Zet ik de auto op de zaak of houd ik hem liever privé? Wat is fiscaal de beste optie? Wat zijn voor mij de belangrijkste voor- en nadelen van zakelijk rijden en wat weegt dan het zwaarst? Vragen waar veel ondernemers mee worstelen. In deze advieswijzer zetten we een aantal regels voor u op een rij, zodat u voor uzelf gemakkelijker de balans kunt opmaken.

Auto

Rekensom is niet eenvoudig

Het is niet eenvoudig om te beoordelen wat voordeliger is: een auto op de zaak of in privé rijden. De beoordeling is namelijk afhankelijk van een groot aantal factoren, zoals de hoogte van de afschrijvingen, de onderhoudskosten, de verzekeringskosten, de motorrijtuigenbelasting, eventuele financieringskosten, de CO2-uitstoot van de auto, het aantal in een jaar te rijden privé- en zakelijke kilometers en de btw-gevolgen. Als u deze gegevens helder voor ogen zou hebben, kunt u berekenen wat het voordeligst is. Over het algemeen zijn deze gegevens echter niet volledig bekend en zal van schattingen moeten worden uitgegaan. De werkelijkheid kan dan afwijken van de berekeningen. Vervolgens moet u ook nog rekening houden met belastingtarieven en inkomensafhankelijke heffingskortingen, die ook nog eens regelmatig wijzigen.

Let op! Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan mag u doorgaans kiezen of u de auto tot uw ondernemingsvermogen rekent of tot uw privévermogen. Die keuze heeft u echter niet als u maar maximaal 500 kilometer per jaar privé met de auto rijdt. U moet de auto dan verplicht tot het ondernemingsvermogen rekenen. Rijdt u minder dan 10% van het aantal kilometers zakelijk, dan moet u de auto verplicht tot het privévermogen rekenen.

Auto van de zaak

De auto van de zaak heeft een aantal voordelen:

  • Als u de auto tot het ondernemingsvermogen rekent, worden de aanschaf- en alle overige (auto)kosten betaald door uw onderneming.
  • U kunt de overige autokosten – denk aan bijvoorbeeld onderhoud, brandstof, verzekering, motorrijtuigenbelasting, maar ook financiering-, parkeer- en waskosten – aftrekken van de winst van uw onderneming en bovendien jaarlijks de afschrijving op de auto ten laste van de winst brengen.
  • Voor auto’s zonder CO2-uitstoot op waterstof of zonnecellen heeft u recht op milieu-investeringsaftrek (zie hierna). Dat geldt niet voor de eventuele laadpaal.

Schaft u in 2025 een milieuvriendelijke auto aan en rekent u deze tot het ondernemingsvermogen, dan komt u mogelijk in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt in 2025 alleen nog voor een waterstofpersonenauto en voor een personenauto op zonnecellen met een CO2-uitstoot van 0 gr/km. Er gelden verschillende aftrekpercentages en er zijn maxima gesteld aan de in aanmerking te nemen investeringsbedragen.

 Soort auto  MIA %  Maximaal in aanmerking te nemen investeringsbedrag
 Waterstofpersonenauto 
(eventueel incl. laadstation)
 45% over 90% van investeringsbedrag  € 75.000
 Zonnecel-personenauto  36% over 90% van investeringsbedrag  € 100.000

De auto van de zaak brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • Bij verkoop van de auto realiseert uw onderneming mogelijk een belaste winst. Het kan echter ook dat u een aftrekbaar verlies realiseert.
  • Als u de auto van de zaak ook privé gebruikt, krijgt u in de meeste gevallen te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Uw onderneming moet btw betalen over de waarde van het privégebruik auto. Kunt u dit privégebruik niet bepalen, dan geldt in de regel dat de te betalen btw 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) bedraagt. Na het vierde jaar van aanschaf of ingeval bij de aanschaf geen recht op aftrek van btw bestond, is dit 1,5%.

Let op! Verricht uw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan kan sowieso een deel van de btw niet in aftrek worden gebracht. Verricht u bijvoorbeeld voor 40% vrijgestelde prestaties, dan kan ook 40% van de btw niet in aftrek worden gebracht. Ook de niet-aftrekbare btw vanwege het privégebruik wordt dan naar rato verminderd. Bij 40% vrijgestelde prestaties is de correctie dan niet 2,7%, maar 60% (100% -/- 40%) x 2,7%. U kunt immers ook maar 60% van alle btw aftrekken.

Bijtelling privégebruik auto

De fiscale spelregels voor de bijtelling privégebruik auto zijn afhankelijk van uw ondernemingsvorm: bent u directeur-grootaandeelhouder (dga) en opereert u vanuit een bv, dan wordt u voor het privégebruik van de auto belast in de loonbelasting. Bent u echter een ondernemer die opereert vanuit een eenmanszaak, vof, cv of maatschap, dan wordt u voor het privégebruik van de auto belast in de inkomstenbelasting. Voor de laatste categorie kan de bijtelling nooit méér bedragen dan de werkelijke kosten van de auto in dat jaar (inclusief afschrijving).

Voor de meeste auto’s die vanaf 2017 op kenteken zijn gezet geldt een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm). Alleen voor auto’s zonder CO2-uitstoot geldt nog een lagere bijtelling. De lage bijtelling is voor auto’s die sinds 2019 op kenteken zijn gezet, beperkt tot een deel van de cataloguswaarde (met uitzondering van auto’s op waterstof en op zonnecellen). Over het meerdere geldt de normale bijtelling van 22%.

Voor een nieuwe auto gelden in 2025 de volgende bijtellingspercentages en CO2-grenzen:

 CO2-uitstoot  Bijtelling
 0 (op batterij)  17% tot € 30.000, daarboven 22%
 0 (op waterstof of op zonnecellen)  17% onbeperkt
 Meer dan 0  22%

U wordt in beginsel niet elk jaar met een nieuw bijtellingspercentage geconfronteerd. Een vastgesteld percentage blijft voor alle auto’s gedurende 60 maanden geldig. Pas na deze periode wordt de bijtelling vastgesteld aan de hand van de dan geldende percentages.

Let op! Een auto met datum eerste toelating tot de weg van uiterlijk 31 december 2016 krijgt na 60 maanden geen bijtelling van 22%, maar van 25%. Dit is alleen anders als het een elektrische auto betreft met een CO2-uitstoot van nul. Hiervoor wordt de bijtelling in 2025 20% tot een cataloguswaarde van € 30.000 en 25% over het meerdere.

Een bijtelling kan achterwege blijven indien u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met de auto hebt gereden. Woon-werkkilometers worden voor de inkomstenbelasting gezien als zakelijk, ook als u thuis gaat lunchen. Voor de btw gelden die kilometers echter als privé.

Let op! Is uw auto ouder dan 15 jaar? Dan bedraagt de standaardbijtelling geen 22% van de cataloguswaarde, maar 35% van de waarde van de auto in het economisch verkeer.

Privéauto

De auto die u in privé aanschaft, heeft een aantal voordelen:

  • De auto blijft uw privé-eigendom.
  • Bij verkoop van de auto realiseert u in privé mogelijk een onbelaste winst. Het is echter ook mogelijk dat u een niet-aftrekbaar verlies lijdt.
  • U krijgt niet te maken met een bijtelling privégebruik auto.
  • Uw onderneming hoeft ook geen btw te betalen over de waarde van het privégebruik van de auto. De ondernemer in de inkomstenbelasting kan de auto voor de omzetbelasting tot het ondernemingsvermogen rekenen, ook als de auto voor de winstberekening tot het privévermogen is gerekend. Andersom kan dit ook. De keuze voor de omzetbelasting staat dus los van de keuze voor de inkomstenbelasting.
  • U kunt een belastingvrije onkostenvergoeding ontvangen van € 0,23 per zakelijke kilometer (of ten laste van uw winst brengen als u ondernemer in de inkomstenbelasting bent).
  • Bent u dga, dan kunt u mogelijk ten laste van uw vrije ruimte nog een hogere onkostenvergoeding belastingvrij ontvangen. Deze mogelijkheid is afhankelijk van de hoogte van uw vrije ruimte en uw andere vergoedingen en verstrekkingen die zijn toegewezen aan de vrije ruimte.
  • U kunt een deel van de btw op gebruik en onderhoud van de auto in aftrek brengen. Dit kan alleen als uw onderneming btw-belaste prestaties verricht. Verricht uw onderneming ook btw-vrijgestelde prestaties, dan zal geen aftrek van btw mogelijk zijn voor de verhouding vrijgestelde prestaties-totale prestaties.

De auto in privé brengt ook een aantal nadelen met zich mee:

  • U moet zelf in privé de aanschafkosten en alle overige autokosten betalen.
  • U kunt de gemaakte autokosten niet aftrekken van de winst van uw onderneming (met uitzondering van de onkostenvergoeding van €0,23/km die uw onderneming ten laste van de winst mag brengen voor uw zakelijke kilometers) en u kunt ook de afschrijving op de auto niet ten laste van de winst van uw onderneming brengen. 
  • De btw die u betaalt bij aanschaf van de auto kunt u niet in aftrek brengen, tenzij u de auto voor de btw als zakelijk aanmerkt. U kunt hiervoor kiezen, ook als u de auto voor de inkomstenbelasting als privé aanmerkt.

Let op! Als uw onderneming nagenoeg alle kosten van uw privéauto aan u vergoedt, kan uw privéauto door de Belastingdienst alsnog als auto van de zaak worden aangemerkt.

De keuze: zakelijk of privé?

Het antwoord op de vraag wat voordeliger is, de auto zakelijk of privé, is afhankelijk van allerlei, vaak niet precies bekende omstandigheden en factoren. Dit maakt het lastig om exact te berekenen wat voordeliger is. Toch is er wel een aantal grove vuistregels te geven. Zo is bij lage afschrijvingskosten of bij veel zakelijke kilometers een privéauto over het algemeen voordeliger. Maak echter geen ondoordachte keuze. Wij kunnen aan de hand van alle gegevens een berekening van de voordeligste variant voor u maken.

Overbrengen naar privé?

Staat een auto eenmaal op de zaak, dan kunt u als ondernemer in de inkomstenbelasting deze in beginsel niet overbrengen naar privé. Overbrengen naar privé kan wel als er fiscaal sprake is van een zogenaamde bijzondere omstandigheid. Daarvan is niet vaak sprake. Een bijzondere omstandigheid is bijvoorbeeld een wetswijziging of rechterlijke uitspraak waardoor u een andere keuze gemaakt zou hebben als u dit zou hebben geweten voordat u besliste de auto op de zaak te zetten. Of als u de auto helemaal niet meer zakelijk zou gebruiken (bijvoorbeeld omdat u een nieuwe auto koopt). Dan bent u zelfs verplicht de auto voortaan tot het privévermogen te rekenen. Deze overgang moet plaatsvinden voor de werkelijke waarde, waardoor u – afhankelijk van de fiscale boekwaarde – een boekwinst of -verlies realiseert. Ook voor de btw kan dit gevolgen hebben.

Ondernemers met een bv?

Een auto op naam van uw bv is in beginsel altijd zakelijk. Bij een bv is overbrengen naar privé wel mogelijk, zelfs als er geen bijzondere omstandigheden zijn. U kunt namelijk de auto altijd van uw bv aan uzelf als dga verkopen. Vervolgens kunt u zakelijke ritten voor de bv maken tegen een vergoeding van € 0,23 per kilometer.

Let op! Er is onduidelijkheid over de vraag over welk bedrag btw verschuldigd is als een dga de auto overneemt van de bv en deels betaalt via de uitdeling van verkapt dividend. Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat over de hele waarde van de auto btw verschuldigd is, terwijl gerechtshof Den Bosch oordeelde dat over het verkapte dividend geen btw verschuldigd is. In een soortgelijke situatie kunt u de btw over de hele waarde van de auto afdragen en bezwaar maken tegen uw eigen aangifte. Op die manier stelt u uw rechten zeker als de Hoge Raad duidelijk heeft gemaakt welke visie de juiste is. Bovendien voorkomt u op deze manier een boete.

Let op! Gezien de relatief lage onbelaste vergoeding van € 0,23 per kilometer en de hoge brandstofkosten zal de vergelijking tussen een auto zakelijk of privé in 2025 mogelijk anders uitvallen dan in andere jaren het geval was.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 is naar de Tweede Kamer gestuurd. Het betreft de wettelijke vastlegging van verschillende arresten van de Hoge raad vanaf 4 juni 2024 over aanvullend rechtsherstel in box 3.

Binnenhof

Hoge Raad: aanvullend rechtsherstel box 3

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij en ook in latere arresten aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden.

Voor wie?

Dit aanvullende rechtsherstel geldt voor de belastingjaren vanaf 2021 voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen. Voor de jaren 2017-2020 geldt het aanvullende rechtsherstel voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen van wie de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, en er tijdig bezwaar is gemaakt of is verzocht om ambtshalve vermindering. In deze laatste categorie vallen ook de belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar hebben gemaakt en voor wie het eerste rechtsherstel is toegepast. Zij kunnen ook bij dit tweede rechtsherstel meedoen (waarbij zij voor de jaren 2017-2019 wel tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering moeten hebben ingediend). Voor belastingplichtigen die voor oude jaren niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, loopt nog de separate MB+-procedure.

Aanwijzingen Hoge Raad over werkelijke rendement

Kort samengevat komt het erop neer dat het gaat om het werkelijk gerealiseerde én ongerealiseerde rendement op uw gehele vermogen in box 3 zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen. Het gaat om het nominale rendement, met inflatie mag geen rekening worden gehouden.

Aftrek van kosten is niet mogelijk. Alleen rente van schulden in box 3 zijn aftrekbaar. Verder behoort de waardevermeerdering van een bezitting, zoals een onroerende zaak, die voortvloeit uit uitgaven die leiden tot verbetering of uitbreiding van die bezitting, niet tot het werkelijke rendement.

De bepaling van het werkelijke rendement van een woning vindt plaats op basis van de WOZ-waarden aan het begin van het jaar en aan het begin van het daaropvolgende jaar. Bij aan/verkoop in een jaar wordt de aldus berekende waardeverandering tijdsevenredig tussen verkoper en koper verdeeld.

Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3

De aanwijzingen van de Hoge Raad zijn verwerkt in het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3. Op een aantal punten bevat het wetsvoorstel nog nadere regels. Zo oordeelde de Hoge Raad dat het voordeel wegens eigen gebruik van een onroerende zaak onder de huidige wettelijke regels nul moet bedragen. Voor de jaren tot en met 2025 is dit ook zo in het wetsvoorstel meegenomen, maar vanaf 2026 wordt een wettelijke regeling geïntroduceerd voor het bepalen van het inkomen voor dit eigen gebruik en telt dit dus wel mee.

Formulier OWR

Vanaf de zomer 2025 komt een formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) beschikbaar waarmee een beroep gedaan kan worden op de tegenbewijsregeling. Om dit formulier juist en volledig te kunnen invullen is waarschijnlijk veel informatie van u nodig. 

Wellicht heeft u hierover al contact gehad met een van onze adviseurs. Binnenkort zullen wij u hierover in ieder geval nader informeren. Als u gebruik wilt maken van de tegenbewijsregeling, is het namelijk belangrijk dat wij op tijd over de benodigde informatie beschikken.

Tot en met (waarschijnlijk) 2027

De mogelijkheid om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling blijft waarschijnlijk tot en met het belastingjaar 2027 bestaan. Vanaf het belastingjaar 2025 hoeft dat niet meer met het formulier OWR maar is in de aangifte inkomstenbelasting daarvoor een mogelijkheid opgenomen.

Het streven van het kabinet is om vanaf het belastingjaar 2028 een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement te introduceren. Het wetsvoorstel voor dit nieuwe stelsel wordt naar verwachting over enkele weken aan de Tweede Kamer aangeboden.

Als u uw btw-suppletie over het jaar 2024 vóór 1 april 2025 indient, berekent de Belastingdienst geen belastingrente. Soms kan het verstandig zijn de btw-suppletie al ruim voor die tijd in te dienen.

Euro

Geen belastingrente

Heeft u in 2024 te weinig btw aangegeven in uw btw-aangiften en dus te weinig afgedragen aan de Belastingdienst, dan bent u verplicht dit te corrigeren met een btw-suppletie. Als u zorgt dat deze btw-suppletie vóór 1 april 2025 door de Belastingdienst ontvangen is, dan berekent de Belastingdienst geen belastingrente. Dat scheelt weer, want de belastingrente bedraagt in 2025 6,5%!

Let op! Ontvangt de Belastingdienst uw btw-suppletie 2024 niet vóór 1 april 2025, dan berekent de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 belastingrente.

Verwerken in btw-aangifte

Is het bedrag dat u in uw btw-suppletie moet aangeven € 1.000 of minder, dan dient u geen btw-suppletie in. In plaats daarvan verwerkt u dit bedrag in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Vergrijpboete?

Vanaf 2025 moet u binnen acht weken nadat u constateert dat u een btw-suppletie moet doen, deze ook indienen. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst een vergrijpboete opleggen. Verloopt deze termijn van acht weken al snel, dan is het dus verstandig om niet te wachten tot vlak voor 1 april 2025 met het indienen van uw btw-suppletie.

Let op! Naast de acht weken, geldt ook dat u de btw-suppletie moet indienen voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst al bekend was of zou worden met de te weinig aangegeven of afgedragen btw.

Tip! Voor btw-suppleties van € 1.000 of minder legt de Belastingdienst geen vergrijpboete op.

Digitaal formulier

De btw-suppletie doet u via het formulier ‘Suppletie omzetbelasting’ dat u vindt nadat u bent ingelogd in Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Heeft u recht op een teruggaaf milieubelasting? Dan kunt u de aanvraag vanaf 12 maart 2025 ook online indienen.

Zonnepanelen

Teruggaaf milieubelasting

Er is een aantal situaties waarin energiebelasting (EB) of kolenbelasting teruggevraagd kan worden:

  1. Instellingen van levensbeschouwelijke of religieuze aard, charitatieve, culturele of wetenschappelijke instellingen, ANBI’s, sociale instellingen en multifunctionele centra zoals dorpshuizen kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een deel van de door de energieleverancier in rekening gebrachte EB. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de Belastingdienst (Teruggaaf energiebelasting instellingen).
  2. In sommige gevallen kan ook een deel van de energiebelasting terugvragen voor aardgas dat is gebruikt voor blokverwarming. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de Belastingdienst (Teruggaaf energiebelasting bij blokverwarming).
  3. Als achter één aansluiting voor elektriciteit meer dan één onroerende zaak is aangesloten, kan mogelijk ook recht bestaan op teruggaaf van een deel van de energiebelasting. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de Belastingdienst (Teruggaaf energiebelasting meer dan 1 onroerende zaak).
  4. Voor andere situaties waarin mogelijk recht bestaat op teruggaaf van energiebelasting of kolenbelasting wordt verwezen naar de website van de Belastingdienst (Teruggaaf energiebelasting of kolenbelasting).

Let op! Als recht bestaat op (deels) teruggaaf energiebelasting, wordt ook een bedrag aan opslag duurzame energie- en klimaattransitie teruggegeven.

Online aanvragen

Vanaf 12 maart 2025 kan de teruggaaf milieubelasting online aangevraagd worden. Een organisatie of bedrijf moet hiervoor inloggen via eHerkenning. Een particulier logt in via DigiD.

Let op! Wilt u dat een van onze adviseurs de teruggaaf voor u verzorgt, neem dan contact met ons op.

Als een gemeente ten aanzien van de waardering van panden voor de WOZ een begunstigend beleid voert, mag dit niet willekeurig worden toegepast. Degenen bij wie het begunstigende beleid niet is toegepast, kunnen zich dan met succes beroepen op het gelijkheidsbeginsel.

Woning

Ongelijk behandeld 

Bovenstaande conclusie volgt uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. In deze zaak had de eigenaar van een appartement bezwaar aangetekend tegen de waardering van zijn woning in het kader van de WOZ. Zijn appartement was gewaardeerd op € 354.000, terwijl twee vrijwel identieke appartementen in hetzelfde complex € 23.000, respectievelijk € 31.000 lager werden gewaardeerd.

Waardevermindering na telefoontje

Voor de rechtbank werd duidelijk dat die lagere waardering een gevolg was van een telefoontje van de eigenaren van genoemde appartementen. Hierin hadden zij aangegeven dat hun appartement ‘een ondergemiddelde kwaliteit’ had, en dat de WOZ-waarde dus lager bepaald had moeten worden. 

Begunstigend beleid gemeente 

Ook werd duidelijk dat de gemeente in dit kader een begunstigend beleid voerde. Werd na een telefonisch contact aangegeven dat de waarde van een woning door de gemeente te hoog was vastgesteld vanwege een ‘ondergemiddelde kwaliteit’, dan werd deze waarde automatisch verlaagd. 

Maar niet via bezwaar of beroep

De rechtbank stelde vast dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden nu was gebleken dat telefonisch klagen over de WOZ-waarde wél in een verlaging van waarde resulteerde, maar niet indien de waarde via bezwaar of beroep werd aangevochten. De rechtbank stelde belanghebbende dan ook in het gelijk en stelde de waarde vast op € 333.000, de waarde die de woning bij toepassing van hetzelfde beleid had dienen te krijgen.