Startende ondernemers kunnen tegenwoordig bij korte vragen aan de Belastingdienst gebruikmaken van een chatfunctie. Op de site van de Belastingdienst is daarvoor op werkdagen tussen 9.00 uur en 16.00 uur een chatvenster zichtbaar.
Let op! Ontbreekt het venster, dan is de functie tijdelijk niet beschikbaar.
Starters op weg helpen
Doel van de chatfunctie is om startende ondernemers met fiscale vragen eenvoudig op weg te kunnen helpen, bijvoorbeeld met betrekking tot vragen over de auto van de zaak, de btw, het urencriterium of over aftrekbare kosten.
Beperkingen
De chatfunctie is niet beschikbaar voor alle vragen op fiscaal gebied. Zijn persoonlijke gegevens nodig, dan is hiervoor de chatfunctie niet beschikbaar. Ook starters met een bv kunnen de chatfunctie niet gebruiken.
Videobellen
Naast chatten kunnen starters ook videobellen met de Belastingdienst. Op de site van de Belastingdienst kan een datum en tijd worden gekozen. Ook kan er gekozen worden voor een gesprek in het Engels. Een gesprek mag maximaal 45 minuten duren. Omdat de Belastingdienst de privacy wil waarborgen, worden de gesprekken niet opgeslagen.
Omgangsvormen
De Belastingdienst gaat ervan uit dat de normale omgangsvormen worden gerespecteerd. Ongewenst gedrag, zoals bedreiging of belediging, wordt niet geaccepteerd.
Het kabinet gaat inzetten op een nieuwe anti-witwas aanpak. De belasting voor burgers en bedrijven moet worden verlaagd en voor criminelen juist verhoogd. Men wil dit bereiken door de werkwijze van zogenaamde poortwachters, zoals banken en notarissen, te verbeteren.
Meer richten op hoge risico’s
In de praktijk betekent dit dat poortwachters zich meer moeten richten op hoge(re) risico’s. Allerlei onnodige vragen aan burgers kunnen daarmee worden vermeden. Ook moet het eenvoudiger worden een bankrekening te openen. Bij grotere risico-gevallen moet het onderzoek naar de cliënt juist intensiever zijn.
Europese anti-witwasregels
Het kabinet wil de Europese anti-witwasregels zodanig uitvoeren dat deze zo min mogelijk belastend zullen zijn. Daarom zal er onder meer niet voor alle poortwachters een registratieplicht worden ingevoerd. Ook zal het toezicht door toezichthouders, zoals De Nederlandse Bank, meer risicogericht worden.
Regels te strikt gehandhaafd
Poortwachters handhaven in bepaalde gevallen de regels te strikt. Daarom zijn er standaarden opgesteld om dit te kunnen beperken. Dit gaat ook gelden voor vragen aan politiek prominente personen (PEP’s). Verder moet het delen van gegevens vereenvoudigd worden om zo overbodige vragen te voorkomen. In dit kader zullen banken ook worden aangesloten op de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP).
UBO-register
Ook het UBO-register moet worden verbeterd; onder meer door de privacy beter te beschermen en door de KVK UBO-informatie beter te laten verifiëren, met name wanneer sprake is van hoge risico’s. Ook wordt de toegang tot het UBO-register beperkt.
Criminaliteit harder aanpakken
Het kabinet wil criminaliteit gelinkt aan witwassen juist harder aanpakken. Zo komt er onder meer een drempel met betrekking tot contante betalingen voor diensten. Deze drempel bestaat al voor goederentransacties. Poortwachters zullen ook beter worden geïnformeerd over de effectiviteit van de door hen gemelde transacties, zodat het resultaat ervan voor hen beter zichtbaar wordt.
Belastingplichtigen die pensioen ontvangen en dit na een echtscheiding deels aan hun ex-partner moeten doorbetalen, kunnen te maken krijgen met een schending van het gelijkheidsbeginsel. Het gerechtshof in Den Haag acht dit onterecht en stelde de aftrekbeperking van het doorbetaalde pensioen in een rechtszaak onlangs buiten werking.
Echtscheiding voor of na 1 mei 1995 pakt verschillend uit
In bovengemelde zaak ging het om een belastingplichtige die vóór 1 mei 1995 van zijn partner was gescheiden. In die gevallen moet opgebouwd pensioen dat aan de ex-partner toekomt, via verrekening aan hem of haar wordt toebedeeld. De pensioengerechtigde ontvangt weliswaar het hele pensioen, maar moet het deel dat aan de ex-partner toekomt aan hem of haar doorbetalen.
Voor degenen die op of ná 1 mei 1995 zijn gescheiden, geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wet VPS). Dit betekent dat in die gevallen de ex-partner zijn of haar deel van het pensioen rechtstreeks van het pensioenfonds ontvangt.
Invloed tariefmaatregel
Bovengenoemd verschil in behandeling kan slecht uitpakken voor pensioengerechtigden die vóór 1 mei 1995 zijn gescheiden. Dit is het gevolg van de in 2020 ingevoerde tariefmaatregel, die ervoor zorgt dat uw persoonsgebonden aftrekposten nog maar beperkt aftrekbaar zijn. In 2025 is dit tegen maximaal 37,48%. Het aan de ex-partner doorbetaalde pensioen is door de tariefmaatregel namelijk aftrekbaar tegen maximaal 37,48%, terwijl de pensioengerechtigde hierover zelf wellicht meer belasting betaalde.
Gelijkheidsbeginsel
In bovengemelde zaak komt het Hof tot de conclusie dat genoemd gevolg in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het Hof stelt de tariefmaatregel dan ook buiten werking en staat aftrek van het doorbetaalde pensioen toe, zonder met de tariefmaatregel rekening te houden.
Een nieuwe initiatiefwet met betrekking tot de positie van zelfstandigen ligt momenteel ter internetconsultatie. Wat zijn de punten uit deze initiatiefwet?
Initiatiefwet
Deze initiatiefwet moet een einde maken aan de onduidelijkheid en onrust rond de status van zzp’ers, die is ontstaan sinds er begin dit jaar een einde is gekomen aan het handhavingsmoratorium. Verder moet de nieuwe wet beter aansluiten bij de moderne arbeidsmarkt ̶ wil je wel of niet als zzp’er gaan werken ̶ door duidelijkheid te geven over hun status: zijn ze zelfstandige of werknemer.
Zelfstandigentoets en werkrelatietoets
In deze wet wordt een duidelijk wettelijk toetsingskader voorgesteld om te bepalen wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt. Er komen twee toetsen waar een zelfstandige aan moet voldoen om als zelfstandige te werken; de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Hierdoor wordt duidelijkheid gecreëerd, waardoor partijen achteraf niet met naheffingen of boetes geconfronteerd worden.
Voorwaarden zelfstandigen- en werkrelatietoets
De voorwaarden uit de zelfstandigentoets zijn:
werken voor eigen rekening en risico;
een deugdelijke administratie voeren;
zich gedragen in het economisch verkeer als zelfstandig ondernemer;
een adequate voorziening hebben getroffen tegen het risico van arbeidsongeschiktheid (zelfstandigen gaan zelf over de invulling hiervan);
een proportionele bijdrage voor een voorziening bij pensionering hebben. Het is aan zelfstandigen zelf om dit op hun manier in te vullen.
De voorwaarden uit de werkrelatietoets zijn:
Er is sprake van vrijheid van organisatie van werk.
Er is sprake van vrijheid van organisatie van de werktijd.
Er is geen sprake van hiërarchische controle.
De partijen hebben de bedoeling om anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst arbeid te verrichten.
Rechtsvermoeden op sectoraal niveau
Daarnaast introduceert de wet nog de mogelijkheid om op sectoraal niveau een rechtsvermoeden te introduceren voor sectoren met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid.
Let op! Uiteraard blijven hiernaast de feitelijke omstandigheden relevant.
Toetsingscommissie
Er komt een aparte toetsingscommissie die werkrelaties waar nodig kan beoordelen, om zodoende duidelijkheid aan de markt kan geven. De uitgevoerde beoordelingen zijn openbaar en bindend voor handhavende instanties, zoals de Belastingdienst.
Tot slot
Verder wordt in de initiatiefwet de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld, dat feitelijk een bodem in de markt voor zzp’ers legt, zoals dat is opgenomen in de conceptwet VBAR.
In the Netherlands in 2025, employers will be allowed to deduct a maximum of 25% of the minimum wage from an employee’s statutory minimum wage to cover the costs of housing. The proposal off the Dutch government is to reduce this percentage by 5% annually from 2026 to 2029.
Deduction of housing costs
It is particularly common among migrant workers for employers to provide accommodation and deduct an amount from the employee’s wages for this. In the case of the minimum wage, this deduction may still be a maximum of 25% of that wage in 2025.
Phasing out and abolition
The government believes that the deduction can encourage a model of earning and dependence on the employee. This can lead to the exploitation of migrant workers. The government therefore wants to abolish the scheme.
The proposal is to reduce the deduction by 5% per year from 2026 and to completely abolish the possibility of deducting housing costs from the statutory minimum wage from 2030.
Year
Maximum deduction percentage
2025
25
2026
20
2027
15
2028
10
2029
5
2030
0
Tip! Employers will still be allowed to provide housing for their employees from 2030 onwards. However, it will no longer be possible to deduct part of the costs from the statutory minimum wage.
Internet consultation
The proposal has been submitted for internet consultation. Responses to the proposal can be submitted until June 6, 2025.