Werkgevers mogen in 2025 voor de kosten van huisvesting van een werknemer maximaal 25% van het wettelijk minimumloon inhouden op dit minimumloon. Het plan om dit percentage te verlagen en uiteindelijk de inhouding te verbieden, gaat vooralsnog niet door.

Woning

Inhouding huisvestingskosten

Inhouding van de kosten van huisvesting op het minimumloon gebeurt vooral bij arbeidsmigranten. Werkgevers zorgen dan namelijk vaak voor die huisvesting.

Plan: afbouw en afschaffen

Bij een minimumloon mag een werkgever voor huisvesting in 2025 maximaal 25% van dat loon inhouden. Het plan was om dit percentage vanaf 2026 met 5% per jaar af te bouwen. Vanaf 2030 zou het dan verboden zijn om de kosten van huisvesting in te houden op het wettelijk minimumloon. Doel van dit plan was om de uitbuiting van arbeidsmigranten tegen te gaan.

Besluit: toch geen afbouw

Het kabinet is echter tot de conclusie gekomen dat de afbouw van de inhouding eigenlijk meer nadelen dan voordelen voor de arbeidsmigrant heeft. De huidige regeling maakt het voor werkgevers en arbeidsmigranten namelijk makkelijker om huisvesting te regelen. Bovendien verliest de overheid het toezicht op de kwaliteit van de woning, als de regeling wordt afgeschaft. Om die reden kiest het kabinet er nu voor om de geplande afbouw (nog) niet in te voeren.

Let op! Het is uiteraard niet uitgesloten dat een nieuw kabinet alsnog ervoor kiest om de regeling af te bouwen. Dat zal dan in ieder geval niet per 1 januari 2026 zijn.

Een head-spa-behandeling is belast tegen het hoge btw-tarief van 21%, aldus de Belastingdienst. Als kappers zo’n behandeling uitvoeren wijkt het btw-percentage van 21 % af van hun andere diensten die over het algemeen belast zijn tegen 9% btw.

Overheid

Head-spa-behandeling: 21% btw

Bij een head-spa-behandeling wordt de hoofdhuid onder meer gewassen, gescrubd, gemasseerd en met stoom behandeld. Ook worden de nek, schouders en/of handen gemasseerd en het haar geföhnd. De Belastingdienst is van mening dat deze behandeling niet het werk is van een kapper waarop het lage btw-tarief van toepassing is.

Dit is zo, volgens de Belastingdienst, omdat het overgrote deel van de behandeling niet gericht is op het haar. De Belastingdienst geeft daarbij aan dat het niet uitmaakt dat een deel van de behandeling, bijvoorbeeld het wassen en föhnen van het haar, ook door kappers wordt verricht.

Diensten kapper: 9% btw

Het 9% btw-tarief is voor kappers alleen van toepassing op diensten die door kappers als zodanig worden verricht. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan het knippen, wassen en verven van haar en het aanbrengen van een permanent.

Let op! Een kapper die bijvoorbeeld ook (bruids)make-up aanbrengt of (gel)nagels verzorgt, mag op deze dienst ook niet het 9% btw-tarief toepassen. Dit zijn namelijk geen diensten die een kapper als zodanig verricht. Hiervoor geldt daarom het 21% btw-tarief.

Als een personeelsobligatie een rente heeft die hoger is dan marktconform, behoort slechts de marktconforme rente tot het werkelijke rendement in box 3. Hoe zit dit?

Euro

Personeelsobligatie

Een personeelsobligatie is een niet-verhandelbare obligatie die door een onderneming tegen speciale voorwaarden aan werknemers wordt aangeboden. Als de rente op deze obligatie op het moment van aankoop door een werknemer hoger is dan marktconform, heeft de werknemer een rentevoordeel dat belast is als loon uit de dienstbetrekking.

Let op!Dit rentevoordeel kan door de werkgever ook aangewezen worden in de vrije ruimte. De werkgever neemt dan belasting voor zijn rekening. Als en voor zover op jaarbasis de vrije ruimte wordt overschreden betaalt de werkgever 80% eindheffing.

Box 3

De personeelsobligatie behoort tot box 3. Hierbij is de vraag hoe het werkelijke rendement in box 3 voor de tegenbewijsregeling moet worden berekend. De Belastingdienst heeft aangegeven dat alleen de marktconforme rente bij de werknemer als rendement in aanmerking hoeft te komen bij de bepaling van het totale werkelijke rendement in box 3. Het rentevoordeel blijft in box 3 dus buiten aanmerking.

Een Vereniging van Eigenaren (VvE) hoeft geen energiebelasting te betalen over zelf opgewekte energie via zonnepanelen. Ook is geen Opslag Duurzame Energie (ODE) verschuldigd. Wat speelde er?

Zonnepanelen

Energiebelasting en ODE

De energiebelasting is bedoeld als prikkel om het energieverbruik te beperken. De belasting bedraagt ongeveer 70 cent per kuub gas en ongeveer 12 cent per kWh stroom. De ODE bestond tot 2023 en was een heffing waarmee projecten voor duurzame energie werden gefinancierd. De ODE maakt nu onderdeel uit van de energiebelasting.

Een experiment met zonnestroom

In een zaak die voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch speelde, deed een VvE in het kader van een project van het Ministerie van Economische Zaken mee aan een experiment decentrale duurzame elektriciteitsopwekking. Deze VvE was ook beheerder van dit experimentnet. Op de daken van de gebouwen zijn hiervoor zonnepanelen geplaatst, ook is er een bijbehorende zonnestroominstallatie geplaatst.

Ook was er een grootverbruikersaansluiting met een energieleverancier. Deze leverde energie als er minder energie was opgewekt dan verbruikt en nam daarnaast stroom af in de omgekeerde situatie.

Levert VvE stroom?

Voor het Hof stond allereerst de vraag centraal of de VvE stroom leverde aan de eigenaren van de appartementen. Daarvoor was van belang of de VvE als eigenaar over de stroom had kunnen beschikken. Volgens het gerechtshof was dit niet het geval, omdat de opgewekte stroom in eigendom was en bleef van de eigenaren van de appartementen. Zo kon de VvE onder meer niet besluiten om de energie aan een derde te verkopen en fungeerde ze slechts als beheerder.

Deels eigen verbruik

Het Hof was verder van oordeel dat er ook geen sprake was van gedeeltelijk eigen gebruik door de VvE voor wat betreft de energie die werd gebruikt in gezamenlijke ruimtes. Ook die ruimtes waren namelijk in eigendom van de eigenaren van de appartementen. 

Conclusie

Het gerechtshof komt tot de conclusie dat deze VvE nooit de beschikkingsmacht over de energie heeft gehad. De naheffingsaanslag inclusief rente en boete van in totaal ruim € 177.000 kwamen dan ook te vervallen.

Sommige hulpmiddelen zijn aftrekbaar als zorgkosten. Maar zijn de met die hulpmiddelen samenhangende energiekosten dan ook aftrekbaar?

Invalide

Zorgkosten

Sommige zorgkosten zijn onder voorwaarden, boven een drempelbedrag, aftrekbaar. Ook hulpmiddelen behoren daartoe. Wel gelden er enkele voorwaarden en uitsluitingen. Zo kunnen hulpmiddelen alleen aftrekbaar zijn als ze hoofdzakelijk door zieke en invalide personen worden gebruikt. 

Tip! Alles over de aftrek van zorgkosten kunt u hier nalezen.

Ook energiekosten?

De Belastingdienst heeft duidelijk gemaakt dat energiekosten op zichzelf niet aftrekbaar zijn als zorgkosten, omdat het geen stoffelijke zaak betreft. Moet bijvoorbeeld een kamer vanwege een ziekte op een bepaalde temperatuur worden gehouden, dan zijn deze energiekosten dus niet aftrekbaar.

Samenhangende kosten

Kosten die samenhangen met een hulpmiddel, kunnen daarentegen wel voor aftrek in aanmerking komen. Hierbij kan gedacht worden aan onderhouds- of verzekeringskosten. Ook energiekosten kunnen daarom in aftrek komen als zorgkosten, maar alleen als ze samenhangen met een hulpmiddel dat ook aftrekbaar is. 

Bewijslast

De bewijslast met betrekking tot de in aftrek te brengen energiekosten ligt bij belastingplichtige. Die zal het energieverbruik dienen te vermenigvuldigen met zijn gemiddelde energieprijs om zodoende de aftrek aan energiekosten te kunnen onderbouwen.