Wat kun je of moet je als ondernemer, dga, werkgever of particulier voor het einde van 2026 regelen? Of waar moet je juist mee wachten? Wat verandert er per 2027 waar je nu al op kunt anticiperen? We geven je een aantal belangrijke tips.

Vuurwerk

Let op! Vanwege grote onzekerheid of plannen van het kabinet wel door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd, kan een aantal van onderstaande tips voor het einde van het jaar (deels) nog wijzigen. Houd daar rekening mee!

1. Dividend uitkeren in 2026 of toch niet?

Moet je dit jaar nog dividend uitkeren of kun je beter wachten tot 2026? Het antwoord op die vraag is niet voor iedereen gelijk te beantwoorden. Neem in je overweging in ieder geval de volgende punten mee:

  • Het kan verstandig zijn een dividend vast te stellen ter grootte van de eerste schijf van 24,5%. Deze schijf loopt in 2026 tot € 68.843 en als je een fiscale partner hebt tot € 137.686. Boven die grens bedraagt het tarief 31%.
  • Houd er wel rekening mee door de dividenduitkering mogelijk je algemene heffingskorting extra daalt. Hierdoor kan de dividenduitkering toch minder aantrekkelijk zijn dan gedacht. Heb je sowieso al geen recht meer op de algemene heffingskorting, dan treedt dit effect overigens niet op. Overleg hierover met onze adviseurs. Doe dat ook als je de AOW-gerechtigde leeftijd al hebt bereikt, in verband met een mogelijk effect van de dividenduitkering op de ouderenkorting.
  • Het kabinet heeft een plan geopperd om de tweede schijf van 31% in de jaren 2027 tot en met 2030 te verlagen met 1,8%-punt naar 29,2%. Dit kan een reden zijn om het dividend dat uitstijgt boven de eerste schijf van € 68.843/€ 137.686 uit te stellen naar 2027. In verband met het eerst volmaken van de eerste schijf van 24,5% die in 2027 loopt tot waarschijnlijk € 69.607 (bij fiscale partners € 139.214), lijkt uitstellen naar 2027 van dit dividend sowieso verstandiger.
  • Of het verstandig is om in 2026 nog dividend uit te keren, zal ook afhankelijk zijn van het bestedingsdoel. Geef je het dividend in 2026 nog uit of valt dit begin 2027 meteen in box 3? Dat laatste maakt de dividenduitkering tegen 24,5% weer iets minder gunstig.
  • Als de dividenduitkering nodig is om een excessieve leningstand te verminderen tot onder de grens voor het excessief lenen, dan zal het dividend ook sowieso in 2026 moeten worden uitgekeerd.

Let op! Overleg over je eigen situatie met onze adviseurs. Zij kunnen berekenen wat het effect van de dividenduitkering op bijvoorbeeld je heffingskortingen is en je belasting in box 3. Aan de hand daarvan kan je beslissen om wel of niet dividend uit te keren. Op dit moment is het advies in ieder geval nog even te wachten totdat er iets meer duidelijkheid is over welke belastingplannen de eindstreep in de Tweede en Eerste Kamer gaan halen.

2. Houd rekening met verlaging bedrag excessief lenen

De maatregel excessief lenen bij de eigen vennootschap betekent grofweg dat de dga die te veel leent bij de eigen bv, hierover box 2-heffing betaalt. Er geldt nu nog een drempel van € 500.000, maar het kabinet wil de grens verlagen naar € 100.000. Dit gebeurt dan in vijf stappen van € 80.000 per jaar, te beginnen in 2027. Eind 2027 bedraagt de grens dan € 420.000 en eind 2031 is de € 100.000 bereikt. Hoewel de maatregel nog door de Tweede en Eerste Kamer moet worden aangenomen, is het misschien wel goed om in je dividendplanning al rekening te houden met de verlaging van de drempel.

Let op! Eigenwoningschulden blijven in het voorstel, net als nu, uitgezonderd en tellen dus ook vanaf 2027 niet mee voor de drempel. Voor eigenwoningschulden die zijn ontstaan op of na 1 januari 2023 geldt wel de voorwaarde dat deze moeten zijn gedekt met hypothecaire inschrijving op de woning.

3. Anticipeer op 12% extra werkgeversheffing over de fossiele auto van de zaak

Vanaf 2027 geldt een 12% pseudo-eindheffing voor personenauto’s van de zaak als deze auto’s CO2 uitstoten (hierna: fossiele personenauto van de zaak). Deze heffing wordt berekend over de cataloguswaarde van de auto (en bij auto’s ouder dan 25 jaar over de waarde in het economisch verkeer). Het is een werkgeversheffing die je niet mag verhalen op de werknemer! Bovendien kan daarnaast ook de werknemer nog worden geconfronteerd met de bijtelling over het privégebruik. 
Want kun je nu nog doen om de heffing in 2027 te voorkomen?

  • Zorg dat de fossiele personenauto op 31 december 2026 al ter beschikking staat aan een werknemer. Voor deze personenauto hoef je dan tot en met 31 december 2030 geen 12% pseudo-eindheffing te betalen, ook niet als je de auto aan een andere werknemer ter beschikking stelt.
  • Zorg dat de personenauto’s die je aan je personeel ter beschikking stelt volledig elektrisch of waterstof aangedreven zijn. Deze personenauto’s stoten geen CO2 uit. De 12% pseudo-eindheffing geldt daarom niet voor deze auto’s.

Alles wat geen personenauto is, zoals een bestelauto, vrachtwagen en tractor, wordt ook niet geraakt door de 12% pseudo-eindheffing. Houd er echter rekening mee dat een kampeerauto en een personenbus ook een personenauto kunnen zijn. Kijk hiervoor in het kentekenregister naar de aanduiding. Een M1-voertuig is een personenauto!

Let op! Bij wisseling van werkgever stopt het overgangsrecht dat normaal loopt tot en met 31 december 2030. Dit overgangsrecht is namelijk gekoppeld aan de auto in combinatie met de werkgever. Als een ex-werknemer de auto meeneemt naar een nieuwe werkgever is die combinatie verbroken en vervalt het overgangsrecht. De nieuwe werkgever krijgt dan vanaf dag 1 met de 12% pseudo-eindheffing te maken.

Er geldt nog een aantal uitzonderingen op de 12% pseudo-eindheffing. Zo valt onder voorwaarden een vervangende auto gedurende maximaal veertien aaneengesloten dagen niet onder de heffing en is de handgeschakelde lesauto ook uitgezonderd.

4. In 2026 de bv nog in?

Er kunnen verschillende redenen zijn om in 2026 nog een bv op te richten en je IB-onderneming in te brengen in de bv. Een van de redenen kan zijn dat je dit toch al van plan bent en ook een fossiele personenauto wilt inbrengen in de bv:

  • Doe je dat nog in 2026 en stel je de auto uiterlijk eind 2026 ter beschikking vanuit de bv, dan kun je in ieder geval tot en met 31 december 2030 gebruikmaken van het overgangsrecht. Je loopt dan tot die tijd niet tegen de 12% pseudo-eindheffing aan.
  • Richt je de bv pas in 2027 op, dan geldt de 12% pseudo-eindheffing vanaf dag 1 dat de bv is opgericht. Ook als je voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting de IB-onderneming in kan brengen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 bij een geruisloze inbreng!

Breng je de IB-onderneming in 2026 ruisend (met fiscale afrekening) in de bv in? Dan kun je nog profiteren van de stakingsaftrek van € 3.630. In 2027 daalt deze aftrek naar € 908. Heb je nog een FOR die vrijvalt, dan kun je bij een geruisloze inbreng overigens ook gebruikmaken van de stakingsaftrek.

Verder wordt een aantal voordelen van de ondernemer in de inkomstenbelasting verder versoberd. Zo daalt de zelfstandigenaftrek van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027, daalt de extra zelfstandigenaftrek van een starter van € 2.123 in 2026 naar € 10 in 2027 en gaat de meewerkaftrek in 2027 met 75% omlaag. Dit kan ook aanleiding zijn om in 2026 over te stappen naar een bv.

Let op! Of het aantrekkelijk is om je IB-onderneming in te brengen in de bv is uiteraard niet alleen afhankelijk van de 12% pseudo-eindheffing, de stakingsaftrek en andere ondernemersaftrekken. Naast fiscale argumenten kunnen ook andere argumenten, zoals de aansprakelijkheidsbeperking, een rol spelen. Overleg daarom met onze adviseurs of overstap naar de bv raadzaam kan zijn. Wacht daarmee niet te lang. Voor de oprichting van een bv heb je een notaris nodig en de agenda’s van notarissen lopen over het algemeen snel vol aan het einde van het jaar.

5. Controleer of het nieuwe toelatingsstelsel voor uitleners jou raakt

Vanaf 2027 is een nieuw toelatingsstelsel voor partijen die werknemers uitlenen (uitleners) van kracht. Dit is geregeld in de Wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta).

Het toelatingsstelsel geldt voor iedereen die arbeidskrachten (ook zzp’ers) ter beschikking stelt aan derden. Denk aan uitzenders, detacheerders en uitleners van zzp’ers. Maar ook de bv die de dga uitleent aan een andere onderneming kan onder het toelatingsstelsel vallen!

Gelukkig zijn er uitzonderingen. Zo valt collegiale uitleen waarbij geen winst wordt gemaakt niet onder het toelatingsstelsel. Hetzelfde geldt voor in- en uitleen binnen concernverband.

Is er geen uitzondering van toepassing, dan kun je misschien om ontheffing verzoeken. Dit kan als je inkomsten uit uitlenen in een jaar minder dan 10% van je totale inkomsten zijn én die inkomsten niet hoger zijn dan € 5 miljoen per jaar. Daarbij moet een accountant dan jaarlijks verklaren dat deze drempels niet worden overschreden.

Let op! Om gebruik te kunnen maken van een overgangsregeling is het belangrijk dat je tussen 1 november 2026 en 31 december 2026 een aanmelding doet! Zo regel je dat je voorlopig kunt blijven uitlenen. Belangrijk is dan wel dat je ook tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027 een aanvraag tot toelating tot het stelsel doet. Heb je uiterlijk op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk, dan hoef je geen aanmelding voor de overgangsregeling te doen in 2026. Je moet dan wel een aanvraag tot toelating doen tussen 1 mei 2027 en 30 juni 2027.

6. Stel de aankoop van box 3-woning uit naar 2027

Een woning die niet jouw hoofdverblijf is, bijvoorbeeld een vakantiewoning of een woning die je verhuurt, valt in box 3. Ben je van plan zo’n woning aan te schaffen, dan kan het voordelig zijn om de overdracht bij de notaris niet in 2026, maar in 2027 plaats te laten vinden. De overdrachtsbelasting voor de verkrijging van woningen die niet je hoofdverblijf zijn, bedraagt namelijk nu nog 8%, maar vanaf 2027 7%. Bovendien is de forfaitaire box 3-heffing over een banktegoed (mocht je de woning met banktegoeden aanschaffen) een stuk lager dan over de woning die als overige bezitting wordt aangemerkt.

7. Denk na over je (elektrische of oude) auto

Voor een in 2026 ter beschikking gestelde volledig elektrische nieuwe auto geldt een bijtelling van 18% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. Wordt de volledig elektrische nieuwe auto in 2027 voor het eerst ter beschikking gesteld, dan is de bijtelling 20% over de eerste € 30.000 cataloguswaarde en 22% daarboven. Rijdt de auto op waterstof of met zonnepanelen, dan geldt de beperking tot € 30.000 niet en bedraagt de bijtelling in 2026 18% over de gehele cataloguswaarde en in 2027 20% over de gehele cataloguswaarde. Deze bijtellingspercentages gelden voor een periode van 60 maanden. Dit kan misschien reden zijn om te proberen in 2026 nog, of anders in 2027, een auto zonder CO2-uitstoot ter beschikking te krijgen.

Valt je auto met CO2-uitstoot onder de youngtimerregeling, dan bedraagt de bijtelling geen 22% (of 25% bij een auto met eerste toelating vóór 2017) over de cataloguswaarde, maar 35% over de waarde in het economisch verkeer. De youngtimerregeling is in 2026 van toepassing als de auto op 1 januari 2026 16 jaar of ouder is of in 2025 al aan jou ter beschikking stond en in 2026 16 jaar wordt. Vanaf 1 januari 2027 gaat de leeftijdsgrens waarschijnlijk omhoog naar 17 jaar (dit is nu nog 25 jaar) en vanaf 1 januari 2028 naar 20 jaar. Rij je de youngtimer vanuit je IB-onderneming, bijvoorbeeld een eenmanszaak? Dan wil je de auto misschien wel overbrengen naar privé. Normaal gesproken kan dat niet zomaar, maar in verband met de wetswijziging zijn er misschien mogelijkheden. Overleg daarover met onze adviseurs.

8. Benut je ruimte in de werkkostenregeling (wkr)

Controleer of je nog vrije ruimte over hebt in de wkr en benut deze. In 2026 bedraagt deze vrije ruimte 2% over de eerste € 400.000 loonsom en 1,18% daarboven. Vrije ruimte die je in 2026 overhebt, kun je niet doorschuiven naar 2027!

In 2027 gaat de vrije ruimte overigens iets omhoog. Deze bedraagt dan 2,16% over de eerste € 400.000 loonsom en 1,18% daarboven.

Let op! De gerichte vrijstelling voor personeelskorting op branche-eigen producten verdwijnt vanaf 2027. Alleen in 2026 kun je daarom nog gericht vrijgesteld een vergoeding of korting geven van maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer van het product, met een maximum per werknemer van € 500 op jaarbasis.

9. Zorg dat je voldoet aan nieuwe regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Er komt, waarschijnlijk met ingang van 2027, een nieuwe, aantrekkelijke regeling voor aandelenopties bij start-ups en scale-ups. Onder de nieuwe regeling blijft 35% van het voordeel (= het verschil tussen de verkoopopbrengst van de aandelen enerzijds en de inleg en de koopsom van de aandelen anderzijds) belastingvrij. En de werknemer betaalt pas belasting bij verkoop van de aandelen die met de aandelenopties zijn verkregen.

Er gelden allerlei voorwaarden en de RVO moet jouw onderneming aanmerken als een innovatieve start-up of scale-up. Belangrijk voor nu is dat aandelenoptierechten die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, mogelijk gebruik kunnen maken van de nieuwe regeling. Het is dan van belang dat deze aandelenoptierechten op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken. Zorg er in ieder geval voor dat de vanaf 17 april 2025 toegekende aandelenoptierechten daaraan voldoen.

Waar een gerechtshof nog bepaalde dat de doorbetaling van pensioen bij scheidingen voor 1 mei 1995 niet tot beperking van de aftrek mocht leiden, besliste de Hoge Raad anders. Ben je gescheiden voor 1 mei 1995 dan pakt dit dus helaas niet gunstig voor je uit.

Juridisch

Verschil scheiding voor of vanaf 1 mei 1995

Bij scheidingen voor 1 mei 1995 wordt het opgebouwde pensioen dat aan de ex-partner toekomt, via verrekening aan hem of haar toebedeeld. De pensioengerechtigde ontvangt dan wel het hele pensioen, maar moet het aan de ex-partner toekomende deel doorbetalen aan hem of haar.

Voor scheidingen vanaf 1 mei 1995 geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS). De ex-partner ontvangt onder deze wet het aan hem of haar toekomende deel van het pensioen rechtstreeks van het pensioenfonds.

Verschil belastingdruk

Door invoering van de tariefmaatregel in 2020 zijn persoonsgebonden aftrekposten beperkt in aftrek. In 2026 is de aftrek maximaal 37,56 %. Hierdoor kan er een verschil ontstaan tussen het in aftrek gebracht doorbetaalde pensioen (maximaal aftrekbaar tegen 37,56 %) en de belasting over het doorbetaalde pensioen (maximaal belast tegen het hoogste tarief van 49,50%).

Dit verschil kan alleen ontstaan bij scheidingen voor 1 mei 1995. Bij scheidingen vanaf 1 mei 1995 doet zich dit niet voor omdat het pensioen rechtstreeks door het pensioenfonds betaald wordt aan de ex-partner

Toch geen strijd met gelijkheidsbeginsel

In een casus die voorgelegd werd bij gerechtshof Den Haag over iemand die voor 1 mei 1995 scheidde van zijn partner, oordeelde het gerechtshof dat dit verschil in behandeling in strijd was met het gelijkheidsbeginsel. Het gerechtshof stond daarom aftrek van het doorbetaalde pensioen toe, zonder toepassing van de tariefmaatregel.

De Hoge Raad oordeelde echter dat een scheiding voor 1 mei 1995 en een scheiding vanaf 1 mei 1995 geen gelijke gevallen zijn. Er kan daarom ook geen strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. Gevolg is dat op de aftrek van het doorbetaalde pensioen de tariefmaatregel gewoon van toepassing is.

Ben je van plan om je IB-onderneming in te brengen in een bv? Of twijfel je daar nog over? Als van plan bent om ook een fossiele personenauto in te brengen, is het verstandig om nog dit jaar de bv op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Dit geldt ook voor de ruisende inbreng maar ook voor de geruisloze inbreng waarvoor normaal de termijn eindigt op 31 maart 2027!

Bedrijfswagen

Geruisloos de bv in

Je kunt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 geruisloos (dat is zonder fiscaal af te rekenen) je IB-onderneming in een bv inbrengen als jouw intentieverklaring of voorovereenkomst vóór 1 oktober 2026 door de Belastingdienst is ontvangen. Is dat allemaal geregeld, dan heb je tot uiterlijk 31 maart 2027 om de bv op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Lukt dat allemaal uiterlijk 31 maart 2027, dan geldt er terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Let op! Voor de geruisloze inbreng in een bv gelden nog meer voorwaarden. Overleg hierover met onze adviseurs.

Eerder oprichten bv?

In principe heb je dus nog wel even de tijd om de bv op te richten en de IB-onderneming geruisloos in te brengen. Dat kan anders zijn, als je ook een personenauto met CO2-uitstoot de bv inbrengt. Voor personenauto’s van de zaak die CO2 uitstoten geldt vanaf 2027 namelijk een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde van die auto. In verband daarmee kan het verstandig zijn om de bv al in 2026 op te richten en niet te wachten tot 2027.

Geen overgangsrecht 12% pseudo-eindheffing?

In principe geldt overgangsrecht voor de pseudo-eindheffing voor personenauto’s die op 31 december 2026 al door een werkgever ter beschikking worden gesteld. Voor deze personenauto’s geldt de pseudo-eindheffing niet tot en met 31 december 2030.

Het lijkt er echter op dat dit overgangsrecht niet van toepassing is, als je pas in 2027 je bv opricht en je IB-onderneming inbrengt. Op dit moment werd de personenauto namelijk niet op 31 december 2026 al door de werkgever (de bv) ter beschikking gesteld aan jou. Die bv bestond immers juridisch op 31 december 2026 nog niet. De fiscale terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 helpt je ook niet omdat die alleen fiscaal voor de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting geldt en niet juridisch.

Gevolg is dat je dus voor de personenauto waarschijnlijk meteen na oprichting van de bv al aanloopt tegen de 12% pseudo-eindheffing en niet pas vanaf 1 januari 2031.

Oprichten bv in 2026!

Dit kun je voorkomen door te zorgen dat de bv in 2026 nog wordt opgericht, de IB-onderneming wordt ingebracht, je zorgt dat de bv als werkgever geregistreerd is bij de Belastingdienst en de bv de personenauto in 2026 nog ter beschikking stelt aan jou.

In dat geval geldt het overgangsrecht wel omdat de werkgever (de bv) op 31 december 2026 de personenauto al ter beschikking stelde aan jou.

Let op! Een andere optie is wellicht om de personenauto niet in te brengen in de bv. Overleg over de voor- en nadelen hiervan met onze adviseurs.

Ruisend de bv in

Twijfel je nog of je de bv in wilt? Naast een geruisloze inbreng kun je ook ruisend de bv in. Met betrekking tot de pseudo-eindheffing geldt hetgeen hiervoor is weergegeven bij de geruisloze inbreng, ook bij de ruisende inbreng!

Wellicht dat je fossiele personenauto die je ook wilt inbrengen in de bv, daarom aanleiding is om in 2026 de bv nog op te richten en de IB-onderneming in te brengen. Overleg hierover met onze adviseurs.

Pseudo-eindheffing niet van toepassing

Voor de pseudo-eindheffing gelden overigens verschillende uitzonderingen. Zo is deze niet van toepassing als de personenauto geen CO2 uitstoot (volledig elektrisch of waterstof gedreven is) of als de auto geen personenauto is (maar bijvoorbeeld een bestelauto). Verder geldt er bijvoorbeeld ook een uitzondering voor handgeschakelde lesauto’s.

Tip! Wil je weten of jouw auto te maken kan krijgen met de pseudo-eindheffing, overleg dan daarover met onze adviseurs.

De uiterste datum waarop een lijfrente moet ingaan, is met ingang van 2026 gewijzigd. Deze nieuwe regels gelden volgens de Belastingdienst echter niet voor lijfrentes met een contractuele einddatum in 2025. Dit betekent dat deze lijfrente uiterlijk eind 2026 moet ingaan. Houd hier rekening mee!

Klok

Lijfrente bij leven vanaf 2026

Onder de nieuwe regels vanaf 2026 moet de eerste lijfrentetermijn bij leven uitgekeerd zijn uiterlijk op 31 december van het jaar waarin je de AOW-leeftijd plus vijf jaar bereikt.

Lijfrente bij leven tot en met 2025

Tot en met 2025 gold nog een hele andere termijn. Toen stond nog in de wet dat de eerste lijfrentetermijn bij leven uitgekeerd moet zijn uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op het jaar van de contractueel overeengekomen datum bij leven.

Niet op tijd is afkoop

Is op de uiterste datum de eerste lijfrentetermijn niet uitgekeerd? Dan wordt de gehele lijfrente geacht te zijn afgekocht op 1 januari van het jaar na de uiterste datum. Dit geldt zowel onder de regels tot en met 2025 als vanaf 2026. Het is dus van belang om te zorgen dat de eerste lijfrentetermijn uiterlijk op de uiterste datum wordt uitgekeerd.

Contractuele einddatum in 2025

Ligt de contractueel overeengekomen einddatum van jouw lijfrente in 2025 en heb je nog niet de AOW-leeftijd plus vijf jaar bereikt? Dan zou je kunnen denken dat je nog wel even de tijd hebt voordat de eerste lijfrentetermijn uitgekeerd moet zijn. Immers onder de nieuwe regels vanaf 2026 heb je de tijd tot 31 december van het jaar waarin je de AOW-leeftijd plus vijf jaar bereikt.

De Belastingdienst vindt echter dat op deze lijfrente de regels tot en met 2025 nog van toepassing zijn. Dat betekent dat de eerste lijfrentetermijn volgens de Belastingdienst uiterlijk op 31 december 2026 uitgekeerd moet zijn! Houd daar rekening mee en voorkom dat je op 1 januari 2027 te maken krijgt met een afkoop van de gehele lijfrente.

Let op!  Als de eerste lijfrentetermijn door bijzondere omstandigheden niet op tijd kan worden uitgekeerd, kan de termijn verlengd worden. Van bijzondere omstandigheden kan sprake zijn als het verlopen de termijn niet aan jou te wijten is.

Als je zorgkosten maakt, kun je deze onder voorwaarden in aftrek brengen in je aangifte inkomstenbelasting (IB). Het kabinet heeft op Prinsjesdag voorgesteld om deze aftrek met ingang van 2028 af te schaffen.

Tweede Kamer

Aftrek zorgkosten

Als je zorgkosten maakt, kun je misschien een deel daarvan in aftrek brengen in je aangifte IB. Dit is afhankelijk van welke zorgkosten je maakt (niet alle zorgkosten komen voor aftrek in aanmerking). Verder geldt er een drempel die je in aftrek moet brengen op de kosten voordat je tot de aftrek komt.

Let op! De Belastingdienst heeft de voorwaarden op een rij gezet. Verder vind je op de website een stappenplan om de hoogte van je aftrek te berekenen en een overzicht van de zorgkosten die wel en niet aftrekbaar zijn.

Vervalt vanaf 2028

In de belastingplannen die op Prinsjesdag 2026 zijn gepresenteerd is opgenomen dat de aftrek zorgkosten met ingang van 2028 vervalt.

Let op! Naast de aftrek zorgkosten vervalt dan ook de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ-regeling).

In het wetsvoorstel is geen overgangsrecht opgenomen. Dit betekent dat ook een teruggave voor zorgkosten die je na 31 december 2027 ontvangt niet meer leidt tot negatieve persoonsgebonden aftrek.

Of toch niet?

De belastingplannen moet nog door de Tweede én Eerste Kamer worden aangenomen. Het vervallen van de aftrekpost is daarom nog niet definitief.

Daarbij wordt opgemerkt dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen waarin het kabinet wordt verzocht om de Tweede Kamer te informeren over mogelijkheden om de aftrek specifieke zorgkosten te behouden maar deze doelmatiger te maken en meer gericht op ziektekosten van chronisch zieken. Mogelijk verdwijnt de aftrek daarom toch niet voor iedereen, maar wordt deze meer gericht op chronisch zieken.