Hoe verloopt de belastingheffing als een werknemer deelneemt aan een door de werkgever aangeboden bonusplan of virtuele aandelen? Aan de hand van een tweetal casussen wordt dit uitgelegd.

Belastingdienst

Casus bonusplan

Een werkgever biedt zijn werknemers de mogelijkheid om loon uit te ruilen voor een bonusplan. De werknemer kiest in januari of hij deelneemt (de minimale inleg is 5% van het loon) en ruilt dan gedurende het jaar loon uit. Als bepaalde targets worden behaald, wordt in april van het volgende jaar de bonus uit het bonusplan uitgekeerd. Gaat een werknemer gedurende het kalenderjaar uit dienst of overlijdt hij, dan wordt het brutoloon waarvan is afgezien ineens uitbetaald. Op deze uitbetaling houdt de werkgever dan loonheffing in.

Het moment van uitruil

Op de vraag hoe de belastingheffing verloopt, antwoordt de Belastingdienst dat loonheffing verschuldigd is op het moment van uitruil van het loon. Op het brutoloon waar de werknemer maandelijks van afziet, moet dan ook loonheffing ingehouden worden, zo geeft de Belastingdienst aan. De Belastingdienst vindt namelijk dat in dit geval sprake is van het verschuiven van het genietingsmoment naar een ongebruikelijk tijdstip. In dat geval wordt op grond van de wet met het verschuiven geen rekening gehouden en vindt belastingheffing dus plaats op het moment van afzien van het loon.

Het moment van uitkeren bonus

Ook de uitkering van de bonus in april van het volgende jaar vormt volgens de Belastingdienst loon waarop loonheffing moet worden ingehouden. Voor de berekening van de loonheffing mag op dit loon wel het in het voorgaande jaar uitgeruilde loon in mindering worden gebracht, aldus de Belastingdienst. Op die manier vindt geen dubbele heffing plaats.

Let op! Het belastbare loon in april kan nooit negatief worden, vindt de Belastingdienst. Als de bonus lager is dan het in het voorgaande jaar uitgeruilde loon, bedraagt het loon in april dus nihil.

Casus virtueel aandelenplan

De Belastingdienst komt met eenzelfde oordeel in een casus waarin een werkgever zijn werknemers de mogelijkheid biedt om loon uit te ruilen voor een virtueel aandelenplan. Een virtueel aandelenplan geeft recht op een bedrag gebaseerd op de waarde van de aandelen. Het betreft geen echte aandelen in het kapitaal van de werkgever. 

De werknemer kiest begin januari of hij deelneemt aan dit virtueel aandelenplan en ruilt dan gedurende het jaar loon uit. Deze virtuele aandelen geven na drie jaar recht op een uitkering, mits de werknemer op dat moment nog in dienst is. De werkgever betaalt die uitkering dan ook uit. Gaat een werknemer gedurende het kalenderjaar uit dienst of overlijdt hij, dan wordt het brutoloon waarvan is afgezien ineens uitbetaald. Op deze uitbetaling houdt de werkgever dan loonheffing in.

Ook bij deze uitruil vindt de Belastingdienst dat loonheffing verschuldigd is op het moment van uitruil van het loon. Op het brutoloon waar de werknemer maandelijks van afziet, moet dan ook loonheffing ingehouden worden. Ook de uitkering na drie jaar (de opbrengst uit de virtuele aandelen) vormt volgens de Belastingdienst  loon waarop loonheffing moet worden ingehouden. Voor de berekening van de loonheffing mag op dit loon wel het in de voorgaande jaren uitgeruilde loon in mindering worden gebracht. Op die manier vindt ook hier geen dubbele heffing plaats. De Belastingdienst vindt echter ook in deze situatie dat het loon niet negatief kan worden.

Let op! De Belastingdienst beantwoordt hier vragen in twee specifieke situaties. Het gegeven antwoord is bovendien de mening van de Belastingdienst. Neem voor een fiscale beoordeling van uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.

De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie wordt met twee jaar verlengd. Dit heeft staatssecretaris Struycken aan de Tweede Kamer laten weten. Met een turboliquidatie kan een bv of een andere rechtspersoon snel worden beëindigd en ontbonden.

Strategie

Eis voor turboliquidatie

Om een rechtspersoon, zoals een bv, via een turboliquidatie te beëindigen is vereist dat er geen bezittingen en vorderingen meer in de bv zijn op het moment van ontbinding van de bv.

Geen turboliquidatie

Zijn er nog wel bezittingen en vorderingen dan kan de bv niet via een turboliquidatie beëindigd worden. U moet dan de wettelijke vereffeningsprocedure volgen. Ook als er nog veel schulden zijn of bijvoorbeeld nog arbeidsovereenkomsten is het niet verstandig om te kiezen voor een turboliquidatie. Als een en ander namelijk niet op juiste wijze wordt afgewikkeld, loopt u het risico persoonlijk aansprakelijk gesteld te worden.

Let op! Neem voor advies over uw eigen situatie altijd contact op met een van onze adviseurs.

Waarom turboliquidatie

Via een turboliquidatie kan worden voorkomen dat de schulden verder oplopen. Zonder turboliquidatie zal in deze situaties vaak een ‘regulier’ faillissement volgen, waarbij schuldeisers meestal veel minder geld terugkrijgen dan bij een turboliquidatie. Een ander voordeel is dat de kosten die komen kijken bij het beëindigen van een rechtspersoon door de snelle beëindiging een stuk lager liggen dan bij een wettelijke vereffeningsprocedure. 

Werking tijdelijk wet

De Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie die sinds 15 november 2023 van kracht is, biedt meer transparantie en controle voor schuldeisers. Zo moeten schuldeisers verplicht worden geïnformeerd over een voorgenomen bedrijfsbeëindiging en moet er financiële verantwoording worden afgelegd bij de Kamer van Koophandel. Schuldeisers kunnen dan inzage eisen in de administratie, eventueel bestuurders aansprakelijk stellen.

Als niet aan de eisen van een turboliquidatie wordt voldaan, kan een schuldeiser ook een rechter vragen de turboliquidatie ongedaan te maken.

Let op! Misbruik maken van turboliquidatie is strafbaar en kan leiden tot een bestuursverbod van maximaal vijf jaar.

Tijdelijke wet wordt permanent

Uit een evaluatie blijkt dat met de tijdelijke wet de te bereiken doelen worden gehaald. Gezien de vele voordelen van de tijdelijke wet heeft de staatssecretaris inmiddels een wetswijziging in voorbereiding om de Tijdelijke wet transparantie bij turboliquidaties permanent te maken. Wel blijkt uit de evaluatie dat de wet beter gehandhaafd dient te worden. Daarom zal dit ook onderdeel uitmaken van de definitieve wetswijziging. Door de verlenging van de tijdelijke wet met twee jaar blijven de voordelen ervan in de tussentijd in ieder geval in stand.

De Europese Raad heeft een richtlijn aangenomen inzake de btw op afstandsverkopen van buiten de EU. Volgens deze richtlijn moeten de leveranciers de btw voortaan bij invoer voldoen. Hierdoor worden de leveranciers aangemoedigd hiervoor het zogenaamde éénloketsysteem, IOSS, te gebruiken.

Internationaal

Eénloketsysteem

Handelaren binnen de EU die zakendoen met afnemers die geen btw-aangifte doen, zoals particulieren, kunnen nu al gebruikmaken van het éénloketsysteem, het IOSS. De handelaren moeten de btw namelijk meestal berekenen in het land van de ontvanger van de goederen en de btw hier ook voldoen. Door gebruik te maken van één centraal punt van de Belastingdienst, het éénloketsysteem, kan men de btw ieder kwartaal aangeven en ook betalen. De Belastingdienst zorgt ervoor dat de meldingen en betalingen worden doorgestuurd naar de betreffende landen.

Meer gebruik éénloketsysteem

Omdat handelaren en platforms buiten de EU verplicht worden de btw af te dragen in het land van de ontvanger van de goederen, zullen ze hiervoor bij voorkeur het éénloketsysteem gaan gebruiken. Op die manier hoeven ze niet in ieder land aangifte en betalingen te doen. Een bijkomend voordeel is dat de lidstaten zekerder zijn van hun btw-inkomsten. Ook wordt de last van de btw-inning verlegd van de consument naar de leverancier.

Ingangsdatum

De beoogde ingangsdatum van de nieuwe regeling is 1 juli 2028.

Hoe hoog is de overdrachtsbelasting als je met meerdere personen een woning koopt, die niet juridisch gesplitst is, maar waarbij elke koper een exclusief gebruiksrecht verkrijgt op een bepaald deel van de woning?

Woning

Woningdelers

In de huidige krappe woningmarkt zal het vast vaker voorkomen. Twee of meer personen kopen gezamenlijk een woning. De woning is niet gesplitst, maar bestaat wel uit meerdere zelfstandige woongedeelten. De kopers sluiten met elkaar een gebruikersovereenkomst waarbij iedere koper het exclusieve gebruiksrecht heeft op een zelfstandig woongedeelte. De kopers verklaren bij de notaris ook dat zij hun zelfstandige woongedeelte ook anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken.

Overdrachtsbelasting?

Bedraagt de overdrachtsbelasting in zo’n geval 10,4% of kunnen de kopers een beroep doen op het 2%-tarief? Of kunnen ze zelfs, als ze tussen de 18 en 35 jaar oud zijn en niet eerder de startersvrijstelling gebruikten, een beroep doen op de startersvrijstelling?

2% of startersvrijstelling!

De Belastingdienst antwoordde op deze vraag dat in deze situatie het 2%-tarief of de startersvrijstelling kan worden toegepast.

Let op! Overleg over uw eigen specifieke situatie altijd met onze adviseurs en de notaris of in uw geval ook het 2%-tarief of de startersvrijstelling kan worden toegepast.

Als u via uw bv investeert in cryptovaluta of andere vormen van belegging, is van belang dat duidelijk vastligt of het een investering van uw bv betreft of dat u als dga in privé investeert. Dit moet blijken uit de feiten en omstandigheden. Is een en ander onvoldoende duidelijk, dan kan dit in bepaalde situaties tot een ongunstige belastingafrekening leiden.

Dobbelstenen

Oplichting vanuit Midden-Oosten

In een zaak die onlangs behandeld werd door de rechtbank in Den Haag, had de dga van een bv € 250.000 geïnvesteerd in crypto-tokens. De overeenkomst omtrent de investering was gesloten met een vennootschap die gevestigd was in de Verenigde Arabische Emiraten. Kort na de investering werd duidelijk dat er sprake was van oplichting en dat de investering als verloren kon worden beschouwd. 

Draait dga of bv op voor verlies?

Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de investering voor rekening van de dga of van de bv was gedaan. De bv en de dga waren van mening dat er sprake was geweest van een investering door de bv. Zij wilden het verlies dan ook ten laste van de winst van de bv brengen. De inspecteur was van mening dat de dga in privé in de crypto-tokens had gehandeld en achtte het verlies dan ook niet aftrekbaar voor de bv.

Overeenkomst in privé gesloten

Volgens de rechtbank bleek uit de stukken dat de overeenkomst met de vennootschap uit de Verenigde Arabische Emiraten door de dga in privé gesloten was. Dat de dga als bestuurder van de bv of in opdracht van de bv had gehandeld, bleek niet uit de feiten. Volgens de rechtbank was niet van belang dat de investering vanaf een rekening van de bv was gedaan. Ook het feit dat de investering als ‘effecten’ in de jaarrekening geboekt was, maakte geen verschil. Ten tijde van de opstelling ervan was immers al duidelijk dat de investering waardeloos moest worden geacht.

Winstuitdeling

Een en ander leidde tot de conclusie dat er sprake was van een winstuitdeling ter grootte van € 250.000. De rechtbank was het met de inspecteur eens dat de dga hiervoor in box 2 belast diende te worden. 

Tip! Investeert u als dga vanuit uw bv? Maak met uw bv afspraken over deze investering en leg deze zorgvuldig vast.