Het aantal publieke laadpunten voor elektrische voertuigen neemt in Nederland toe met 1.600 per maand. De dekkingsgraad bedraagt daardoor 83%, een stijging van 7% in relatie tot vorig jaar. Verder zal het inzicht in de prijs van opladen worden verbeterd, evenals de mogelijkheden voor het opladen van elektrisch vrachtverkeer.

Auto

Uitbreiden met beleid

Bovenstaande cijfers zijn bekendgemaakt door minister Aartsen. Hij gaf aan dat binnen de EU Nederland het grootste aantal publieke laadpunten heeft. Hij gaf ook aan dat bij de uitbreiding van het aantal laadpunten doorslaggevend is waar deze het meest nodig zijn.

Inzicht in kosten

Prijspalen bij snellaadstations zullen worden geüniformeerd, zo gaf de minister tevens aan. Op die manier kan men eenvoudig vooraf zien wat het opladen gaat kosten en hoe deze prijs tot stand is gekomen.

Subsidie voor opladen elektrisch vrachtverkeer

Verder investeert het ministerie € 67,5 miljoen in snellaadstations op verzorgingsplaatsen langs snelwegen, zodat in de toekomst snelladen voor vrachtwagens langs de snelweg overal mogelijk wordt. Daarnaast is er € 96 miljoen subsidie (SPRILA en SPULA) beschikbaar gesteld voor de aanleg van laadinfrastructuur in de logistiek en de bouw, zodat deze sectoren sneller de overstap naar elektrisch vervoer zullen maken.

Vergunningen zijn wettelijk uitdrukkelijk uitgesloten voor de investeringsaftrekken. Toch zijn er situaties mogelijk waarbij u voor een vergunning toch voor de investeringsaftrekken in aanmerking komt.

Typen

Zelfstandig bedrijfsmiddel?

De Belastingdienst is van mening dat uitsluiting van investeringsaftrekken zoals de milieu-investeringsaftrek (MIA) alleen geldt als het gaat om een aanvraag voor een zelfstandig bedrijfsmiddel. Dit betekent dat wanneer een vergunning opgaat in een bedrijfsmiddel waarvoor investeringsaftrek gekregen kan worden en de vergunning dus geen zelfstandig bedrijfsmiddel is, de investeringsaftrek ook geldt ten aanzien van de vergunning.

Omgevingsvergunning gebouw

De Belastingdienst geeft als voorbeeld een duurzaam gebouw waarvoor de MIA verkregen kan worden. Als voor het gebouw een omgevingsvergunning nodig is, kan over de hiermee gepaard gaande kosten ook de MIA worden verkregen.

Feiten en omstandigheden

De Belastingdienst wijst erop dat de feiten en omstandigheden beslissend zijn voor de vraag of een vergunning opgaat in een bedrijfsmiddel waarvoor een of meer investeringsaftrekken verkregen kunnen worden. De weging hiervan is voorbehouden aan de inspecteur, maar bij verschil van mening kan de vraag altijd worden voorgelegd aan de rechter.

Tip! Als u bezig bent met een vergunningsaanvraag voor een bedrijfsmiddel, overleg dan eventueel met een van onze adviseurs of een investeringsaftrek mogelijk is.

Als u in bezwaar of beroep gaat tegen een belastingaanslag en u wint, heeft u meestal recht op een kostenvergoeding voor rechtsbijstand. Het moet dan wel duidelijk zijn dat uw adviseur u daadwerkelijk kosten in rekening brengt en ook gerechtigd is om dit te doen. Is dit niet het geval, dan heeft u geen recht op een kostenvergoeding.

Juridisch

No cure, no pay

In een WOZ-zaak die behandeld werd door het gerechtshof Den Haag, werd door het Hof geen kostenvergoeding voor de bezwaarfase toegekend. De betreffende persoon was in de bezwaarfase namelijk in het ongelijk gesteld, waarna hij besloot in beroep te gaan. In beroep werd de WOZ-waarde van zijn woning lager vastgesteld.

Geen kosten voor het bezwaar

Betrokkene had in de bezwaarfase gebruikgemaakt van een bureau dat handelde op basis van no cure, no pay. Voor het beroep had de man een andere adviseur in de arm genomen. Het Hof maakte uit de feiten op dat het bureau (no cure, no pay) dat het bezwaar had ingediend, geen kosten in rekening kon brengen en dit ook niet had gedaan, omdat de man in het ongelijk was gesteld.

Wel kosten voor het beroep

In beroep was hij weliswaar wel in het gelijk gesteld, maar het tweede bureau kon voor de bezwaarfase geen kosten in rekening brengen, omdat het voor die fase geen activiteiten had verricht. Dit kon wel voor de beroepsfase van de zaak, en hiervoor was dan ook wel een kostenvergoeding toegekend.

Algemene Voorwaarden

Uit de Algemene Voorwaarden van de adviseur in de bezwaarfase bleek bovendien dat ook achteraf, als de zaak in beroep of hoger beroep alsnog werd gewonnen, niet alsnog kosten voor de bezwaarfase in rekening gebracht konden worden. Aannemelijk was dan ook dat de kosten voor de bezwaarfase nihil zouden blijven. Volgens het Hof was een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase dan ook terecht niet toegekend.

Ondernemingen uit de wegtransportsector kunnen vanaf 4 november 2025 subsidie aanvragen om minder vrachtwagenkilometers in de logistieke sector te realiseren (SiLK). De SiLK is beschikbaar voor samenwerkingsverbanden van minstens drie ondernemingen.

Transport

Waarvoor subsidie?

De subsidie is gericht op projecten om de logistieke keten efficiënter te maken. Hierdoor moeten vrachtwagens minder leeg of minder onnodig gaan rijden, waardoor het aantal kilometers dat vrachtauto’s afleggen vermindert. De subsidie betreft de activiteiten van eigen medewerkers of ingehuurde derden. Ook is de subsidie onder andere beschikbaar voor de kosten van planningssoftware.

Projecten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het organiseren van transportplanningen, het optimaliseren van routes en netwerken of het verkleinen van afstanden door de plaats van overslag en distributie te wijzigen.

Wie krijgt subsidie?

De SiLK is beschikbaar voor transportbedrijven die goederen voor derden vervoeren, verladers die een transportbedrijf inschakelen voor goederenvervoer en voor eigen vervoerders, waarvoor goederenvervoer onderdeel is van de bedrijfsvoering. In het samenwerkingsverband dat de SiLK aanvraagt moet in beginsel minstens één onderneming zitten die in het bezit is van een vrachtwagen. 

Omvang subsidie

Via de SiLK krijgt u 75% van de projectkosten vergoed, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 100.000. Maximaal de helft van de subsidie mag u besteden aan de kosten van de inhuur van derden. De beschikbare subsidie bedraagt € 3,6 miljoen.

Voorwaarden

De SiLK kent een aantal voorwaarden. Zo moet onder meer een project minstens 15.000 minder kilometers realiseren en een structureel blijvend resultaat hebben. U moet aantonen dat er sprake is van een samenwerkingsverband en dat alle partijen het project ondersteunen. U dient uw verzoek in middels een projectplan, hiervoor is binnenkort een speciale download beschikbaar. 

Let op! Een project moet binnen een jaar na toekenning van de SiLK zijn afgerond. 

Aanvragen

U kunt de SiLK van 4 november 2025 9.00 uur tot 30 december 2025 12.00 uur aanvragen via RVO.nl. Hiervoor is minstens eHerkenning op niveau 3 nodig. U dient onder andere een kostenoverzicht en het projectplan mee te sturen. Uw aanvraag wordt binnen 13 weken beoordeeld. Wordt uw aanvraag goedgekeurd, dan ontvangt u 90% van de subsidie als voorschot.

De toetsing van ingediende OWR-formulieren ligt momenteel stil. Dit heeft te maken met problemen in het geautomatiseerde toetsingsproces van de Belastingdienst.

Kantoor

OWR-formulier

Met het OWR-formulier kan een belastingplichtige zijn werkelijke rendement in box 3 opgeven. Als dit lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement in box 3, leidt dit tot een lagere belastingaanslag.

Onterechte afwijzingen

De afgelopen periode heeft de Belastingdienst afwijzingsbrieven gestuurd naar belastingplichtigen die een OWR-formulier indienden. De reden van afwijzing was onder meer dat er niet op tijd een bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering was ingediend. In een beperkt aantal gevallen (241) is de afwijzingsbrief ten onrechte verzonden. De belastingplichtigen hebben hierover al een excuusbrief gehad met uitleg over mogelijke acties die zij moeten ondernemen.

Toetsing tijdelijk stil

Om te voorkomen dat nog meer OWR-formulieren ten onrechte afgewezen worden, ligt het geautomatiseerde toetsingsproces momenteel stil. De verwachting is dat uiterlijk begin oktober 2025 het probleem is opgelost en de toetsing weer wordt opgestart.

Let op! De verwachting van het ministerie is dat de tijdelijke stop geen of een beperkte impact heeft op de doorlooptijd van de OWR-formulieren.