De Belastingdienst heeft op 17 juli 2026 de verzoeken om ambtshalve vermindering van niet-bezwaarmakers betreffende box 3 voor de jaren 2017-2020 in een collectieve beslissing definitief afgewezen. Wat betekent dit en wat ging hieraan vooraf?

EU

Op 25 juni 2026 besliste de Hoge Raad al dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3 voor de jaren 2017-2020. In de collectieve beslissing komt de Belastingdienst tot dezelfde conclusie.

Kerstarrest en rechtsherstel

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 in het kerstarrest dat de forfaitaire box 3-heffing vanaf 2017 in strijd is met het Europees recht. De Hoge Raad bood in die casus rechtsherstel door aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Daarna kreeg elke belastingplichtige van wie de aanslag inkomstenbelasting (hierna: IB) op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, rechtsherstel volgens een in juli 2022 ingevoerde Herstelwet.

Niet-bezwaarmakers

Dit gold niet voor belastingplichtigen van wie de aanslag IB op 24 december 2021 wel al onherroepelijk vaststond. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, werd de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd.

MB+-procedure

In de MB+-procedure stond de vraag centraal of mensen die niet of te laat bezwaar maakten tegen box 3, toch hun box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2020 mogen berekenen op basis van werkelijk rendement.

De Hoge Raad oordeelde in mei 2022 al dat deze mensen dat niet mogen, omdat zij niet of te laat bezwaar indienden. De koepel- en belangenorganisaties (Bond voor Belastingbetalers, Consumentenbond, NOB, RB en SRA) meenden dat in de uitspraak van de Hoge Raad nog niet met alles rekening was gehouden. Daar ging de MB+-procedure over.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad sprak op 25 juni 2026 uit geen reden te zien om terug te komen op de uitspraak van mei 2022, ook niet op basis van de argumenten die eerder nog niet aan de orde waren gekomen. Dit betekent dat de Hoge Raad bij zijn standpunt is gebleven dat niet-bezwaarmakers geen recht op teruggaaf van box 3 over de jaren 2017 tot en met 2020 hebben.

Collectieve beslissing

Op 17 juli 2026 heeft de Belastingdienst, in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad, alle verzoeken in de MB+-procedure afgewezen en alle bezwaren ongegrond verklaard.

Let op! Tegen deze collectieve beslissing kan geen beroep in worden gesteld.

Wat betekent dit voor jouw aanslagen IB?

Stonden ook jouw aanslagen IB 2017-2020 op 24 december 2021 onherroepelijk vast en diende je daarna een verzoek om ambtshalve vermindering in? Dan zijn deze verzoeken onderdeel van de MB+-procedure. Deze verzoeken zijn door de Belastingdienst met de collectieve beslissing van 17 juli 2026 afgewezen. Je krijgt daarom definitief geen teruggaaf box 3 over deze jaren.

Ook geen beroep op D-day arrest.

Dit betekent ook dat je voor de jaren geen beroep kunt doen op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-day-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het Kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten van het werkelijke rendement. Als deze MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan. 

Tuesday 15 September 2026 marks another Prinsjesdag. A number of the government’s plans are already known. In this article, you will find a selection of what to expect in terms of tax policy.

Binnenhof

Increase in the first bracket of the WKR discretionary allowance or its abolition?

Legislation passed at the end of 2024 already stipulates that the first bracket of the WKR’s discretionary allowance will rise from 2% to 2.16% with effect from 1 January 2027. However, following an evaluation of the WKR covering the years 2019–2024, SEO Economic Research (SEO) has recommended that the first bracket of the discretionary allowance should be abolished altogether. It is likely to become clear on Prinsjesdag 2026 whether the government will adopt this recommendation.

Other changes to the WKR

It will also become clear then whether the government will adopt the following recommendations from SEO:

  • allowing the tax-free home-working allowance and travel allowance to be claimed on the same day;
  • increasing the 80% final levy payable when the tax-free allowance is exceeded;
  • abolishing the service-time exemption of one month’s salary on the occasion of a 25- or 40-year service anniversary;
  • introducing a targeted exemption for directors’ and officers’ liability insurance premiums;
  • the statutory establishment and indexation of the efficiency threshold of €2,400.

It is expected that, at the very least, the targeted exemption for discounts and allowances on products from the company’s own business will be abolished.

Changes to the expat scheme

The reimbursement rate under the expat scheme (formerly the 30% scheme) will be reduced from 30% to 27% with effect from 1 January 2027. At the same time, higher salary thresholds will also apply. These changes have already been incorporated into the legislation. The government has indicated that it does not intend to make the expat scheme any more restrictive.

Increase in the tax-free allowance for travel expenses

As previously announced – and having already come into force with retroactive effect from 1 January 2026 – the tax-free allowance for travel expenses has been increased from €0.23 to €0.25. This increase applies to the tax-free travel allowance that an employer pays to their employee, and to the deductible business travel expenses of a self-employed person or a person receiving income from a business for income tax purposes. From the 2026 income tax return onwards, you may also take this higher amount into account when calculating deductible medical expenses.

Please note! The increase to €0.25 is currently set out in a decree, but will also be incorporated into law as part of the 2026 Prinsjesdag tax package.

Pseudo-final levy on fossil-fuelled passenger cars

From 2027, an employer who makes a passenger car available to an employee – i.e. a company car – will be required to pay a 12% pseudo-final levy to the Tax and Customs Administration on the list price of the passenger car, including VAT and BPM. This proposal was already adopted last year, but amendments are expected on Prinsjesdag 2026, such as an exemption from the pseudo-final levy for replacement cars in the event of damage, repairs and maintenance, and an exemption from the levy for driving school cars.

Youngtimer scheme

The government is considering not raising the age limit under the youngtimer scheme from 16 to 25 years in one go on 1 January 2027. A company car covered by the youngtimer scheme is subject to an additional tax liability of 35 per cent of its market value, rather than the standard additional tax liability that applies to newer cars. The government is considering an alternative phasing-out approach instead of the increase to 25 years with effect from 1 January 2027.

Greentimer scheme

The government is considering introducing a new tax relief scheme for electric cars between five and eight years old. This scheme is expected to be named the ‘Greentimer’ scheme.

Tax scheme for share options at start-ups and scale-ups

There is a plan to introduce a tax relief on payroll tax for benefits arising from share options for employees of start-ups and scale-ups. The tax relief will take the form of limiting the tax base for benefits from share options to 65 per cent, so that tax is levied on a lower benefit amount. The effective payroll tax rate will then be approximately 32 per cent, which is roughly equivalent to the tax rate on share options in box 2.

The government has previously indicated its intention to present the relevant bill to the House of Representatives in September 2026. The aim is for the reduced payroll tax on share options to come into force on 1 January 2027.

Entrepreneur’s allowance

With regard to tax relief options for entrepreneurs, the following changes are expected in the tax package:

  • an increase in the energy investment allowance (EIA) rate from 40% to 45.5% from 2027;
  • a reduction in the cessation allowance and the co-worker allowance by 75 per cent with effect from 1 January 2027, and their abolition with effect from 1 January 2028;
  • a reduction in the start-up allowance from 1 January 2027 and its abolition from 1 January 2028.

Private individuals

For private individuals, the deduction for specific healthcare costs is likely to be abolished with effect from 1 January 2028. Furthermore, on Prinsjesdag, various amendments are expected to the ‘Actual return on investment in Box 3’ bill, which is still under consideration by the Senate. There are several options for this, on which the government will take a decision in August.

Transfer tax

The general residential rate for transfer tax is likely to be reduced from 8% to 7% with effect from 1 January 2027. This rate applies to the acquisition of residential properties which the purchaser does not intend to use as their main residence.

For transfers of residential properties between housing associations within the social housing sector, there is likely to be an exemption from transfer tax.

VAT

The plan to increase the VAT rate on floricultural products from 9% to 21% with effect from 1 January 2028 is also expected to feature in the tax packages announced on Prinsjesdag 2026.

Voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed is de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) beschikbaar. Begin augustus was nog 70% van het budget beschikbaar.

Duurzaam

Maatschappelijk vastgoed

Bij maatschappelijk vastgoed moet je denken aan scholen, overheidsgebouwen, zorginstellingen, sportaccommodaties en monumenten. De subsidie DUMAVA is beschikbaar voor maatschappelijke instellingen in de sectoren decentrale overheid, onderwijs, zorg, cultuur en religieuze instellingen.

De subsidie kan verder aangevraagd worden door stichtingen en verenigingen voor gebouwen met een publieksfunctie. Ook eigenaren van een geregistreerd rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument kunnen DUMAVA aanvragen. Hetzelfde geldt voor veiligheidsregio’s met maatschappelijk vastgoed.

Voorwaarden

Er gelden verschillende voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie. Belangrijk is dat je eerst een verduurzamingsadvies laat opstellen voordat je DUMAVA aanvraagt. Verder dien je eerst DUMAVA aan te vragen en pas na toekenning van de subsidie een contract aan te gaan met een aannemer of te starten met de verduurzaming. Doe je dat niet, dan loop je het risico geen subsidie te krijgen.

Let op! Kijk voor alle voorwaarden hier.

Geen DUMAVA bij BOSA

DUMAVA is ook beschikbaar voor amateursportverenigingen, mits voor de sportaccommodatie niet al eerder BOSA-subsidie is ontvangen. 

Let op! Voor amateurverenigingen gelden wel extra voorwaarden. 

Hoogte subsidie

De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal verduurzamingsmaatregelen:

  • Bij losse verduurzamingsmaatregelen bedraagt de subsidie 20% van de projectkosten, het energieadvies en het energielabel samen. Het minimale subsidiebedrag is € 2.500 en het maximale € 1,5 miljoen. Je kunt voor maximaal drie losse verduurzamingsmaatregelen een aanvraag doen.
  • Bij een integraal verduurzamingsproject bedraagt de subsidie 30% (in bepaalde gevallen tot 40%) van de projectkosten, het energieadvies en het energielabel samen. Het minimale subsidiebedrag is € 25.000 en het maximale € 1,5 miljoen.

Aanvraagperiode en budget

De aanvraagperiode startte op 1 juni 2026 9.00 uur en loopt tot en met vrijdag 16 oktober 2026 17.00 uur. Er is € 405 miljoen budget beschikbaar gesteld. Op 3 augustus 2026 was hier nog ruim 283 miljoen (70%) van over. Er is dus nog voldoende budget beschikbaar.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de omvang van de SLIM-subsidie mkb (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) voor het tweede tijdvak van dit jaar bekend gemaakt. Mkb-ondernemingen kunnen van 19 augustus 2026 9.00 uur tot en met 7 september 2026 17.00 uur deze subsidie weer aanvragen.

Schenken

Let op! Eerder was bekendgemaakt dat het tweede tijdvak op 10 augustus 2026 zou starten. Dit is dus niet correct.

Doelstelling

Met de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Personeel kan zodoende groeien in hun werk en zich zo beter voorbereiden op wijzigingen in de arbeidsmarkt.

De subsidie kan individueel of via een samenwerkingsverband worden aangevraagd. Voor individuele mkb-ondernemingen gelden andere aanvraagtijdvakken en budgetten dan voor samenwerkingsverbanden.

Totale omvang subsidie 

De totale subsidie voor het tweede tijdvak voor individuele mkb-ondernemingen bedraagt € 6 miljoen. Voor het eerste tijdvak dit jaar bedroeg de totale subsidie voor individuele mkb-ondernemingen € 11 miljoen. Daarmee is de subsidie voor het tweede tijdvak dus bijna gehalveerd ten opzichte van het eerste tijdvak.

Let op! Samenwerkingsverbanden hebben maar één aanvraagtijdvak. Dat was van 22 juni 2026 9.00 uur tot en met 20 juli 2026 17.00 uur. De totale subsidie voor samenwerkingsverbanden bedroeg € 6 miljoen.

Loting

Als het aantal subsidieaanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt de SLIM-subsidie toegekend via loting. De datum van binnenkomst van de aanvraag is dus niet van belang. Op basis van ervaringscijfers zal naar verwachting zo’n 23% van alle aanvragen worden toegewezen. Ook in het eerste tijdvak van 2026 was het beschikbare subsidiebudget ruim overvraagd en heeft er een loting plaatsgevonden.

Maximum subsidie

De maximum SLIM-subsidie voor individuele mkb-ondernemingen voor het tweede aanvraagtijdvak bedraagt, net als voor het eerste tijdvak, €24.999 (voor landbouwbedrijven € 20.000).

Let op! De SLIM-subsidie kun je digitaal aanvragen via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid 

Het is wettelijk verplicht om de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van trusts en soortgelijke juridische constructies te registreren in het UBO-register trusts. Wat zijn de bestuurlijke boetes bij overtreding van deze wettelijke verplichting?

Juridisch

UBO

Een trustee is de beheerder van het geld of ander bezit van de trust. De trustee is de UBO, Ultimate Beneficial Owner, van de trust.

Register

De trustee die in Nederland woont of gevestigd is, is verplicht zich te registreren in het UBO-register trusts bij de KVK. Dat geldt ook voor de trustee die buiten de EU woont of gevestigd is, maar in Nederland namens de trust een zakelijke relatie aangaat. Denk daarbij aan het openen van een bankrekening of het kopen van onroerend goed in Nederland.

Als een rechtspersoon trustee is, dient de wettelijke vertegenwoordiger van de rechtspersoon geregistreerd te worden in het UBO-register trusts.

Let op! Meer informatie is te vinden op de website https://www.uboregistertrusts.nl/.

Handhaving

De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) van het Ministerie van Financiën handhaaft of de verplichte UBO-gegevens altijd juist en volledig zijn opgegeven in het UBO-register trusts. De beleidsregel met de bestuursrechtelijke handhaving door middel van een bestuurlijke boete voor trusts en soortgelijke juridische constructies is op 1 juni 2026 in werking getreden.

Hoogte bestuurlijke boete

Uit de beleidsregel volgt dat de geldboete voor een niet, onjuiste en/of onvolledige UBO-opgave maximaal een geldboete van de vierde categorie bedraagt. Op dit moment (2026) is dat een bedrag van maximaal € 27.500.

De DFEI legt in beginsel niet meteen een boete op van € 27.500.

  • Bij een eerste overtreding kan de DFEI een boete opleggen van 10% van het boetemaximum, op dit moment dus € 2.750.
  • Bij een tweede overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 20% van het boetemaximum, op dit moment dus € 5.500.
  • Bij een derde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 40% van het boetemaximum, op dit moment dus € 11.000.
  • Bij een vierde overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 80% van het boetemaximum, op dit moment dus € 22.000.
  • Bij een vijfde en volgende overtreding binnen vijf jaar kan de DFEI een boete opleggen van 100% van het boetemaximum, op dit moment dus € 27.500.

Van belang zijnde omstandigheden

Bij het opleggen van de boete houdt De DFEI rekening met de volgende omstandigheden:

  • de financiële draagkracht van de overtreder;
  • de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding; en
  • de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.

Deze omstandigheden kunnen leiden tot matiging van de hoogte van de bestuurlijke boete. De stelplicht en bewijslast dat van zulke omstandigheden sprake is, liggen bij de overtreder.

Last onder dwangsom

De DFEI heeft in bijzondere gevallen de mogelijkheid om te kiezen voor een andere aanpak, door het opleggen van een last onder dwangsom.