wordt voorkomen dat de beschikbare subsidie voor samenwerkingsverbanden te snel is uitgeput.

Rechtbank Noord-Nederland heeft geoordeeld dat het PAS-melderschap van invloed is op de WOZ-waarde. Wat speelde hier?

Agrarisch

PAS-melder

In deze casus was een melkveebedrijf een PAS-melder. In het verleden had dit melkveebedrijf gebruikgemaakt van de uitzondering die door het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021 (het PAS) werd geboden op de vergunningsplicht voor bepaalde activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken.

WOZ-waarde lager?

De eigenaar van het melkveebedrijf vond dat de WOZ-waarde lager moest worden vastgesteld omdat hij een PAS-melder was. De verkoopbaarheid van zijn bedrijf stond namelijk al sinds 2019 onder grote druk ten opzichte van agrarische bedrijven die wel over de benodigde vergunningen beschikten.

Oordeel rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank Noord-Nederland vond, net als het melkveebedrijf, dat bij het bepalen van de WOZ-waarde rekening gehouden moest worden met het PAS-melderschap.

In 2019 oordeelde de Raad van State immers dat PAS-melders alsnog vergunningsplichtig waren. Na het vaststellen van een legalisatieprogramma door de Minister van LNV, had aanvankelijk in 2025 duidelijkheid voor PAS-melders moeten bestaan. Die termijn is echter inmiddels verlengd naar 2028. Dit heeft een waardeverminderend effect. En dit effect deed zich ook voor bij het melkveebedrijf, aldus de rechtbank.

Agrarische taxatiewijzer

De in de door de gemeenteambtenaar gebruikte agrarische taxatiewijzer zijn kengetallen opgenomen die gebaseerd zijn op agrarische objecten die wél over de benodigde vergunningen beschikken. Daarom is deze taxatiewijzer naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer toepasbaar voor de waardebepaling bij een PAS-melder.

Let op!De WOZ-waarde werd in deze casus door de rechter verlaagd van € 1.091.000 naar € 850.000. Deze verlaging betrof deze specifieke casus en kan daarom niet een op een getalsmatig worden doorgetrokken naar andere casussen.

De rechtbank gaf nog aan dat het feit dat er inmiddels aan oplossingen wordt gewerkt voor de PAS-melders en dat uitkoop ook een optie was, niet leidde tot een ander oordeel. Ook het gegeven dat het betreffende melkveebedrijf nog draaide en als kansrijk kon worden gezien, maakte niet dat er geen waardedruk was. Hetzelfde gold voor de vestiging van het bedrijf buiten een Natura 2000-gebied.

Vanaf 2027 geldt een 12% pseudo-eindheffing voor de fossiele personenauto van de zaak. De Tweede Kamer heeft de regering verzocht om te werken aan oplossingen voor ongewenste effecten van deze regeling.

Auto

Pseudo-eindheffing voor personenauto met CO2-uitstoot

Met ingang van 1 januari 2027 wordt een 12% pseudo-eindheffing in de loonbelasting ingevoerd. Vanaf dat moment is een werkgever 12% pseudo-eindheffing verschuldigd over de cataloguswaarde van een personenauto met CO2-uitstoot die hij aan een werknemer ter beschikking stelt.

Tip! De heffing geldt niet voor personenauto’s die niet privé gebruikt worden, waarbij woon-werkverkeerkilometers als privé worden aangemerkt. Verder geldt de heffing ook niet voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot of voor auto’s die geen personenauto zijn (bijvoorbeeld een bestelauto).

Let op! Voor personenauto’s die een werkgever al vóór 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze personenauto’s geldt de heffing voor de werkgever pas vanaf 18 september 2030. Wijzigt een werknemer van werkgever en neemt hij de personenauto mee, dan vervalt het overgangsrecht voor die personenauto en geldt voor de nieuwe werkgever wel meteen de pseudo-eindheffing.

Heffing bij fossiel vervangend vervoer

De pseudo-eindheffing is de hele maand van toepassing, ook als een fossiele personenauto slechts enkele uren of een dag ter beschikking wordt gesteld in die maand. Dit betekent dat bij een vervangende personenauto met een CO2-uitstoot groter dan nul, de werkgever in die maand 12% eindheffing verschuldigd is over de cataloguswaarde van de vervangende personenauto.

Schadeherstel- en verhuurbedrijven

De Tweede Kamer heeft dit ongewenste effect van de nieuwe eindheffing ook opgemerkt. De pseudo-eindheffing zou schadeherstel- en verhuurbedrijven in de huidige vorm immers min of meer dwingen tot een volledig elektrisch wagenpark met ingang van 2027. Dat is irreëel gezien de lopende afspraken van deze bedrijven met betrekking tot het wagenpark en vanwege onvoldoende laadcapaciteit (en door de netcongestie ook geen zicht op snelle uitbreiding van die capaciteit).

Rijscholen

Daarnaast leidt de pseudo-eindheffing tot extra administratieve lasten voor onder andere rijscholen. Een elektrische personenauto is namelijk een automaat. Om te leren schakelen zal een lesauto daarom altijd een brandstofauto moeten zijn (met een CO2-uitstoot groter dan nul). Het bijhouden van een rittenregistratie om aan te tonen dat er niet privé met de personenauto wordt gereden is gezien het gebruik van de lesauto onwerkbaar. Lesauto’s gaan immers niet van A naar B, maar rijden willekeurig rond tijdens de lessen.

Wegnemen ongewenste effecten

Daarom verzoekt de Tweede Kamer de regering om in overleg met de sector te werken aan oplossingen voor deze ongewenste effecten van de pseudo-eindheffing.

The European Commission (EC) aims to make it possible to quickly establish a European limited liability company without initial capital: the EU Inc. The EU Inc. can operate in multiple countries, thereby enhancing the competitiveness of European companies.

EU

Simplicity Is Key

The simplicity of the plan is key. Currently, anyone wishing to operate in multiple EU member states often has to set up a separate company in each member state, such as a subsidiary. Each member state has its own conditions and rules regarding matters such as start-up capital and registration. An EU Inc. would greatly simplify this process through a harmonized set of rules. Choosing an EU Inc. is optional.

Fast and affordable

The incorporation of an EU Inc. can be completed entirely digitally within 48 hours for less than €100. There is also no capital requirement. Furthermore, a central EU registry containing company data will be introduced, and companies will automatically receive tax and VAT numbers upon registration. Bankruptcy proceedings will also be conducted entirely digitally. 

Stock option plans

EU Inc. companies can launch stock option plans for their employees, with tax obligations to the tax authorities only arising upon the sale of the options. Investing is simplified by eliminating formal procedures and intermediaries in share transactions. Member states can decide for themselves whether to grant EU Inc. access to the stock market, whereby protection can be offered against hostile takeovers.

Several new initiatives

The EU announced several new initiatives, such as digitizing communication beatween businesses and the government as much as possible. There are also plans to establish separate judicial chambers for EU Inc. companies. Furthermore, the goal is to enable fully cross-border remote work for startups and scale-ups. Other initiatives include improving access to capital and evaluating European venture capital funds, creating equal tax frameworks, and reducing administrative burdens.

Implementation via regulation

The EU Inc. will be introduced via a regulation. The advantage is that this will have direct effect in all member states. A disadvantage is that unanimous support is required for a regulation. This carries the risk that countries will seek to add exceptions during the negotiations. The goal is to finalize decision-making on the EU Inc. by 2026.

De Europese Commissie (EC) wil het mogelijk maken om snel en zonder startkapitaal een Europese bv op te richten: de EU Inc. De EU Inc. kan in meerdere landen activiteiten verrichten, zodat het concurrentievermogen van Europese bedrijven verbetert.

EU

Eenvoud belangrijkst

De eenvoud van het plan is het belangrijkst. Wie momenteel in verschillende EU-lidstaten actief wil zijn, moet vaak in iedere lidstaat een apart bedrijf oprichten in de vorm van bijvoorbeeld een dochtermaatschappij. Daarvoor gelden in iedere lidstaat aparte voorwaarden en regels met betrekking tot onder meer startkapitaal en registratie. Via een EU Inc. wordt dit met een geharmoniseerd aantal regels sterk vereenvoudigd. De keuze voor een EU Inc. is optioneel.

Snel en goedkoop

De oprichting van een EU Inc. kan binnen 48 uur volledig digitaal plaatsvinden voor minder dan € 100. Er is ook geen kapitaalvereiste. Verder wordt er een centraal EU-register met bedrijfsgegevens ingevoerd en ontvangen de bedrijven na registratie automatisch belasting- en btw-nummers. Ook faillissementsprocedures verlopen volledig digitaal. 

Optieplannen

EU Inc.-bedrijven kunnen optieplannen voor hun werknemers starten, waarbij pas bij verkoop van de opties met de Belastingdienst hoeft te worden afgerekend. Investeren wordt vereenvoudigd door formele procedures en tussenpersonen bij aandelentransacties af te schaffen. Lidstaten kunnen zelf beslissen of ze de EU Inc. toegang verlenen tot de beurs, waarbij bescherming kan worden geboden tegen vijandige overnames. 

Meerdere nieuwe initiatieven

De EU kondigde meerdere nieuwe initiatieven aan, zoals het zoveel mogelijk digitaliseren van de communicatie tussen bedrijven en overheid. Ook is het de bedoeling dat er aparte gerechtelijke Kamers komen voor EU Inc. bedrijven. Verder streeft men naar volledig grensoverschrijdend telewerken voor start-ups en scale-ups. Andere initiatieven betreffen het verbeteren van toegang tot kapitaal en een evaluatie van Europese durfkapitaalfondsen, het scheppen van gelijke fiscale kaders en een vermindering van de administratieve lasten.

Invoering via verordening

De EU Inc. zal via een verordening worden ingevoerd. Het voordeel is dat dit een directe werking heeft in alle lidstaten. Een nadeel is dat unanieme steun voor een verordening vereist is. Dit brengt het risico mee dat landen tijdens de onderhandelingen uitzonderingen willen toevoegen. Het streven is de besluitvorming inzake de EU Inc. nog in 2026 af te ronden.