Kan de btw op het dak van een woning in aftrek worden gebracht als het dak btw-belast wordt verhuurd aan een ander voor het plaatsen van niet-geïntegreerde zonnepanelen van die ander? Een A-G sluit dit in ieder geval niet uit.

Zonnepanelen

Geen aftrek btw dak bij niet-geïntegreerde zonnepanelen

Om de btw op het dak van een woning in aftrek te kunnen brengen moet er een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaan tussen de bouw van het dak en de btw-belaste verhuur.

In juli 2021 oordeelde de Hoge Raad dat ingeval een belanghebbende een huis (met dak) bouwt en daarop niet-geïntegreerde zonnepanelen aanbrengt, een dergelijk rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbreekt. De Hoge Raad oordeelde dat in zo’n geval de belanghebbende de kosten voor het huis (met dak) hoe dan ook zou hebben gemaakt, ook als er geen zonnepanelen op het dak zouden zijn geplaatst.

Geen aftrek btw dak bij btw-belaste verhuur dak?

Een belanghebbende die een nieuwe woning bouwde en het dak van de woning btw-belast verhuurde met btw aan een ander, wilde de btw op dat dak in aftrek brengen. De ander gebruikte het dak om daar niet-geïntegreerde zonnepanelen op te plaatsen en daarmee btw-belaste energie te leveren.

De Belastingdienst, de rechtbank en het gerechtshof vonden dat btw-aftrek niet mogelijk was omdat een rechtstreeks en onmiddellijk verband ontbrak. Zij vonden dat de belanghebbende de kosten voor het dak ook zou hebben gemaakt, ook als het dak niet btw-belast verhuurd zou zijn.

Of toch wel?

Een A-G, een adviseur van de Hoge Raad, vindt dat aftrek btw op het dak misschien wel mogelijk is bij btw-belaste verhuur van het dak. De toets uit het arrest van de Hoge Raad uit juli 2021 geldt in deze situatie niet, oordeelt de A-G.

De A-G vindt dat er in dit geval een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten van het dak en de btw-belaste verhuur van het dak. Al bij de aankoop, bij de oplevering en bij de ingebruikname van het dak stond vast dat het dak btw-belast verhuurd zou worden.

Wel moet volgens de A-G nog nader worden onderzocht of het dak wel voor 90% of meer gebruikt wordt voor btw-belaste activiteiten. Alleen dan is namelijk btw-belaste verhuur van het dak mogelijk en kan er sprake zijn van btw-aftrek.

En nu?

De Hoge Raad moet zich nog uitspreken. Tot die tijd is in ieder geval nog niet duidelijk of de Hoge Raad het advies van de A-G volgt.

Let op! De fiscale gevolgen zullen ook afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden van het geval. Laat je daarom over je eigen situatie altijd goed adviseren.

The Dutch statutory minimum hourly wage will be indexed again as of July 1, 2026, and will therefore increase to €14.99.

Geld

Increase of 1.90%

The indexation of the statutory minimum hourly wage is based on the average percentage change in contractual wages across the private sector, the subsidized and premium-supported sectors, and the public sector. In total, the statutory minimum hourly wage will increase by 1.90% as of July 1, 2026, compared to January 1, 2026. This brings it to €14.99.

Please note! As a result, the reference monthly wage will increase to €2,337 gross per month as of July 1, 2026. This reference monthly wage is used to determine the amount and indexation of various benefits.

Statutory minimum youth wages also rising

The statutory minimum youth wages are a percentage of the statutory minimum hourly wage that applies to everyone aged 21 and older. Due to the indexation of the statutory minimum hourly wage, the minimum youth wages will also increase as of July 1, 2026.

Age Percentage Minimum hourly wage
 21 years and older  100%  € 14.99
 20 years  80 %  € 11.99
 19 years  60 %  € 8.99
 18 years  50 %  € 7.50
 17 years  39.5 %  € 5.92
 16 years  34.5 %  € 5.17
 15 years  30 %   € 4.50

Please note! The percentage for employees aged 16 through 20 will increase effective January 1, 2027. For a 20-year-old, this will then be 87.5%, for a 19-year-old 75%, for an 18-year-old 62.5%, for a 17-year-old 50%, and for a 16-year-old 40%. For a 15-year-old, the percentage will remain at 30%.

Minimum youth wage for BBL students also increases

BBL students (students in a vocational training program with an employment contract) aged 15 through 17 and 21 and older are entitled to the minimum hourly wage as stated above. For BBL students aged 18 through 20, lower rates apply.

Age Percentage Minimum hourly wage
20 years  61.5%  € 9.22
 19 years  52.5%  € 7.87
 18 years  45.5%  € 6.82

Please note! Effective January 1, 2027, there will no longer be any lower rates for BBL students aged 18 through 20. BBL students in this age group will therefore be entitled to the standard minimum youth wage.

Als u een woning erft of geschonken krijgt, wordt de waarde van de woning berekend naar de WOZ-waarde. Voorgesteld was om dit per 2027 bij schenkingen te berekenen naar de waarde in het economische verkeer (WEV). Dit voorstel gaat niet door.

Woning

WOZ-waarde

Als u iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.

Medio 2025 was in een internetconsultatie een voorstel opgenomen om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen te laten plaatsvinden tegen de WEV. In de Voorjaarsnota 2026 is echter bekendgemaakt dat dit voorstel niet doorgaat.

Let op! Voor woningen die u erft, waren geen aanpassingen voorgesteld en zou de waardering, ook vanaf 2027, gebaseerd blijven op de WOZ-waarde.

Voordelen van de WOZ-waarde

Nu de wet niet gewijzigd wordt, blijven bij schenken en erven de voordelen bestaan van een verschil tussen de WOZ-waarde en de WEV van een woning. Welke voordelen dat zijn wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.

WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde

Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.

WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde

Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.

Let op! Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.

Starting January 1, 2026, Dutch merchants may no longer make or accept cash payments of €3,000 or more. The base amount of the fine for violating this prohibition is a fixed amount of €10,000.

Geld

Cash payments of €3,000 or more

For businesses that buy or sell goods, cash payments of €3,000 or more will no longer be permitted starting January 1, 2026. It does not matter whether the business is buying from or selling to another business or to a private individual. In all cases, cash payments of €3,000 or more are prohibited.

Please note! A private individual may accept a cash payment exceeding €3,000 from another private individual, for example, when selling on a marketplace.

The €3,000 limit is intended to make it more difficult to launder cash derived from illegal transactions and thereby also combat terrorism. The limit is also intended to ensure that payment transactions remain accessible.

Base fine amount: €10,000

The fine for violating the ban is set at a fixed base amount of €10,000. The Wwft Supervision Bureau, a division of the Tax and Customs Administration, oversees compliance with the ban.

Lower or higher fine

Special circumstances, such as financial capacity, may justify reducing the fine. On the other hand, repeated violations of the prohibition may justify increasing the fine. For example, a fine of €20,000 may be imposed if the prohibition is violated again within five years of a previous fine.

Please note! Criminal proceedings may also be initiated under the Economic Offenses Act.

Het UWV is vanaf 1 mei 2026 gestart met een tijdelijke werkwijze voor de Eerstejaars Ziektewetbeoordelingen (EZWb) voor eigenrisicodragers voor de Ziektewet (ERD ZW). Het UWV doet dit door de samenwerking op te zoeken met een select aantal private partijen.

Medisch

De Wajong- en WIA-claimbeoordelingen hebben prioriteit, maar een deel van de resterende beoordelingscapaciteit wordt ingezet voor de EZWb voor ERD ZW.

Achtergrond tijdelijke werkwijze

Het UWV kan als gevolg van onder meer een tekort aan verzekeringsartsen en de gestegen aanvragen de sociaal-medische beoordelingen niet meer op tijd verrichten. Om die reden heeft het UWV besloten om voorrang te geven aan de Wajong- en de WIA-claimbeoordelingen. Het gaat in die gevallen om het vaststellen van het recht op uitkering en dus om duidelijkheid over een stuk inkomenszekerheid.

Het UWV zet de resterende capaciteit zo efficiënt mogelijk in, door onder andere samen te werken met private partijen bij de EZWb voor ERD ZW. 

Private partijen

Dit voorjaar zijn afspraken gemaakt met het Platform Private Uitvoerders Sociale Zekerheid (PPUSZ), de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Afgesproken is dat het UWV in de periode van 1 mei tot en met 31 december 2026 3.400 EZWb’s uitvoert voor ERD- ZW werkgevers.

Aan de proef werken Acture, HCS en Robidus mee. Deze partijen leveren het UWV gericht dossiers aan van werknemers van ERD-ZW werkgevers, waarbij de indruk bestaat dat er een grote kans is dat de werknemer uit de Ziektewet stroomt. Op deze wijze kan zowel de instroom in de WIA worden beperkt (wat weer capaciteit scheelt) als ook aan schadebeperking worden gedaan voor de ERD ZW-werkgever.

Evaluatie

In september vindt er een evaluatie plaats. Daarna wil het UWV de beproefde werkwijze ook inzetten voor andere partijen. De verdere uitwerking daarvan zal worden afgestemd met de PPUSZ, de ABU en de NBBU.