Tijdens de periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof (Wazo-verlof) kan de moeder met behoud van 100% van haar salaris voor haar pasgeboren kind kan zorgen. Heeft ze in alle gevallen recht op doorbetaling van 100% van haar salaris of ligt dit toch wat genuanceerder?

Flesjes

Wat speelt er?

In een zaak die voorlag bij de rechtbank Rotterdam was sprake van een verstoorde arbeidsrelatie. Om die reden werd ontbinding gevraagd van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster. De CEO zou tegen de werkneemster hebben aangegeven: “Bij onze organisatie is geen plaats voor vrouwen met kinderen”. De werkgever ontkende dit, maar het mag niet baten; de verstoorde arbeidsrelatie blijft bestaan. De werkneemster werd op non-actief gesteld. 

De kantonrechter gaat daarom over tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en beslist daarnaast op een aantal vorderingen van de werkneemster, zoals over de hoogte van haar salaris tijdens haar Wazo-verlof.

Hoogte inkomen tijdens Wazo-verlof

De werkneemster was van mening dat ze tijdens haar Wazo-verlof recht had op 100% van haar salaris, omdat zij tijdens haar non-actiefstelling door de werkgever het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten. Een non-actiefstelling komt als uitgangspunt namelijk voor rekening en risico van een werkgever. Deze werkneemster die een salaris heeft dat boven het maximumdagloon ligt, stelt zich op het standpunt dat de werkgever de Wazo-uitkering moet aanvullen tot 100% van haar overeengekomen salaris. 

Wat oordeelt de rechter?

De rechter gaat hier niet in mee. Tijdens de verlofperiode bestaat er alleen recht op een Wazo-uitkering en niet op loon. Dat de Wazo samenvalt met de non-actiefstelling, maakt dat niet anders. Ook haar argument dat sprake is van discriminatie gaat niet op. De Wazo is namelijk gebaseerd op de Europese Zwangerschapsrichtlijn. Deze richtlijn geeft geen recht op volledig behoud van het loon, maar heeft het over een adequate uitkering. Met de uitkering van 100% van het gemaximeerde dagloon is hieraan volgens de kantonrechter in Nederland voldaan.

Bijkomend punt is dat er vaak al minder door het UWV wordt uitgekeerd, omdat de grondslag waarover de Wazo-uitkering wordt berekend (het SV-loon) veelal lager ligt dan het brutoloon. De werkgever krijgt evenmin van het UWV een compensatie voor bijvoorbeeld de pensioenpremie. Bij werknemers met een dagloon dat (al dan niet inclusief bijtelling auto) hoger is dan het maximumdagloon (€ 297,82 juli 2025) komt de werkgever onevenredig meer tekort als 100% van het salaris wordt doorbetaald tijdens zwangerschapsverlof. 

Let op! Het blijft wel van belang na te gaan of in een eventuele toepasselijke cao een regeling staat die aangeeft dat een werkneemster tijdens het Wazo-verlof 100% van haar loon krijgt doorbetaald. Als dit het geval is, maakt dit de beoordeling anders.

De vliegbelasting wordt vanaf 2027 gedifferentieerd en verhoogd. Dit staat in het Belastingplan 2026. Met de voorgestelde wijzigingen wil het kabinet met name langere vluchten ontmoedigen. Bovendien moet het wetsvoorstel € 257 miljoen extra opbrengen.

Paspoort

Differentiatie

In het wetsvoorstel wordt het tarief van de vliegbelasting progressief en trapsgewijs gedifferentieerd. Per saldo is gekozen voor drie tarieven die samenhangen met drie verschillende vliegafstanden. Daarbij is de eindbestemming van de passagier beslissend. Een rechtstreekse vlucht of een vlucht met overstap op een andere luchthaven kent dus hetzelfde tarief vliegbelasting.

Indeling in staten

In het wetsvoorstel is gekozen voor een indeling in staten per afstandscategorie. Daarbij ligt in de eerste categorie staten de hoofdstad op maximaal ongeveer 2.000 km van Amsterdam. Soms wordt hierop een uitzondering gemaakt. Zo is deze categorie onder meer uitgebreid met Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius.

De tweede categorie kent staten met een hoofdstad die tussen ongeveer 2.000 en 5.500 km van Amsterdam ligt, terwijl in de derde categorie de hoofdstad van de staat op meer dan 5.500 km van Amsterdam ligt. Vanwege de uitvoering is er uitdrukkelijk niet gekozen voor een open afstandsberekening per vlucht.

Tarieven

Voor de verschillende afstanden gaan de onderstaande tarieven gelden. Voor bestemmingen tot 2.000 km bedraagt het tarief € 29,40. Dit is gelijk aan het huidige tarief dat voor alle afstanden geldt. Voor bestemmingen tussen 2.000 en 5.000 km wordt het tarief € 47,24 en voor alle overige bestemmingen € 70,86. De tarieven voor categorie 2 en 3 zijn dus fors hoger dan nu. Er wordt niet gedifferentieerd naar reisklasse, dus de economyclass betaalt hetzelfde tarief als bijvoorbeeld de businessclass.

Niet voor transfers

Passagiers die in Nederland alleen overstappen op een andere vlucht zijn van de vliegbelasting uitgesloten. Ook heeft het kabinet er niet voor gekozen om degenen die veel vliegen zwaarder te belasten. Dit zou de regeling namelijk erg complex maken. 

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft twee nieuwe versies van brochures gepubliceerd betreft schijnzelfstandigheid. Beide brochures geven voorbeelden per sector of sprake is van loondienst of zzp en geven uitgebreide praktijkvoorbeelden over schijnzelfstandigheid.

Juridisch

Brochure Voorbeelden per sector

In de brochure Voorbeelden sector vindt u voorbeelden of sprake is van loondienst of zzp in de sectoren zorg, onderwijs, bouw, schildersbedrijf, kinderopvang, bezorgdiensten en particuliere beveiliging. Verder zijn er voorbeelden opgenomen voor de creatieve sector, voor advisering, een grafisch ontwerper en een interim-manager.

Brochure Uitgebreide praktijkvoorbeelden

In de Brochure Uitgebreide praktijkvoorbeelden wordt dieper ingegaan op de wijze van beoordeling of sprake is van loondienst of zzp. Dit gebeurt aan de hand van een praktijkvoorbeeld over een websitebeheerder, een onderhoudsmonteur, een cateraar en een installateur van beveiligingsproducten.

Let op! Het betreft voorbeelden waarmee u een idee kunt krijgen hoe het ministerie en de Belastingdienst beoordelen of sprake is van loondienst of zzp. Houd er rekening mee dat deze beoordeling altijd afhankelijk is van de individuele feiten en omstandigheden en de waarde die wordt toegekend aan de diverse elementen. Neem voor overleg over uw eigen situatie daarom contact op met een van onze adviseurs.

Er is nog geen wetgeving waar het gaat om werving en selectie. Daarom heeft de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling (NVP) in samenwerking met de Stichting van de Arbeid een sollicitatiecode opgesteld. Deze code bevat richtlijnen voor een zorgvuldig wervings- en selectiebeleid.

Handtekening

Deze NVP Sollicitatiecode is begin september 2025 vernieuwd, zowel inhoudelijk als ook qua vormgeving en schrijfstijl. Het doel hiervan was om de code overzichtelijker, toegankelijker en gebruiksvriendelijker voor iedereen die met solliciteren te maken heeft.

Nieuwe ontwikkelingen: inzet van AI

Er is bij de nieuwe Sollicitatiecode rekening gehouden met nieuwe ontwikkelingen, zoals het gebruik van AI. Bij gebruik van AI moet het voor de sollicitant duidelijk zijn wanneer de organisatie dit inzet. Ook moet het AI-selectiemiddel voldoen aan de AI Verordening (‘de AI Act’) en de regels, eisen en kaders voor de ontwikkeling en het gebruik van AI in de Europese Unie (EU), welke zijn opgesteld. De inzet van AI bij werving en selectie is geclassificeerd als ‘hoog risico’ en er zijn scherpe voorwaarden aan verbonden. Organisaties moeten onder meer adequaat datamanagement inrichten en zorgen dat er menselijk toezicht mogelijk is. 

Overige aandachtspunten

Verder mag er door een werkgever niet naar het salaris van de sollicitant worden gevraagd. Een eventuele meeloopdag mag niet leiden tot verkapte arbeid met loonwaarde. Een psychologisch onderzoek of (selectie-)assessment mag alleen uitgevoerd worden volgens de voorwaarden van de NIP (Nederlands Instituut van Psychologen) en alleen als dit van tevoren in de vacature is aangekondigd. De sollicitant moet bovendien vooraf toestemming geven om het rapport te delen met de organisatie. 

Klachtenprocedure

Ook moet de sollicitant de mogelijkheid hebben om, als hij niet tevreden is over de gevolgde procedure, hierover een klacht in te dienen bij de organisatie waar hij heeft gesolliciteerd. Wordt deze niet naar tevredenheid opgelost, dan kan de sollicitant de klacht voorleggen aan de Klachteninstantie van de Sollicitatiecode. De instantie beoordeelt de klacht op basis van de klachtenprocedure Sollicitatiecode.

Het kabinet wil de informatiepositie van de Belastingdienst ten opzichte van ANBI’s moet versterken. Hierdoor moet er meer (fiscale) transparantie ontstaan over de ANBI. Dit staat in een wetsvoorstel, opgenomen in het Belastingplan 2026.

Juridisch

ANBI

Donaties aan een ANBI, Algemeen Nut Beogende Instelling, worden ondersteund met fiscale faciliteiten. Zo hoeft een ANBI onder voorwaarden geen schenk- of erfbelasting te betalen en zijn giften van een donateur aan een ANBI onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar.  

Tip! Alles over de (fiscale) voorwaarden en faciliteiten betreft een ANBI is te vinden in het speciale ANBI-loket.

Digitaal berichtenverkeer

Het wetsvoorstel regelt dat al het inkomend en uitgaande berichtenverkeer tussen de ANBI en de Belastingdienst digitaal wordt gestructureerd. Bestaande wetgeving wordt gewijzigd, zodat ANBI’s voortaan hun gegevens aan de Belastingdienst digitaal aan kunnen leveren. Hierin wordt wel de mogelijkheid verwerkt om uitzonderingen op te nemen voor bijvoorbeeld kleinere ANBI’s. 

Publicatieplicht

Er bestaat nu al een publicatieplicht voor ANBI’s. Zo moeten onder meer de namen van de bestuurders, een beschrijving van de doelstelling en een actueel verslag van de uitgeoefende activiteiten op de eigen website worden gepubliceerd. 

Standaardformulier voor alle ANBI’s

In het wetsvoorstel is ook opgenomen dat ANBI’s de verplicht te publiceren gegevens digitaal aan moeten leveren door middel van een standaardformulier. Dit is nu alleen verplicht voor grote ANBI’s. Het aanleveren moet gebeuren bij een centraal digitaal punt dat wordt gefaciliteerd door de Belastingdienst. Deze gegevens worden toegankelijk voor het algemene publiek.  

Ingangsdatum wetswijziging

De wetswijziging is voorzien per 1 januari 2026, maar moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Het daadwerkelijk in werking treden van de voorstellen zal naar verwachting pas in 2029 en 2030 plaatsvinden. Dit heeft te maken met de vergaande mate van aanpassen van de automatisering van de Belastingdienst.

Let op! Deze voorstellen staan in de Fiscale verzamelwet en zijn al door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer moet nog wel beslissen.

Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties (Wtmo)

Per 1 januari 2026 moet ook de Wtmo in werking treden. Het doel is het tegengaan van ongewenste buitenlandse beïnvloeding en financieel-economisch misbruik van maatschappelijke organisaties. De wet verplicht stichtingen om jaarlijks hun staat van baten en lasten te deponeren bij de KVK. Het wetsvoorstel voorziet ook in een informatieplicht voor stichtingen, verenigingen en kerkgenootschappen. 

Let op! Dit wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer worden aangenomen.