De Belastingdienst en de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) gaan intensiever samenwerken bij de aanpak van schulden van burgers en ondernemers. De samenwerking vindt plaats via het platform Geldfit. Uit een pilot blijkt dat de inzet van Geldfit bij de aanpak van schuldproblemen positief uitpakt.
Schuldproblematiek
Schuldproblematiek is een groot probleem in Nederland. Uit cijfers blijkt dat zo’n 730.000 huishoudens met problematische schulden worstelen. De oorzaak ligt nogal eens bij een bijzondere gebeurtenis, zoals ontslag of echtscheiding.
NSR
De NSR is een samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en andere organisaties. Het verlenen van hulp door Geldfit gebeurt zowel telefonisch als online. Geldfit is dan ook het startpunt als burgers of ondernemers met problematische schulden te maken hebben.
Het vinden van hulp bij schuldproblemen is veelal erg moeilijk, omdat door de vele diensten en betrokken instanties het inzicht in de problemen erg onoverzichtelijk is. Geldfit is een onderdeel van NSR en heeft wel het benodigde overzicht en kan mensen met schulden dan ook doorverwijzen naar passende lokale hulp.
Overheid grootste schuldeiser
De overheid is voor burgers en bedrijven in moeilijkheden vaak de grootste schuldeiser. De Belastingdienst, een van die schuldeisers, werkt hiervoor al samen met andere rijksdiensten, gemeentes en externe schuldhulpverleners. Door de nieuwe samenwerking met NSR wordt de financiële hulpverlening verder uitgebreid.
Vraagt u voor uw werknemer een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid aan? Dan zijn de kosten hiervan voor een deel loon voor de werknemer.
Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid
Iemand van buiten de EU, EER of Zwitserland die langer dan 3 maanden in Nederland wil verblijven en bij u wil werken, kan dat, als hij aan de geldende voorwaarden voldoet, na toekenning van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) ofwel Single Permit. De verblijfsvergunning en de tewerkstellingsvergunning kunnen dan gecombineerd in één keer aangevraagd en afgegeven worden.
Hoewel de GVVA door zowel de werkgever als de werknemer kan worden aangevraagd, gebeurt dit over het algemeen door de werkgever.
Let op! Leidinggevenden, specialisten en trainees met een nationaliteit van buiten de EU, EER of Zwitserland, die binnen een groep worden overgeplaatst naar een Nederlandse vestiging, kunnen een vergunning intra-corporate transferee (ICT) aanvragen. Dit is een speciale vorm van een GVVA. Wat hierna voor de GVVA beschreven is, geldt daarom ook voor de ICT.
Kosten vergunning
U maakt bij de aanvraag van de vergunning kosten (manuren en advieskosten). Daarnaast is leges verschuldigd voor de aanvraag van de GVVA. Deze is formeel verschuldigd door de werknemer, maar wordt over het algemeen aan u als werkgever in rekening gebracht.
Deels loon, deels geen loon
De Belastingdienst heeft het standpunt ingenomen dat de kosten die u als werkgever maakt voor de aanvraag van de GVVA bedrijfskosten vormen. Deze bedrijfskosten vormen voor een deel een voordeel voor de werknemer, namelijk voor zover de kosten betrekking hebben op de verblijfsvergunning. U moet dit voordeel als loon in aanmerking nemen bij de werknemer naar de waarde in het economische verkeer. Wordt de aanvraag door uw adviseur gedaan, dan bedraagt het voordeel de factuurwaarde, voor zover dit ziet op de verblijfsvergunning.
Bepaalde kosten geen loon
U moet altijd bepaalde informatie en documenten aanleveren bij de aanvraag van de GVVA. Dit is onafhankelijk van de vraag of de vergunning door u of de werknemer wordt aangevraagd. Daarom vormen deze kosten geen loon voor uw werknemer. Ook de kosten die betrekking hebben op de tewerkstellingsvergunning vormen geen loon voor uw werknemer.
Kosten verblijfsvergunning wel loon
De kosten die betrekking hebben op de verblijfsvergunning vormen echter wel loon. Daarbij zien de kosten van de leges voor een GVVA volledig op de verblijfsvergunning. Deze kosten vormen daarom volledig loon voor uw werknemer.
Maar gericht vrijgesteld
De kosten die loon vormen kunnen echter ook onder de gerichte vrijstelling vallen van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking (extraterritoriale kosten). In dat geval is dus geen sprake van belast loon bij uw werknemer, maar van een vrijstelling.
Let op! Deze vrijstelling kunt u niet toepassen als u de 30%-regeling al toepast bij uw werknemer. U kunt dan wel de kosten als eindheffingsloon aanwijzen in de vrije ruimte. In zo’n geval is er ook geen sprake van individueel belast loon bij uw werknemer en betaalt uw werknemer geen loonheffing. U betaalt dan alleen een eindheffing, voor zover u in een jaar de vrije ruimte overschrijdt.
Vragen?
Het voorgaande is niet eenvoudig. Eenzelfde problematiek speelt bij de zogenaamde kennismigrantenregeling. Neem daarom altijd even contact op met een van onze adviseurs voor vragen met betrekking tot de GVVA, de ICT en de kennismigrantenregeling.
De verhoging van het btw-tarief van 9 naar 21% per 1 januari 2026 op sport, media en cultuur gaat definitief niet door. Het kabinet heeft op initiatief van de Tweede Kamer gezocht naar alternatieve financieringsvormen en deze gevonden.
Overgangsregeling uitgesteld
In verband met de voorgenomen btw-verhoging was ook een overgangsregeling voorgesteld. Omdat de btw-verhoging niet doorgaat, is deze overgangsregeling uitgesteld. Dit betekent dat het lage btw-tarief voor sport, media en cultuur ook blijft gelden voor vouchers voor enkelvoudig gebruik én voor betalingen na 30 juni 2025 die betrekking hebben op prestaties die in 2026 plaatsvinden.
Overbodig
De overgangsregeling was bedoeld om te voorkomen dat de verhoging van het btw-tarief per 1 januari 2026 kon worden ontweken. Dit kon door al in 2025, al dan niet via vouchers voor enkelvoudig gebruik, vooruitbetalingen te doen met betrekking tot prestaties op het gebied van sport, media en cultuur die pas in 2026 zouden worden geleverd. Nu de btw-verhoging in genoemde sectoren achterwege blijft, is de overgangsregeling niet langer nodig.
Een aanmerkelijk-belang-aandeelhouder die werkzaamheden verricht voor zijn bv, moet een gebruikelijk loon in aanmerking nemen. Dit kan ook het geval zijn als een bestuurder van een Stichting Administratiekantoor (Stak) zelf geen certificaten heeft, maar wel kan beschikken over het vermogen van de Stak alsof het zijn eigen vermogen is.
De casus
Een vader had een Stak opgericht. Deze Stak had alle aandelen in een bv (bv 1). De certificaten van de Stak waren uitgegeven aan de kinderen, maar de vader was de enige bestuurder van de Stak en kon alle beslissingen nemen. Hij was ook de enige bestuurder van bv 1.
Als enige bestuurder van de Stak kon de vader de aandelen van bv 1 vrij overdragen aan anderen dan de certificaathouders en daarmee ook aan zichzelf. Omdat de vader naast bestuurder van de Stak ook enig bestuurder was van bv 1, kon hij in ieder geval meebeslissen over de dividenden vanuit bv 1 naar de Stak.
Bv 1 had 18% van de aandelen in bv 2, die weer 100% van de aandelen had in bv 3. Ook in deze bv’s was de vader een bestuurder.
Geen aanmerkelijk belang en dus geen gebruikelijk loon?
Bij de rechter lag de vraag voor of de vader vanuit bv 3 een gebruikelijk loon in aanmerking moest nemen. De vader vond dat dit niet hoefde, omdat hij geen aandelen had in deze bv (ook niet indirect) en hij ook geen certificaten had in de Stak. Hij was, naar zijn mening, geen aanmerkelijk-belang-aandeelhouder en daarom kon de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing zijn.
Of juist wel?
Dit klinkt logisch, maar de rechter dacht daar anders over. De rechter vond namelijk dat de vader kon beschikken over het vermogen van de Stak alsof het zijn eigen vermogen was.
Hij kon immers als de enige bestuurder van de Stak zelfstandig de aandelen in bv 1 overdragen, en als bestuurder van bv 1 meebeslissen over de dividenden die vanuit bv 1 naar de Stak gingen. Onder verwijzing naar een eerdere beslissing van de Hoge Raad in een andere casus oordeelde de rechter daarom dat de vader indirect aanmerkelijk-belang-aandeelhouder was in bv 3.
Nu de vader indirect aanmerkelijk-belang-aandeelhouder was van bv 3 en ook werkzaamheden verrichte voor deze bv, was de gebruikelijkloonregeling op hem van toepassing.
Let op! Uit deze rechtspraak komt naar voren dat de gebruikelijkloonregeling ook van toepassing kan zijn als u geen aandelen bezit. Elke situatie moet echter apart beoordeeld worden. Neem voor vragen en meer informatie over uw eigen situatie daarom contact op met een van onze adviseurs.
Startende ondernemers kunnen tegenwoordig bij korte vragen aan de Belastingdienst gebruikmaken van een chatfunctie. Op de site van de Belastingdienst is daarvoor op werkdagen tussen 9.00 uur en 16.00 uur een chatvenster zichtbaar.
Let op! Ontbreekt het venster, dan is de functie tijdelijk niet beschikbaar.
Starters op weg helpen
Doel van de chatfunctie is om startende ondernemers met fiscale vragen eenvoudig op weg te kunnen helpen, bijvoorbeeld met betrekking tot vragen over de auto van de zaak, de btw, het urencriterium of over aftrekbare kosten.
Beperkingen
De chatfunctie is niet beschikbaar voor alle vragen op fiscaal gebied. Zijn persoonlijke gegevens nodig, dan is hiervoor de chatfunctie niet beschikbaar. Ook starters met een bv kunnen de chatfunctie niet gebruiken.
Videobellen
Naast chatten kunnen starters ook videobellen met de Belastingdienst. Op de site van de Belastingdienst kan een datum en tijd worden gekozen. Ook kan er gekozen worden voor een gesprek in het Engels. Een gesprek mag maximaal 45 minuten duren. Omdat de Belastingdienst de privacy wil waarborgen, worden de gesprekken niet opgeslagen.
Omgangsvormen
De Belastingdienst gaat ervan uit dat de normale omgangsvormen worden gerespecteerd. Ongewenst gedrag, zoals bedreiging of belediging, wordt niet geaccepteerd.