Ondernemers zijn waarschijnlijk vanaf 1 juli 2030 verplicht elektronische facturen te sturen naar andere ondernemers. Ook gaat vanaf waarschijnlijk 1 juli 2030 en 1 juli 2031 een digitale rapportageverplichting gelden. Wat weten we nu al hierover?

Bankzaken

Binnenlandse en intracommunautaire transacties tussen ondernemers

Ondernemers moeten waarschijnlijk vanaf 1 juli 2030 voor de zogenoemde business-to-business-transacties (hierna: B2B-transacties) elektronische facturen versturen naar andere ondernemers. Dit geldt zowel voor binnenlandse als intracommunautaire B2B-transacties. Met intracommunautaire B2B-transacties wordt grensoverschrijdende handel bedoeld tussen twee ondernemers binnen de EU.

Let op! Voor intracommunautaire B2B-transacties zal vanaf 1 juli 2030 ook een digitale rapportageverplichting gelden. Deze digitale rapportageverplichting zal voor binnenlandse B2Btransacties vanaf 1 juli 2031 gelden.

Implementatie onderdeel ‘elektronisch factureren en digitale rapportage’ van de Europese VIDA-richtlijn

Het kabinet is bezig met de voorbereidingen voor de implementatie van de Europese richtlijn “VAT In the Digital Age” (hierna: VIDA-richtlijn). De Europese VIDA-richtlijn gaat over de volgende drie onderwerpen:

  1. De introductie van elektronische facturering en digitale rapportageverplichtingen (vanaf 1 juli 2030). Waarschijnlijk wordt dit najaar de internetconsultatie voor dit onderdeel gestart.
  2. Regels voor de platformeconomie in de vorm van de invoering van een zogenoemde platformfictie voor het verrichten van bepaalde diensten (vanaf uiterlijk 1 juli 2028). Over dit onderdeel heeft inmiddels een internetconsultatie plaatsgevonden. Het wachten is op de indiening van het wetsvoorstel.
  3. De enkele btw-registratie (gedeeltelijk vanaf 1 januari 2027 en voor het grootste deel vanaf 1 juli 2028). Het wetsvoorstel dat betrekking heeft op dit onderdeel is op 17 september 2026 aangenomen door de Tweede Kamer. Nu moet de Eerste Kamer nog stemmen over dit wetsvoorstel.

Voor de implementatie van het eerste onderwerp ‘elektronisch factureren en digitale rapportage’ mogen de EU-landen zelf een aantal keuzes maken. In september 2026 maakte het kabinet bekend dat zij ervoor kiest om de verplichtingen voor e-facturering en digitale rapportage voor zowel intracommunautaire B2B-transacties als binnenlandse B2B-transactie in te voeren. 

Let op! De binnenlandse e-facturatieverplichting geldt straks niet voor ondernemers die de kleineondernemersregeling (KOR) toepassen.

Waarom wordt e-facturatie en digitale rapportage verplicht gesteld?

Volgens het kabinet is de e-facturatie- en digitale rapportageverplichting noodzakelijk voor effectieve fraudebestrijding in de btw, versterking van de digitale economie en vermindering van administratieve lasten. Bovendien leiden deze regels ertoe dat de e-facturatie- en digitale rapportageverplichting van intracommunautaire B2B-transacties in alle EU-landen hetzelfde is.

Wat zijn de drie belangrijkste wijzigingen?

  1. Ondernemers worden straks verplicht om de e-facturen uit te reiken binnen 10 werkdagen na het verrichten van de goederenlevering of dienst. Deze e-facturen moeten voldoen aan een uniforme EU-norm.
  2. Op het tijdstip waarop de e-factuur wordt uitgereikt, moet het bedrijf de factuurgegevens ook digitaal rapporteren aan de Belastingdienst. 
  3. De digitale rapportage vervangt de Opgaaf Intracommunautaire Prestatie (Opgaaf ICP). Dit betekent dat de rapportage niet langer per maand of per kwartaal plaatsvindt, maar per factuur.

Let op! Vanwege deze nieuwe regels en elektronische verplichtingen moeten ondernemers hun factureringsprocessen aanpassen.

Heb je een oudere auto van de zaak, dan kan je aanlopen tegen de (aangekondigde) wijzigingen in de youngtimerregeling. Wat is nu de stand van zaken? En wat betekent dat dan voor jouw youngtimer?

Auto

De youngtimerregeling geldt zowel in inkomstenbelasting (voor ondernemer in de inkomstenbelasting) als in de loonbelasting (voor de werknemer en de dga). De tekst hierna is op beiden van toepassing.

Bijtelling

Als je auto van de zaak onder de youngtimerregeling valt, bedraagt de bijtelling 35% van de waarde in het economische verkeer (WEV). Valt je auto van de zaak niet onder de youngtimerregeling en is de datum van eerste toelating van deze auto vóór 2017? Dan bedraagt de bijtelling 25% van de cataloguswaarde. De bijtelling van een auto met een datum van eerste toelating vanaf 2017 bedraagt 22% van de cataloguswaarde.

Let op! Als je auto geen CO2 uitstoot, gelden er nog kortingspercentages op de bijtelling. Neem voor meer informatie hierover contact op met onze adviseurs.

Youngtimerrregeling in 2026

Vanwege het verschil in bijtelling, kan het gunstig zijn als je auto onder de youngtimerregeling valt. In 2026 valt je auto onder de youngtimerregeling als:

  • de auto op 1 januari 2026 de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, of
  • de auto in 2025 al aan jou ter beschikking stond én in 2026 de leeftijd van 16 jaar bereikt.

Let op! In het laatste geval mag je, in de periode dat de auto nog geen 16 jaar is, kiezen tussen de bijtelling van de youngtimerregeling (35% van de WEV) of de gewone bijtelling (25% van de cataloguswaarde eventueel met een kortingspercentage als de auto geen CO2 uitstoot).

2027

Vanaf 2027 zou de leeftijdsgrens in een keer verhoogd worden naar 25 jaar. In de belastingplannen voor 2027 is echter het voorstel gedaan om de leeftijdsgrens per 1 januari 2027 niet naar 25 jaar maar naar 17 jaar te verhogen en vanaf 1 januari 2028 naar 20 jaar. Vanaf 2028 blijft de leeftijdsgrens dan ook 20 jaar. Er is ook overgangsrecht voorgesteld voor auto’s die in de loop van 2027 17 jaar worden.

Als deze plannen door de Tweede en Eerste Kamer ongewijzigd worden aangenomen, valt je auto onder de youngtimerregeling als:

  • de auto op 1 januari 2027 de leeftijd van 17 jaar heeft bereikt, of
  • de auto in 2025 al aan jou ter beschikking stond én in 2027 de leeftijd van 17 jaar bereikt.

Let op! In 2027 is er geen keuze meer. De auto die in 2025 al aan jou ter beschikking stond en die in 2027 de leeftijd van 17 jaar bereikt, valt dus zonder meer het hele jaar onder de youngtimerregeling. Waar je in 2026 nog kan kiezen, is deze keuze in 2027 niet mogelijk.

2028

Als de voorstellen ongewijzigd door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, valt je auto in 2028 alleen nog onder de youngtimerregeling als de auto op 1 januari 2028 de leeftijd van 20 jaar heeft bereikt. Dat betekent dat de youngtimerregeling per 1 januari 2028 vervalt voor alle auto’s die in de loop van 2027 de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar overschrijden, maar nog niet die van 20 jaar.

Voor die auto’s geldt dan de normale bijtelling van 25% van de cataloguswaarde. In 2028 geldt, volgens de huidige regels, ook geen kortingspercentage meer als je auto geen CO2 uitstoot.
Vanaf het moment dat je auto de leeftijd van 20 jaar bereikt, valt je auto dan weer onder de youngtimerregeling.

Let op! Heb je een youngtimer of ben je van plan zo’n auto aan te schaffen? Houd dan rekening met de voorgestelde wijzigingen.

Vanaf 2027 kan er iets wijzigen in de btw-berekening over de doorberekende motorrijtuigenbelasting (mrb) in je leasebedrag. Als de doorberekende mrb een zogenaamde doorlopende post is, hoeft de leasemaatschappij hierover geen btw te berekenen. Ook niet vanaf 2027. Dit is anders als de doorberekende mrb een zogenaamde quasi-doorlopende post is. Hoe zit dat?

Auto

Leaseauto op naam leasemaatschappij

In beginsel is btw verschuldigd over het hele leasebedrag dat een leasemaatschappij in rekening brengt voor de lease van een auto. Dit is in ieder geval zo wanneer de leaseauto op naam van de leasemaatschappij staat.

Door een hele oude goedkeuring van 18 juli 1995 hoefde over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij echter toch geen btw berekend te worden. Deze doorberekende mrb werd in die goedkeuring aangemerkt als zogenaamde quasi doorlopende post waarover geen btw verschuldigd was.

Hoewel het de bedoeling was om deze goedkeuring in te trekken was het besluit daarover van 25 januari 2007 niet helemaal helder. De staatssecretaris heeft bij besluit van 2 juli 2026 bevestigd dat de goedkeuring daarom zijn werking heeft behouden.

Dit eindigt echter per 1 januari 2027. Vanaf die datum moet dan ook btw berekend worden over de doorberekende mrb van een leaseauto die op naam staat van de leasemaatschappij.

Leaseauto op naam lessee

Als de mrb een zogenaamde doorlopende post is (dus zonder de quasi zoals hiervoor beschreven), kan de mrb zonder btw doorberekend worden. Er is sprake van een doorlopende post als de leaseauto op naam van de lessee (particulier dan wel zakelijk) staat én de leasemaatschappij de mrb betaalt. De leasemaatschappij heeft dan bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ aangevinkt.

De leasemaatschappij kan dan de mrb één op één zonder btw doorberekenen aan de lessee. De mrb moet dan wel afzonderlijk op de factuur gespecificeerd zijn. Dit kan nu al, maar vanaf 2027 nog steeds.

Alternatief voor leaseauto op naam leasemaatschappij

Lease je een auto die op naam staat van de leasemaatschappij en heb je geen (volledig) recht op aftrek van btw, omdat je bijvoorbeeld (deels) btw-vrijgestelde prestaties verricht? Dan betekent het einde van de goedkeuring voor jou waarschijnlijk dat je leasekosten stijgen. Als de leasemaatschappij namelijk vanaf 1 januari 2027 btw berekent over doorberekende mrb, dan kun jij die btw niet (geheel) in aftrek brengen.

Er is een alternatief. Het is namelijk mogelijk om de lessee als houder van de leaseauto aan te merken. De mrb is dan verschuldigd door de lessee en niet meer door de leasemaatschappij. Betaalt de leasemaatschappij dan toch de mrb omdat bij de RDW de mrb-verplichting bij ‘erkenning Voorbehoud en verplichtingen’ is aangevinkt? Dan is de aan de lessee doorberekende mrb een doorlopende post. Dit doorberekenen kan dan zonder btw.

In tegenstelling tot eerdere toezeggingen heeft het kabinet op Prinsjesdag 2026 geen duidelijkheid geschept over eventuele aanpassingen op het nieuwe box 3-stelsel dat vanaf 2028 gepland is. Beslissingen daarover zijn tot nader orde uitgesteld en niet verwerkt in de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting.

Belastingdienst

Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3

De Tweede Kamer stemde op 12 februari 2026 in met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement dat in 2028 in zou moeten gaan.

Kort samengevat omvat het werkelijke rendement in deze wet zowel gerealiseerde als ongerealiseerde rendementen. Dit betekent dat naast de reguliere voordelen ook de jaarlijkse waardeontwikkelingen van bijvoorbeeld beleggingen tot het werkelijke rendement behoren. Voor deze vermogensaanwasbelasting geldt alleen een uitzondering voor onroerende zaken en aandelen in startups en scale-ups. Hiervoor geldt een vermogenswinstbelasting, waardoor (naast de reguliere voordelen) alleen het gerealiseerde rendement – bijvoorbeeld bij verkoop – tot het werkelijke rendement behoort.

Eerste Kamer

In de Eerste Kamer zou waarschijnlijk geen meerderheid voor het wetsvoorstel komen. Eind februari 2026 liet de Minister van Financiën al weten het wetsvoorstel daarom aan te willen passen. Op Prinsjesdag 2026 zouden de aanpassing in een novelle op het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Om die reden heeft de Eerste Kamer stemming over het wetsvoorstel tot nader orde uitgesteld.

Kamerbrief

Het is het kabinet niet gelukt om tot een voorstel tot aanpassing te komen dat kan rekenen op een breed draagvlak in het parlement. Op Prinsjesdag 2026 verscheen daarom geen novelle maar een Kamerbrief waarin het kabinet aangeeft in gesprek te willen met de Tweede en Eerste Kamer over het vervolg.

Let op! De Eerste Kamer werd in de Kamerbrief ook gevraagd om het wetsvoorstel voorlopig niet verder in behandeling te nemen. De Eerste Kamer heeft de minister en staatssecretaris uitgenodigd voor een gesprek op 5 oktober en beslist daarna of ze aan het verzoek tegemoet komen.

Scenario’s

In de Kamerbrief geeft het kabinet vier scenario’s, waarbij als vertrekpunt voor alle scenario’s geldt: invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 per 1 januari 2028.

  1. Scenario 1: nog geen verdere doorontwikkeling richting een volledige vermogenswinstbelasting per 1 januari 2028 maar wel al uiteenlopende verbeteringen aan het wetsvoorstel. Denk daarbij aan achterwaartse verliesverrekening, bepaalde wijzigingen om de belastingdruk box 3 te verlagen en verbeteringen in het wetsvoorstel bij huwen en scheiden.
  2. Scenario 2: invoeren van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 met de verbeteringen uit scenario 1 per 2028 en op termijn invoeren van een volledige vermogenswinstbelasting.
  3. Scenario 3: intrekken van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 en vanaf 2030 invoeren van een volledige vermogenswinstbelasting.
  4. Scenario 4: uitbreiden van de vermogenswinstbelasting in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 2028 naar alle financiële instrumenten en vanaf 2030 ook naar alle andere vermogensbestanddelen.

Een slim apparaat, een mobiele app, een stuk software: alles met een digitaal element moet vanaf eind 2027 veilig zijn. Dat regelt de Cyber Resilience Act (CRA), een Europese verordening die in het Nederlands Verordening cyberweerbaarheid heet. Anders dan bij de Cyberbeveiligingswet maakt de omvang van je bedrijf hier niet uit. Ook als zzp’er of klein bedrijf kun je er dus mee te maken krijgen.

Slot

Wat regelt de CRA?

De CRA stelt eisen aan producten met digitale elementen die op de Europese markt worden aangeboden. Vanaf 11 december 2027 moeten die producten voldoen aan veiligheidseisen. Ook moeten ze na verkoop veilig gehouden worden met updates. Zo weten je klanten waar ze op kunnen rekenen.

Let op! Het gaat niet alleen om fysieke apparaten zoals Internet of Things (IoT)-apparatuur (denk aan een slimme deurbel of thermostaat), firewalls of netwerkapparatuur. Ook software valt eronder, denk aan mobiele apps, videogames en besturingssystemen.

Wanneer raakt dit jou?

De CRA kent drie rollen, en elke rol heeft eigen verplichtingen.

Ben je fabrikant?

Dan heb je de meeste verplichtingen. Je bent integraal verantwoordelijk voor een veilig product en moet daar al vanaf de ontwerpfase rekening mee houden. Je ontwikkelt zelf, of je laat ontwikkelen en brengt het product onder je eigen merknaam op de markt.

Ben je importeur?

Dan moet je actief controleren of de producten die je invoert aan de CRA voldoen. Breng je het product onder je eigen merk op de markt? Dan gelden voor jou alle verplichtingen van een fabrikant.

Ben je distributeur?

Dan volstaat passende zorgvuldigheid. Je controleert of het product een CE-markering heeft. Twijfel je of het product voldoet, dan breng je het niet op de markt.

Let op! Je hoeft geen techbedrijf te zijn om fabrikant te worden genoemd. Laat je software of een apparaat ontwikkelen en verkoop je dat onder je eigen naam, dan ben je volgens de CRA een fabrikant, met alle bijbehorende verplichtingen.

Wat moet je dan doen?

De CRA stelt eisen aan zowel het product als aan je processen. Je voert een risicoanalyse uit en gebruikt die als basis voor een veilig ontwerp, waarbij je kwetsbaarheden en reële risico’s wegneemt. Daarna moet je het product veilig houden gedurende de verwachte levensduur, met een ondersteuningsperiode van minimaal vijf jaar. Ontdek je een kwetsbaarheid, dan bied je zo snel mogelijk een gratis veiligheidsupdate aan.

Als fabrikant moet je ook laten controleren of je product aan de eisen voldoet, een zogeheten conformiteitsbeoordeling, en vervolgens de CE-markering aanbrengen. Voor reguliere producten zoals apps, games en IoT-apparatuur mag je die beoordeling zelf uitvoeren. Voor beveiligingssoftware, netwerkapparatuur en besturingssystemen mag dat alleen op basis van Europese normen. Bij firewalls, hypervisors of smartcards is een externe beoordelaar verplicht.

Let op! Eén verplichting geldt al eerder. Vanaf 11 september 2026 moet je actief misbruikte kwetsbaarheden en ernstige beveiligingsincidenten melden bij het Nationaal Cyber Security Centrum, en wel binnen 24 uur na ontdekking. Dat kan via MijnNCSC of het CRA-meldformulier.

Tip! Wil je weten in welke categorie jouw product valt en wat dat betekent? De Gids Cyber Resilience Act van de RDI geeft per categorie voorbeelden van veelvoorkomende producten.

Twijfel je of de CRA op jouw producten van toepassing is, of wil je weten wat er dan van je wordt verwacht? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.