Ondernemers die deelnemen aan de regeling EU btw e-Commerce zullen vanaf 1 januari 2025 een betaalverzuimboete opgelegd krijgen als te weinig btw wordt afgedragen. Eerder was besloten tot 1 januari 2025 geen betaalverzuimboetes op te leggen bij te weinig afgedragen btw omdat ondernemers geconfronteerd werden met allerlei opstartproblemen.

Typen

Btw e-Commerce

De vrijwillige regeling EU btw e-Commerce is ontwikkeld om internationale afstandsverkopen binnen de EU makkelijker te laten verlopen. Sinds 1 juli 2021 moet de btw namelijk betaald worden in de lidstaat van de consument. Dit kan rechtstreeks aan de betreffende lidstaat, maar met behulp van de regeling kunnen de aangiften en bijbehorende betalingen ook via de eigen Belastingdienst plaatsvinden.

Opstartproblemen

De genoemde opstartproblemen bestonden uit onduidelijkheden voor ondernemers over betaaltermijnen, af te dragen bedragen, wisselkoersen en bankkosten. Als gevolg hiervan werden niet altijd de juiste bedragen aan btw afgedragen. De opgelegde betaalverzuimboetes leidden echter weer massaal tot bezwaren en daarmee tot capaciteitsproblemen voor de Belastingdienst.

Problemen verminderd

De Belastingdienst meldt dat de opstartproblemen inmiddels beheersbaar zijn en deels verdwenen. Het aantal naheffingen is gedaald en daarmee zal ook het aantal bezwaren verminderen. Omdat bedrijven bovendien beter bekend zijn met de regeling, is er ook geen reden meer om geen betaalverzuimboetes op te leggen wanneer onvoldoende btw wordt afgedragen.

Ondernemers die deelnemen aan de regeling EU btw e-Commerce zullen vanaf 1 januari 2025 een betaalverzuimboete opgelegd krijgen als te weinig btw wordt afgedragen. Eerder was besloten tot 1 januari 2025 geen betaalverzuimboetes op te leggen bij te weinig afgedragen btw omdat ondernemers geconfronteerd werden met allerlei opstartproblemen.

Typen

Btw e-Commerce

De vrijwillige regeling EU btw e-Commerce is ontwikkeld om internationale afstandsverkopen binnen de EU makkelijker te laten verlopen. Sinds 1 juli 2021 moet de btw namelijk betaald worden in de lidstaat van de consument. Dit kan rechtstreeks aan de betreffende lidstaat, maar met behulp van de regeling kunnen de aangiften en bijbehorende betalingen ook via de eigen Belastingdienst plaatsvinden.

Opstartproblemen

De genoemde opstartproblemen bestonden uit onduidelijkheden voor ondernemers over betaaltermijnen, af te dragen bedragen, wisselkoersen en bankkosten. Als gevolg hiervan werden niet altijd de juiste bedragen aan btw afgedragen. De opgelegde betaalverzuimboetes leidden echter weer massaal tot bezwaren en daarmee tot capaciteitsproblemen voor de Belastingdienst.

Problemen verminderd

De Belastingdienst meldt dat de opstartproblemen inmiddels beheersbaar zijn en deels verdwenen. Het aantal naheffingen is gedaald en daarmee zal ook het aantal bezwaren verminderen. Omdat bedrijven bovendien beter bekend zijn met de regeling, is er ook geen reden meer om geen betaalverzuimboetes op te leggen wanneer onvoldoende btw wordt afgedragen.

Als ondernemer kunt u een aantal kosten maar beperkt in aftrek brengen van de winst. Dit omdat deze zogenaamde ‘gemengde kosten’ voor een deel een privé-element bevatten.

Jaarwisseling

Keuze maken

U kunt er bij deze gemengde kosten voor kiezen om een vast bedrag niet in aftrek te brengen, of om een percentage van de gemengde kosten niet in aftrek te brengen. Maak hierbij een bewuste keuze, anders kan het u duur komen te staan.

Gemengde kosten

Onder gemengde kosten verstaan we de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen. Ook representatiekosten worden aangemerkt als gemengde kosten, waaronder ook recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak vallen. Tenslotte zijn congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke eveneens fiscaal als gemengde kosten aangemerkt.

Gedeeltelijke aftrek

Bovengenoemde kosten zijn dus maar deels aftrekbaar. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting is 80% van de kosten aftrekbaar, voor ondernemers in de vennootschapsbelasting 73,5%. In plaats van dit percentage kunnen ondernemers er ook voor kiezen een vast bedrag niet ten laste van de winst te brengen.

Vast bedrag

Het vaste bedrag voor ondernemers in de inkomstenbelasting bedraagt voor 2024 € 5.600 en voor 2025 € 5.700. Voor ondernemers in de vennootschapsbelasting is dit bedrag voor 2024 eveneens € 5.600 en voor 2025 € 5.700, of 0,4% van de loonsom als dit een hoger bedrag oplevert.

Kies bewust!

Het bovenstaande leert dat het raadzaam is een bewuste keuze te maken. Bereken dus eerst of het al dan niet voordeliger is voor het vaste bedrag te kiezen. Zo is voor ondernemers in de inkomstenbelasting de keuze voor het vaste bedrag van € 5.600 alleen voordelig als uw totaal aan gemengde kosten in 2024 meer dan € 28.000 bedraagt. In de vennootschapsbelasting is de berekening iets gecompliceerder, omdat dan ook de omvang van de loonsom een rol speelt.

Vast bedrag bij geen keuze

Wettelijk is bepaald dat wanneer u geen keuze maakt, uw gemengde kosten tot het vaste bedrag niet aftrekbaar zijn. In een uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden bleek maar weer dat dit erg onvoordelig kan uitpakken. 

Foute keuze

In deze zaak had een ondernemer een bedrag van € 1.324 aan gemengde kosten gemaakt, maar in zijn aangifte niet aangegeven het percentage van de gemengde kosten niet af te willen trekken. Daarom gold voor hem het vaste bedrag van € 5.600. Omdat zijn gehele bedrag van € 1.324 hier niet aan voldeed, waren de kosten helemaal niet aftrekbaar. Had hij gekozen voor het percentage van 80%, dan had hij van de gemengde kosten nog € 1.059 af kunnen trekken.

Het griffierecht wordt per 1 januari 2025 verhoogd met 3,69%. Bij de verhoging vindt afronding op hele euro’s plaats. De verhoging vloeit voort uit de jaarlijkse indexatie met de consumentenprijsindex.

Juridisch

Griffierecht

Wie in belastingzaken een besluit van de inspecteur bij de rechter wil aanvechten, is in beginsel griffierecht verschuldigd. Dit geldt onder andere wanneer beroep wordt aangetekend tegen een afgewezen bezwaarschrift, bij hoger beroep bij het gerechtshof of cassatie bij de Hoge Raad. Voor het aantekenen van bezwaar is geen griffierecht verschuldigd.

Tarieven voor instellen beroep

De verhoging van het griffierecht betekent dat natuurlijke personen die beroep aantekenen, voor de meeste belastingen vanaf 1 januari 2025 € 53 griffierecht verschuldigd zijn. Dit is € 2 meer dan nu. Voor enkele belastingen, waaronder de btw en mrb, wordt het griffierecht  € 194 in plaats van € 187 nu.

Let op! Voor rechtspersonen, zoals een bv of stichting, geldt in 2025 voor alle belastingen een tarief van € 385 in plaats van € 371 nu.

Tarieven voor instellen hoger beroep en cassatie

Voor het instellen van hoger beroep bij een gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad geldt vanaf 1 januari 2025 voor natuurlijke personen voor de meeste belastingen een griffierecht van € 143, ofwel € 6 meer dan nu. Voor enkele belastingen geldt voor hen vanaf 2025 een hoger griffierecht van € 289, ofwel € 10 meer dan in 2024. Voor rechtspersonen geldt bij alle belastingen vanaf 2025 een griffierecht van € 579, € 20 meer dan nu.

Let op! Bent u onvermogend, dan kunt u vrijstelling vragen van de betaling van griffierecht.

Teruggave bij gelijk

Belastingplichtigen krijgen het betaalde griffierecht terug als ze hun zaak winnen. Ook krijgt men dan in de regel een vergoeding voor gemaakte proceskosten, zoals de kosten van een adviseur. Deze vergoeding is gebaseerd op forfaitaire bedragen en dekt meestal niet alle kosten.

Vooruitbetalingen voor goederen en diensten op het gebied van sport, cultuur en media die genoten kunnen worden in 2026 blijven tot 1 juli 2025 belast tegen het lage tarief van 9%. Het streven is nog steeds om het btw-tarief niet te verhogen naar 21% per 2026. Tot er meer duidelijkheid is, is er vooralsnog een overgangsregeling getroffen.


Verhoging btw-tarief

In het Belastingplan 2025 was het voornemen opgenomen het btw-tarief voor genoemde sectoren per 2026 te verhogen naar 21%. Onder druk van de Tweede Kamer is toegezegd de verhoging niet door te laten gaan en hiervoor naar alternatieve dekking te zoeken.

Overgangsregeling vooruitbetalingen

De overgangsregeling geldt voor vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en betalingen die in 2025 gedaan worden en vanaf 2026 genoten kunnen worden. De overgangsregeling geldt vervolgens alleen voor goederen en diensten inzake sport, cultuur en media en niet voor logies.

Tip! Wat de voorwaarden zijn betreft vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ kijkt u hier.

Sport, cultuur en media: voor of na 1 juli 2025!

Bij sport, cultuur en media kunt u denken aan onder meer boeken, kranten, tijdschriften en het verlenen van toegang tot sportscholen, concerten, musea en sportwedstrijden.

In genoemde overgangsregeling is bepaald dat hier bij vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en voor betalingen die vanaf 1 januari 2026 genoten kunnen worden tot 1 juli 2025 het lage btw-tarief van 9% nog in rekening mag worden gebracht.

Voor vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en voor betalingen inzake sport, cultuur en media die genoten kunnen worden per 1 januari 2026 én die na 30 juni 2025 aangeschaft worden, moet 21% btw in rekening worden gebracht.

Logies vallen niet onder de overgangsregeling

Voor een kort verblijf in onder meer hotels, pensions en vakantiewoningen geldt er geen overgangsregeling. Dit betekent dat er bij vooruitbetalingen en vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ die genoten kunnen worden vanaf 1 januari 2026 al wél 21% btw in rekening moet worden gebracht.

Tip! Voor kamperen blijft het lage btw-tarief van 9% gelden, dus ook vanaf 2026.